Strafrecht overig

Kinderporno. Bevestiging vonnis met dien verstande dat het hof bewijsmiddelen vervangt, overwegingen niet…

Gerechtshof Amsterdam, 29 april 2025

Zaakgegevens

Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 april 2025
Datum publicatie
4 mei 2025
Zaaknummer
23-000179-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:1193
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kinderporno. Bevestiging vonnis met dien verstande dat het hof bewijsmiddelen vervangt, overwegingen niet overneemt, vervangt en aanvult en acht heeft geslagen op art. 63 Sr.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 23 januari 2024

    ECLI:NL:RBAMS:2024:393
  2. Gerechtshof Amsterdam · 29 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2025:1193

    Overig

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000179-24

Datum uitspraak: 29 april 2025

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-038401-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:

- de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die (in die gevallen waarin de wet dit vereist) in een later bij dit verkort arrest te voegen bijlage zijn vervat;

  • paragraaf 3.4.1 op pagina 2 van het vonnis niet overneemt en vervangt door de volgende overweging: “De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in 2016 via een Telegram-groepsapp voor het eerst met kinderporno in aanraking is gekomen. Hij klikte op het toegestuurde materiaal, waarna het op zijn telefoon terecht is gekomen. Ook ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij voor het eerst kinderporno heeft ontvangen in 2016. Dat de verdachte vanaf 2016 kinderporno in zijn bezit heeft gehad vindt tevens steun in andere bewijsmiddelen, onder andere in een sms-bericht tussen de verdachte en ‘ [persoon] ’ van 12 februari 2016. In dit bericht fantaseren zij over seks met baby’s en extreme kinderporno, waarbij de verdachte zegt wel wat video’s te hebben. De verdachte zal voor hun date video’s verzamelen van ‘extreem jong’ en ‘hij heeft wel een video waarop een jochie van twee het uitschreeuwde, toen hij werd geneukt’. Uit dit sms-bericht leidt het hof af dat de verdachte een video had waarop is te zien dat iemand seks heeft met een jong kind. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat de periode start op 1 januari 2016 en eindigt op 18 februari 2019.”;

  • paragraaf 7.3.4 op pagina 6 van het vonnis aanvult met de volgende overweging: “Voorts heeft het hof kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 11 april 2025, waarin naast de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden wordt geadviseerd om aan de verdachte de bijzondere voorwaarde van het vermijden van kinderporno op te leggen.”

- de laatste twee zinnen van paragraaf 7.3.5 op pagina 6 van het vonnis (beginnend met “Aan het voorwaardelijke” en eindigend met “de reclassering toe”) niet overneemt;

- acht heeft geslagen op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 april 2025.

Mr. N.J.M. de Munnik is verhinderd dit arrest te ondertekenen.