Strafrecht overig

Vernietiging van het vonnis van de rechtbank, verdachte wordt vrijgesproken van feit 5 en het hof komt tot…

Zaakgegevens

Op 17 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 maart 2026
Datum publicatie
20 mei 2026
Zaaknummer
23-002369-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1361
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernietiging van het vonnis van de rechtbank, verdachte wordt vrijgesproken van feit 5 en het hof komt tot een andere strafoplegging.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002369-25

datum uitspraak: 17 maart 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-177015-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 2000,

adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, tenlastegelegd dat:

3.
hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Amsterdam op/aan de Van Woustraat, op of omstreeks 8 juni 2025 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een politievoertuig waarin [slachtoffer] zat, schade was toegebracht;

4. primair
hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen Caddy Life), daarmee rijdende op de weg, de Utrechtsebrug en/of Rijnstraat en/of Van Woustraat en/of Stadhouderskade en/of Utrechtsestraat en/of Rembrandtplein en/of Muntplein en/of Rokin en/of Dam en/of Damrak en/of Stationsplein en/of de onderdoorgang richting een busplatform en/of De Ruijterkade en/of Westerdoksdijk en/of Diemenstraat en/of Tasmankade en/of Houtmankade, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door

- met zeer hoge snelheid te rijden, dan wel een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid/snelheden, in elk geval een veel te hoge snelheid voor veilig verkeer ter plaatse,

- over de trambaan te rijden op de Van Woustraat en/of Rembrandtplein en/of

- een tram in te halen en/of

- met forse snelheid tegen een stilstaand politievoertuig (met inzittenden) aan te rijden op de Van Woustraat welk politievoertuig aldaar (tactisch) stond gepositioneerd om hem, verdachte, te doen stoppen en/of

- met forse snelheid rakelings langs een stilstaand politievoertuig (met inzittenden) te rijden op het Muntplein, welk politievoertuig aldaar (tactisch) stond gepositioneerd om hem, verdachte, te doen stoppen en/of

- met forse snelheid tegen een of meer taxivoertuig(en) (met inzittenden) (kenteken [kenteken 1] en/of [kenteken 2] ) aan te rijden op de kruising Tasmanstraat/Houtmankade, welke taxi('s) aldaar stond(en) voorgesorteerd en/of

- (' s middags omstreeks 15.50 uur) met forse snelheid te rijden over de Dam en/of Damrak en/of Stationsplein (welke bestemd is/zijn voor voetgangers en/of waar zich op dat moment veel voetganger(s) bevonden en/of waarbij/waardoor meerdere voetganger(s), opzij moest(en) springen)

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

4. subsidiair
hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen Caddy Life), daarmee rijdende op de weg, de Utrechtsebrug en/of Rijnstraat en/of Van Woustraat en/of Stadhouderskade en/of Utrechtsestraat en/of Rembrandtplein en/of Muntplein en/of Rokin en/of Dam en/of Damrak en/of Stationsplein en/of de onderdoorgang richting een busplatform en/of De Ruijterkade en/of Westerdoksdijk en/of Diemenstraat en/of Tasmanstraat en/of Houtmankade, zich zodanig heeft gedragen dat daarvoor gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft, met zeer hoge snelheid, dan wel een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid/snelheden, in elk geval een veel te hoge snelheid voor veilig verkeer ter plaatse,

- over de trambaan te rijden op de Van Woustraat en/of Rembrandtplein en/of

- een tram in te halen en/of

- met forse snelheid tegen een stilstaand politievoertuig (met inzittenden) aan te rijden op de Van Woustraat welk politievoertuig aldaar (tactisch) stond gepositioneerd om hem, verdachte, te doen stoppen en/of

- met forse snelheid rakelings langs een stilstaand politievoertuig (met inzittenden) te rijden op het Muntplein, welk politievoertuig aldaar (tactisch) stond gepositioneerd om hem, verdachte, te doen stoppen en/of

- met forse snelheid tegen een of meer taxivoertuig(en) (met inzittenden) (kenteken [kenteken 1] en/of [kenteken 2] ) aan te rijden op de kruising Tasmanstraat/Houtmankade, welke taxi('s) aldaar stond(en) voorgesorteerd en/of

- (' s middags omstreeks 15.50 uur) met forse snelheid te rijden over de Dam en/of Damrak en/of Stationsplein (welke bestemd is/zijn voor voetgangers en/of waar zich op dat moment veel voetganger(s) bevonden en/of waarbij/waardoor meerdere voetganger(s), opzij moest(en) springen);

