Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
ECLI:NL:GHAMS:2025:2744 · Gerechtshof Amsterdam · 3 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-2744
Zaakgegevens
Op 3 juli 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 juli 2025
- Datum publicatie
- 13 oktober 2025
- Zaaknummer
- 23-000505-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2744
Samenvatting
416 lid 2 Sv.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000505-23
datum uitspraak: 3 juli 2025
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-251973-21 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juli 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De advocaten-generaal hebben ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat zij, ondanks het door de verdachte ingediende verzoek tot intrekking van het hoger beroep, ambtshalve een belang zien voor de verdachte bij een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep nu zij voornemens zijn vrijspraak te vorderen in vergelijkbare zaken die vandaag in hoger beroep aan de orde zijn.
Op 4 oktober 2024 heeft een pro-formabehandeling plaatsgevonden, waarbij melding is gemaakt van een door de verdachte ingevuld grievenformulier van 28 februari 2023, waarin zij heeft aangegeven onschuldig te zijn en bezwaren te hebben tegen de opgelegde straf en een toelichting daaromtrent heeft opgenomen.
De verdachte heeft op 30 mei 2025 een brief aan het openbaar ministerie verzonden, waarin zij heeft verzocht het hoger beroep in te trekken. In deze brief heeft zij voorts aangegeven dat dit verzoek niet voortkomt uit een verandering van inzicht, maar dat het voor de verdachte niet zinvol is om het hoger beroep daadwerkelijk door te zetten omdat, hoewel in december 2024 in vergelijkbare zaken in hoger beroep tot vrijspraak werd besloten werd, de vrijspraak niet op grond van inhoudelijke argumenten is uitgesproken, aldus de verdachte.
Vervolgens heeft de griffier de verdachte namens de voorzitter per brief van 23 juni 2025 geïnformeerd dat het intrekking van het hoger beroep formeel niet meer mogelijk is gelet op de behandeling van de zaak op 4 oktober 2024 en dat het hof het verzoek van de verdachte beschouwt als een verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring. Voorts is de verdachte medegedeeld dat zij niet bij de behandeling van de zaak aanwezig hoeft te zijn.
Het hof is van oordeel dat uit de brief van de verdachte blijkt dat zij zich in voldoende mate realiseert dat de mogelijkheid bestaat dat zij in hoger beroep zal worden vrijgesproken, maar desondanks wenst dat het hoger beroep geen doorgang zal vinden.
Onder die omstandigheden begrijpt het hof dat de verdachte de eerder geuite bezwaren tegen het vonnis intrekt en het hoger beroep niet langer wil handhaven. Ook daarnaast is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Het hof zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.W.T. Klappe en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2025.