Strafrecht overig
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen, meermalen gepleegd. De verdachte wordt vrijgesproken…
ECLI:NL:GHAMS:2026:1885 · Gerechtshof Amsterdam · 7 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1885
Zaakgegevens
Op 7 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 april 2026
- Datum publicatie
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- 23-000238-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1885
Samenvatting
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen, meermalen gepleegd. De verdachte wordt vrijgesproken van het aanwezig hebben van 460 kg cocaïne. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest, en een geldboete.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 23 januari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:406Gerechtshof Amsterdam · 7 april 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:1885
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000238-24
datum uitspraak: 7 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-250191-23 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
24 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep
Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw leest het hof de tenlastelegging van feit 2 zo dat de daar omschreven delicten dienen te worden begrepen als impliciet cumulatief tenlastegelegd. De rechtbank heeft de verdachte partieel vrijgesproken, namelijk van het tenlastegelegde witwassen van € 12.000,00 euro. Het hoger beroep is door de officier van justitie onbeperkt ingesteld.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven het hoger beroep ten aanzien van het witwassen van € 12.000,00 euro niet te willen voortzetten, gelet op de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2025. De verklaring van de verdachte, die – kort gezegd – inhoudt dat hij het geldbedrag heeft gewonnen bij het [casino] , kan, gelet op voornoemd proces-verbaal, niet met een voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten. De advocaat-generaal heeft gevorderd de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep ten aanzien van het witwassen van € 12.000,00 euro.
De raadsvrouw heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof zal, nu ook overigens niet is gebleken van een rechtens te beschermen belang dat gediend is met de voortgezette behandeling van dit feit, de officier van justitie op grond van artikel 416, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep ten aanzien van het witwassen van € 12.000,00 euro.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 september 2023 te [locatie 2] en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 460 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine, (althans in elk geval) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 september 2023, te [locatie 2] , in elk geval in Nederland (van) € 15.900,- en/of €5.919,-, in elk geval een of meer geldbedrag (en) en/of een Rolex (type Rolex Oyster), althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, zal worden vernietigd, omdat het hof tot (enigszins) andere beslissingen en/of overwegingen komt ten aanzien het bewijs, de op te leggen straf en het beslag, zodat een (partiële) bevestiging van het vonnis een te onoverzichtelijk samenstel van beslissingen en motiveringen zou opleveren.
Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting vanwege een vormverzuim
Het hof neemt over de overweging en de conclusie van de rechtbank opgenomen onder 3.1.3. van het vonnis waarvan beroep.
Vrijspraak van feit 1
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daarbij heeft zij onder meer verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen van 22 maart 2026, waaruit zou volgen dat verdachte deelnemer was van een groepchat waarin werd gesproken over de gebeurtenissen van 28 september 2023 en over ‘stempels’. Gelet op de inhoud van deze chats kan het niet anders dan dat de verdachte wist of had moeten weten dat er in de verhuisdozen cocaïne zat verpakt.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft zij in de kern gesteld dat verdachte in opdracht van zijn werkgever met een busje vanuit [locatie 2] naar [locatie 2] is gereden omdat er een bakwagen van het verhuisbedrijf pech zou hebben gekregen. Vervolgens is het busje met een deel van de inhoud van de bakwagen vertrokken, en is de verdachte ter plaatse blijven wachten op een tweede bus (een witte [merk] ). Vervolgens is de rest van de dozen vanuit de bakwagen in die tweede bus geladen en is de verdachte samen met een ander in die tweede bus weggereden en zou hij worden afgezet. De verdachte stelt niet te hebben geweten dat er cocaïne in de dozen zat, maar simpelweg als verhuizer de opdracht van zijn werkgever te hebben opgevolgd.
Het hof overweegt als volgt.
Vaststaat dat op 28 september 2023 een bakwagen autopech heeft gekregen en met behulp van een berger naar Het Want in [locatie 2] is gereden. Verder staat vast dat de verdachte – die in dienst was bij een verhuisbedrijf – met een busje vanuit [locatie 2] naar [locatie 2] is gereden en op het bedrijventerrein Het Want vanuit deze bakwagen, met de opdruk ‘ [tekst] ’, samen met medeverdachte [naam 1] , een grote hoeveelheid verhuisdozen heeft overgeheveld naar het witte [merk] busje. Verdachte en medeverdachte [naam 1] zijn na het overhevelen van de dozen in de [merk] gestapt en weggereden. Even later is de [merk] door verbalisanten staande gehouden. De bestuurder bleek medeverdachte [naam 1] te zijn en de bijrijder was verdachte. Bij de doorzoeking van het voertuig werd in de laadruimte in de verhuisdozen blokken cocaïne aangetroffen met, naar later bleek, een totaalgewicht van 460 kilogram cocaïne.
