Strafrecht overig
Vrijspraak partnermishandeling. Conflictueuze echtscheiding. Hof heeft niet de overtuiging bekomen.
ECLI:NL:GHAMS:2025:244 · Gerechtshof Amsterdam · 30 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-244
Zaakgegevens
Op 30 januari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 januari 2025
- Datum publicatie
- 31 januari 2025
- Zaaknummer
- 23-001238-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:244
Samenvatting
Vrijspraak partnermishandeling. Conflictueuze echtscheiding. Hof heeft niet de overtuiging bekomen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001238-24
datum uitspraak: 30 januari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-001480-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1976,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 12 december 2023 te Amstelveen, althans in Nederland, zijn echtgenote,
[aangeefster], heeft mishandeld door die [aangeefster] bij de arm te pakken en (vervolgens) in die arm te knijpen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Door de raadsvrouw is vrijspraak bepleit.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat de verdachte zijn echtgenote (verder: de aangeefster) op 12 december 2023 heeft mishandeld door haar bij de arm te pakken en in die arm te knijpen. Zowel de verdachte als de aangeefster hebben verklaard dat zij die dag een discussie hebben gehad. De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar vervolgens bij haar arm heeft gepakt en daarin heeft geknepen. De verdachte heeft van meet af aan stellig ontkend dat hij de aangeefster bij haar arm heeft gepakt en in haar arm heeft geknepen.
Aangezien de aangeefster en de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit verwikkeld waren in een conflictueuze echtscheiding is het hof van oordeel dat bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster enige behoedzaamheid is vereist. Daarbij betrekt het hof in zijn oordeel dat de aangeefster bij schrijven van 23 februari 2024 heeft geprobeerd haar aangifte tegen de verdachte in te trekken. Omdat in het dossier geen objectieve (andere) bewijsmiddelen voorhanden zijn die de lezing van de aangeefster ondersteunen, is het hof van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld wat precies is voorgevallen en waardoor het letsel bij de aangeefster is ontstaan. Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N. van der Wijngaart en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 januari 2025.
mr. D.A.C. Koster en mr. V.J.M. Goldschmeding zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.