Strafrecht overig

openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, vanwege overlijden van de verdachte

Zaakgegevens

Op 27 november 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 november 2024
Datum publicatie
11 december 2024
Zaaknummer
23-000887-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3410
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, vanwege overlijden van de verdachte

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000887-24

datum uitspraak: 27 november 2024

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-076079-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

27 november 2024.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Blijkens een, door de advocaat-generaal overgelegde, op 8 november 2024 in Velsen opgemaakte akte van overlijden onder nummer [nummer], is de verdachte op [datum] 2024 in [plaats] overleden.

Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door de dood van de verdachte. Hieruit volgt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. M. Koek, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

27 november 2024.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.