Evenals de rechtbank en met de raadsvrouw concludeert het hof dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte wist of had moeten weten dat in de verhuisdozen een grote partij cocaïne zat verpakt. Hoewel de gang van zaken naar het oordeel van het hof op meerdere punten serieuze vragen oproept, kan de door verdachte gegeven verklaring, inhoudende dat hij – kort gezegd – als verhuizer door zijn werkgever te hulp is gevraagd bij het overhevelen van verhuisdozen uit een auto met pech, niet als onaannemelijk terzijde worden geschoven. De inhoud van de in het dossier opgenomen chatgesprekken tussen ‘ [naam 2] ’, ‘ [naam 3] ’ en een onbekende gebruiker leidt niet tot een ander oordeel. Het hof gaat er weliswaar vanuit dat verdachte de gebruiker ‘ [naam 2] ’ is, nu de betreffende berichten zijn aangetroffen op een onder verdachte in beslag genomen Google Pixel-telefoon, maar stelt tegelijkertijd vast dat verdachte ( [naam 2] ) in deze groepchat geen berichten heeft verzonden. Daarnaast wordt in de chatgesprekken door een onbekende gebruiker geschreven: “Dan laat ik chauff daar wachten” (het hof begrijpt: chauffeur). Dit biedt naar het oordeel van het hof steun aan de lezing van verdachte dat hem slechts als onwetende werknemer (verhuizer) was gevraagd om vanwege een pechgeval met een bus ter plaatse te komen, dozen over te laden en vervolgens bij de kapotte bakwagen te wachten tot er een tweede bus (de witte [merk] ) zou komen waarin het restant van de dozen moest worden overgeladen. Deze lezing vindt bovendien bevestiging in de camerabeelden – zoals betoogd door de raadsvrouw –, waaruit blijkt dat verdachte daadwerkelijk gedurende ongeveer een uur heeft staan wachten. Het hof onderkent dat bepaalde omstandigheden, in het bijzonder het feit dat verdachte twee uitgeschakelde encrypted telefoons bij zich had en heeft geweigerd om de toegangscodes met de politie te delen, serieuze vragen oproepen. Deze omstandigheden zijn echter onvoldoende om tot de conclusie te komen dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne, dan wel dat hij die wetenschap redelijkerwijs had moeten hebben.
Nu het tenlastegelegde niet is bewezen, zal verdachte daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsoverweging feit 2
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het aangetroffen Rolex-horloge gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de contante geldbedragen heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. De contante geldbedragen, die volgens de raadsvrouw niet hoog zijn, betreffen inkomsten uit arbeid. Verdachte heeft dat geld verdiend met zijn antiekhandel en heeft hierover belasting betaald. Het openbaar ministerie heeft niet aangetoond dat deze stortingen niet passen bij de inkomsten die bekend zijn bij de Belastingdienst en daarmee dus niet aannemelijk gemaakt dat deze bedragen van misdrijf afkomstig moeten zijn geweest.
Het hof overweegt als volgt.
Naar aanleiding van de drugsverdenking is de woning van verdachte op de [adres 2] in [locatie 2] doorzocht. Tijdens de doorzoeking is een Rolex-horloge aangetroffen, dat blijkens het taxatierapport een geschatte dagwaarde heeft van € 14.000,00 euro. Daarnaast is uit het financiële onderzoek naar verdachte gebleken dat verdachte geldbedragen van € 15.900,00 en € 5.910,00 aan contante stortingen heeft ontvangen op zijn bankrekeningen bij de Rabobank en de ING in de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 september 2023.