5.
primair
hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Kassel, Bondsrepubliek Duitsland, een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen Caddy Life) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een Duits verhuurbedrijf en/of [naam] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5. subsidiair
hij op of omstreeks 8 juni 2025 te Amsterdam opzettelijk een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen Caddy Life), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een Duits verhuurbedrijf en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk goed verdachte had geleend en/of gehuurd, aldus anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot vrijspraak van feit 5 en tot een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

Vrijspraak feit 5

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 5 primair en 5 subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Gelet op de ter terechtzitting in hoger beroep ingenomen standpunten, behoeft dit oordeel geen nadere motivering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3.
hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Amsterdam op de Van Woustraat, op 8 juni 2025 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist, aan een politievoertuig waarin [slachtoffer] zat, schade was toegebracht;

4. primair
hij op 8 juni 2025 te Amsterdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen Caddy Life), daarmee rijdende op de weg, de Utrechtsebrug, Rijnstraat, Van Woustraat, Stadhouderskade, Utrechtsestraat, Rembrandtplein, Muntplein, Rokin, Dam, Damrak, Stationsplein, de onderdoorgang richting een busplatform, De Ruijterkade, Westerdoksdijk, Diemenstraat, Tasmankade en Houtmankade, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door:

- met zeer hoge snelheid te rijden, in elk geval een veel te hoge snelheid voor veilig verkeer ter plaatse;

- over de trambaan te rijden op de Van Woustraat en Rembrandtplein;

- een tram in te halen;

- met forse snelheid tegen een stilstaand politievoertuig met inzittenden aan te rijden op de Van Woustraat welk politievoertuig aldaar tactisch stond gepositioneerd om hem, verdachte, te doen stoppen;

- met forse snelheid rakelings langs een stilstaand politievoertuig met inzittenden te rijden op het Muntplein, welk politievoertuig aldaar tactisch stond gepositioneerd om hem, verdachte, te doen stoppen;

- met forse snelheid tegen een of meer taxivoertuigen met inzittenden (kenteken [kenteken 1] en [kenteken 2] ) aan te rijden op de kruising Tasmanstraat en Houtmankade, welke taxi’s aldaar stonden voorgesorteerd; en

-‘s middags omstreeks 15.50 uur met forse snelheid te rijden over de Dam en Damrak en Stationsplein en waar zich op dat moment veel voetgangers bevonden en waardoor meerdere voetgangers opzij moesten springen,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

Hetgeen onder 3 en 4 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 3 en 4 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 4 primair bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 3 en 4 primair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feit 3, feit 4 primair en feit 5 subsidiair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 3 en feit 4 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

De verdediging heeft verzocht om, gelet op de opgelegde straffen in vergelijkbare zaken en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zonder geldig rijbewijs met zeer hoge snelheid dwars door het centrum van Amsterdam, waaronder over het Rembrandtplein en het Stationsplein, gereden om aan de politie te ontkomen. Dit heeft hij ook nog eens op een zondagmiddag gedaan, wanneer alle gebieden waar hij reed druk bezocht worden. De verdachte heeft verklaard dat hij steeds op zo'n manier reed dat hij een ongeluk kon voorkomen, maar op de camerabeelden is te zien dat hij met zeer hoge snelheid rakelings langs allerlei voetgangers reed die soms op het laatste moment moesten wegspringen. Het scheelde dus niet veel of er waren doden of gewonden gevallen. Op een gegeven moment kregen de politieauto's die hem volgden zelfs de opdracht de achtervolging te staken omdat het te gevaarlijk was geworden. Uiteindelijk heeft hij ook daadwerkelijk ongelukken veroorzaakt door met zijn auto een politievoertuig en twee taxi’s met inzittenden te raken. Kennelijk was de verdachte bereid al deze risico's te nemen alleen maar omdat hij anders een boete zou krijgen voor het rijden zonder geldig rijbewijs. Hij is pas met deze dollemansrit gestopt toen zijn auto door de botsing met de twee taxi’s zo beschadigd was dat de politie hem kon klemrijden. De politie moest hem taseren om te voorkomen dat hij er met zijn auto weer vandoor zou gaan. Het hof rekent dit alles de verdachte zwaar aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 februari 2026 is hij (in Nederland) niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Gelet op de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf heeft het hof ook gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 2 jaren, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 7, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 5 primair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 en 4 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 3, 4 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. H.A. Stalenhoef en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. R. Ras, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

17 maart 2026.

[…]

.