Strafrecht overig
Unus-arrest. Vernietiging vonnis waarvan beroep (378a). Veroordeling ter zake van overtreding van art. 163…
ECLI:NL:GHAMS:2026:1944 · Gerechtshof Amsterdam · 10 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1944
Zaakgegevens
Op 10 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 23-002740-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1944
Samenvatting
Unus-arrest. Vernietiging vonnis waarvan beroep (378a). Veroordeling ter zake van overtreding van art. 163 lid 6 WVW 1994 (weigeren bloedonderzoek). Geldboete € 1000,00 (5 termijnen) + OBM 270 dagen, waarvan 231 dagen VW m.a. + proeftijd 2 jrn. Afwijzing vordering TUL.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 96-165342-25 en 96-173482-22 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-002740-25
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer,
van 10 juli 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 november 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte 1]
voornamen: [verdachte 2]
geboren: op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd
op 21 april 2025 te Haarlem.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 200,00 (tweehonderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 231 (tweehonderdeenendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 96-173482-22:
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (Utrecht) van 18 september 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 augustus 2023, parketnummer 96-173482-22, voorwaardelijk opgelegde geldboete ter hoogte van 400,00 euro.
Gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, in bijzijn van mr. S.S.I. Jackson, griffier.
mr. L.M.G. de Weerd