Strafrecht overig
Niet-ontvankelikheid van de verdachte en de officier van justitie in hoger beroep.
ECLI:NL:GHAMS:2025:3458 · Gerechtshof Amsterdam · 18 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-3458
Zaakgegevens
Op 18 september 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 september 2025
- Datum publicatie
- 18 december 2025
- Zaaknummer
- 23-001595-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3458
Samenvatting
Niet-ontvankelikheid van de verdachte en de officier van justitie in hoger beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001595-24
datum uitspraak: 18 september 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-005799-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2025.
Namens de verdachte en door het openbaar ministerie is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat zij het hoger beroep niet (langer) wenst te handhaven en dat zij daarmee de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren intrekt. De verdachte en diens raadsvrouw hebben daarop te kennen gegeven het hoger beroep ook niet te willen doorzetten en hebben om die reden verzocht de verdachte, wegens het ontbreken van belang, niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.
Gelet op de standpunten van de partijen komt het hof tot het oordeel dat zowel het openbaar ministerie als de verdachte geen belang meer hebben bij de voortzetting van het onderzoek in hoger beroep. Het hof is voorts van oordeel dat ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak. Daarom zullen de verdachte en de officier van justitie, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede, onderscheidenlijk derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het door hen ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 september 2025.
De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.