Strafrecht overig

artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering

Zaakgegevens

Op 20 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 maart 2025
Datum publicatie
20 maart 2025
Zaaknummer
23-000125-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:698
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 29 december 2022

    ECLI:NL:RBAMS:2022:8215
  2. Gerechtshof Amsterdam · 20 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2025:698

    Overig

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000125-23

datum uitspraak: 6 maart 2025

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer 81-309894-21 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1965,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

6 maart 2025.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de e-mail van 16 september 2024 van de raadsman wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. B.E. Dijkers en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

6 maart 2025.

mr. Van Es is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.