Strafrecht overig
Verstek zaak. Openbare schennispleging. Overschrijding van de redelijke termijn, volstaan met constatering…
ECLI:NL:GHAMS:2026:1877 · Gerechtshof Amsterdam · 9 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1877
Zaakgegevens
Op 9 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 juli 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 23-001165-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1877
Samenvatting
Verstek zaak. Openbare schennispleging. Overschrijding van de redelijke termijn, volstaan met constatering. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001165-23
datum uitspraak: 9 juli 2026
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 april 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 13-060176-23 en 13-282971-22 ( TUL ) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1960,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De advocaat-generaal heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
- een aanvulling opneemt over de overschrijding van de redelijke termijn;
- een motivering opneemt over de vordering tenuitvoerlegging;
- artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen.
Redelijke termijn
Het hof stelt vast dat in hoger beroep sprake is geweest van een overschrijding als bedoeld in artikel 6
van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De verdachte heeft op 13 april 2023 hoger beroep ingesteld en het hof wijst op 9 juli 2026 arrest. Gelet hierop is de redelijke termijn
met 1 jaar en 1 maand overschreden. De behandeling van de zaak van de verdachte was gepland op de terechtzitting van 19 november 2024 maar is toen aangehouden om na te gaan of de verdachte nog in leven is en om de verblijfplaats van de verdachte te achterhalen zodat hij ter terechtzitting aanwezig kon zijn. De lange duur van de procedure is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening komt van de verdachte. Het hof ziet daarom geen aanleiding om de overschrijding van de redelijke termijn te compenseren door de door politierechter opgelegde straf te verlagen.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 november 2022 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering af te wijzen, omdat de verdachte recent niet meer in Nederland en Duitsland in aanraking met justitie is geweest.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De verdachte is op 11 november 2022 voor hetzelfde strafbaar feit veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken. Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die aan de tenuitvoerlegging van de straf in de weg staan. Daarom zal het vonnis ook in zoverre worden bevestigd en geldt dus dat de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf wordt gelast.
BESLISSING
Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. B.A.A. Postma en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2026.
=========================================================================
[…]
.