Gerechtshof Amsterdam, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHAMS:2026:1853

Op 10 June 2026 heeft de Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 23-001224-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHAMS:2026:1853. De plaats van zitting was Amsterdam.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
23-001224-25
Datum uitspraak:
10 June 2026
Datum publicatie:
7 July 2026

Indicatie

416 lid 2 Sv

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001224-25

datum uitspraak: 10 juni 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer

13-104155-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

10 juni 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De zaak van de verdachte is eerder in hoger beroep aan de orde gekomen op de rolzitting van

16 december 2025 en op de enkelvoudige kamer zitting van 10 april 2026. Op de rolzitting van

16 december 2025 is meegedeeld dat blijkens een e-mailbericht van de raadsvrouw van diezelfde datum het hoger beroep was gericht tegen de bewezenverklaring en de strafoplegging.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 10 juni 2026 heeft de raadsvrouw meegedeeld dat de verdachte de eerder bij hem levende bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. De raadsvrouw heeft daarom het hof verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M.J.A. Plaisier en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

10 juni 2026.

Mr. Greven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.