Het voorgaande levert, in aanmerking genomen het legale inkomen van de verdachte, naar het oordeel van het hof het gerechtvaardigd vermoeden op dat deze gelden en dit horloge uit enig misdrijf afkomstig zijn. De waarde van het horloge en de contante bedragen van € 15.900,00 en € 5.910,00 passen niet bij de legale inkomsten van verdachte zoals die blijken uit het financiële onderzoek dat is gedaan. Ook anderszins zijn er geen aanwijzingen gevonden dat deze goederen – kort gezegd – uit legale bron afkomstig zijn. De verklaringen die verdachte heeft gegeven, nemen dit vermoeden niet weg. De enkele verklaring van verdachte dat hij het horloge in bewaring had voor een vriend van wie hij de naam niet wil delen is naar het oordeel van het hof onvoldoende om te kunnen spreken van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring. De verklaring van verdachte dat hij de contante geldbedragen van € 15.900,00 en € 5.910,00 heeft ontvangen uit antiekhandel is onaannemelijk, omdat enige inkomsten daaruit niet naar voren zijn gekomen in het uitgebreide financiële onderzoek dat de politie heeft gedaan en verdachte ook geen nadere onderbouwing heeft gegeven over die inkomsten. Verdachte heeft in eerste instantie niet willen verklaren en is pas op een laat moment, namelijk tijdens de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg, met een verklaring gekomen dat hij antiek handelde. Hij heeft toen echter op geen enkele wijze gestaafd dat hij daaruit inkomsten had die voornoemde geldbedragen kunnen verklaren en ook ter zitting in hoger beroep heeft hij verzuimd daarover nadere informatie te verstrekken. Gelet hierop en in aanmerking genomen voornoemd financieel onderzoek, komt het hof tot de conclusie dat deze gelden (net als het horloge) uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Met de rechtbank is het hof dan ook van oordeel dat het niet anders kan dan dat het horloge en de geldbedragen van € 15.900,00 en € 5.910,00 (middellijk of onmiddellijk) uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat wist. Verdachte heeft deze geldbedragen en het Rolex-horloge voorhanden gehad en/of er gebruik van gemaakt. Het onder 2 tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij in de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 september 2023 in Nederland € 15.900,- en € 5.919, en een Rolex voorhanden heeft gehad en/of er gebruik van heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
Witwassen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De rechtbank heeft verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft – indien het hof tot een bewezenverklaring komt – verzocht om geen zwaardere straf op te leggen dan de straf die is opgelegd aan de medeverdachten. Verdachte heeft, in tegenstelling tot de medeverdachten, wel een verklaring afgelegd. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht om bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) uit te gaan van de ondergrens.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van twee geldbedragen en een Rolex-horloge. Witwassen is een ernstig feit dat bijdraagt aan de instandhouding van criminaliteit en ondermijning in de samenleving. Hiermee worden de opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken. Daders van strafbare feiten worden op deze wijze in staat gesteld om met het oneerlijk verdiende geld
een maatschappelijke en financiële status te verwerven die zij niet behoren te hebben.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. Bij een benadelingsbedrag van tussen de € 10.000,00 en € 70.000,00 geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 tot 5 maanden. Het hof acht de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, in beginsel dan ook passend en geboden en ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken. Gezien de ernst van het feit en vanwege het financiële karakter van witwassen, zal het hof daarnaast een geldboete aan verdachte opleggen.
Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete van na te melden duur dan wel hoogte passend en geboden.
Beslag
Het hof zal, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, beslissen dat de inbeslaggenomen telefoons en het geldbedrag van € 12.000,00, zullen worden teruggeven aan verdachte. Het hof merkt op dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep – in aanwezigheid van zijn raadsvrouw – afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen Rolex (beslagnummer [nummer 1] ) en dat heeft verklaard dat hij de inbeslaggenomen computer (Apple notebook, beslagnummer [nummer 2] ) en de autosleutel (beslagnummer [nummer 3] ) al heeft teruggekregen. Het hof zal ten aanzien van deze drie goederen dan ook geen beslagbeslissing nemen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 23, 24, 24c en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder 2 impliciet cumulatief tenlastegelegde witwassen van € 12.000,00.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 5.000,00 (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel ( [nummer 4] );
- 1 STK Telefoontoestel ( [nummer 5] );
- 1 STK Telefoontoestel ( [nummer 6] );
- € 12.000,00 ( [nummer 7] ).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 april 2026.
mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. A.C. Vermeijden zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.