Rechtbank Oost-Brabant, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOBR:2026:698

Op 3 February 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 82/291788-22, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOBR:2026:698. De plaats van zitting was 's-Hertogenbosch.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
82/291788-22
Datum uitspraak:
3 February 2026
Datum publicatie:
3 February 2026

Indicatie

Onderzoek Fairfield Bay. Verdachte heeft zich als professionele partij in de wereld van de import en export van alcoholische dranken schuldig gemaakt aan het stelselmatig opmaken van valse documenten, de opname van valse documenten in de bedrijfsadministratie en het gebruik maken van valse documenten. Dit is telkens gedaan met het doel om accijnsfraude mogelijk te maken. De rechtbank merkt op dat alle bewezenverklaarde handelingen telkens gepleegd zijn als een voortgezette handeling. Gelet op de ernst van de feiten en het ondermijnende karakter daarvan kan niet anders gereageerd worden dan met het opleggen van een straf. De rechtbank legt aan verdachte, zijnde een onderneming die niet langer geëxploiteerd wordt, een geldboete op ter hoogte van € 20.000,--.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 82.291788.22

Datum uitspraak: 3 februari 2026.

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

gevestigd te [adres] ,

hierna ook aangeduid als: [verdachte] .

Verdachte is ter terechtzitting vertegenwoordigd door haar wettelijk vertegenwoordiger (en medeverdachte) [medeverdachte 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 januari 2026, 7 januari 2026 en 27 januari 2026 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

1
De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 augustus 2024.

Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis is de tekst van de tenlastelegging hieronder samengevat. De gehele tekst is opgenomen in Bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat zij:

Ten aanzien van feit 1 (primair):

zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk opmaken van valse geschriften;

Ten aanzien van feit 2 (primair):

zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervalsen van haar bedrijfsadministratie door de in feit 1 bedoelde valse geschriften op te nemen in die bedrijfsadministratie;

Ten aanzien van feit 3 (primair):

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften.

2
De formele voorvragen.
2.1.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van feit 3.

2.1.1.

Het verweer van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van 5 januari 2026 de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren ten aanzien van de vervolging van hetgeen onder feit 3, onderdelen a) en b) ten laste is gelegd. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de uitsluitingsgronden van artikel 69 lid 4 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) en artikel 10:5 zesde lid van de Algemene Douanewet ten aanzien van deze specifieke stukken van toepassing is. Die zogeheten e-AD’s en CMR’s hebben geen ander doel gehad dan om de Douane en de Belastingdienst te misleiden.

2.1.2.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.1.3.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt dat e-AD’s en CMR’s documenten zijn die zeer specifieke informatie bevatten. De documenten hebben namelijk uitsluitend het doel om de Europese douane-instanties te informeren over vervoersbewegingen van accijnsgoederen binnen de Europese Unie.

De rechtbank ziet, mede gelet op hetgeen hierna onder 3.3.2. wordt overwogen, geen ander doel dat [verdachte] redelijkerwijs kon hebben om valse e-AD’s en CMR’s voorhanden te hebben dan het (eventueel als medepleger) misleiden van (Europese) Douane-instanties en eventueel, bij controles, de Belastingdienst. Dergelijk handelen is strafbaar gesteld in artikel 10:5 lid 1 sub b van de Algemene Douanewet waar het de Douane betreft, en artikel 69 lid 1 van de AWR waar het de Belastingdienst betreft. In de situatie dat een verdachte kan worden vervolgd voor deze feiten en voor het commune strafbare feit van het voorhanden hebben van valse documenten (225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) is vervolging voor het commune strafbare feit uitgesloten.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de artikelen 69 lid 4 van de AWR en 10:5, zesde lid, van de Algemene Douanewet van toepassing zijn. Het Openbaar Ministerie wordt ten aanzien van onderdelen a) en b) van feit 3 op de tenlastelegging dan ook niet-ontvankelijk verklaard.

2.2.

De overige formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging van feiten 1, 2 en onderdeel c) van feit 3 worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Beslissing

3
De bewijsbeslissing.
3.1

Het standpunt van de officier van justitie.

Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden en de toelichting daarop ter terechtzitting van 5 januari 2026 heeft de officier van justitie geconcludeerd dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

3.2

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota beschreven gronden en de toelichting daarop ter terechtzitting heeft de verdediging partieel vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van een deel (7 van de 12) van de onder feit 1, onderdeel a) ten laste gelegde valse stukken (e-AD’s, met in de ARC-code “FR”) heeft de verdediging bepleit dat [verdachte] slechts als ontvanger van de goederen een handeling in het EMCS-systeem heeft verricht. Uit deze enkele omstandigheid blijkt niet dat zij daadwerkelijk betrokken is geweest bij de opmaak van het document.

Ten aanzien van een deel van de onder feit 1, 2 en 3, onderdeel b) ten laste gelegde documenten (CMR’s) heeft de verdediging bepleit dat deze documenten geen bewijsbestemming kennen.

Ten slotte heeft de verdediging bepleit dat de onder feit 1, 2 en 3, onderdeel c) ten laste gelegde stukken (facturen) niet vals of vervalst zijn.

3.4

Het oordeel van de rechtbank.

3.3.1.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage (bijlage II). De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt voor het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Ter terechtzitting heeft de verdediging een aantal verweren gevoerd. Voor zover de rechtbank hierna niet op die verweren zal responderen, heeft de rechtbank die verweren als bewijsverweren aangemerkt. Die verweren vinden hun weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor de afzonderlijke feiten heeft gebruikt en zoals die in de bij dit vonnis behorende bewijsbijlage zijn opgenomen. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de bewijsmiddelen.

3.3.2.

Bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs.

? De inleiding.

Op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.

[verdachte] (hierna: [verdachte] ) werd op 8 december 2017 opgericht. Haar activiteiten bestonden uit het exploiteren van een loods voor de in-, uit- en opslag van accijnsgoederen, waaronder wijn en bier. De loods van [verdachte] fungeerde als een accijnsgoederenplaats (hierna: AGP). Een AGP is een plaats in Nederland waar accijnsgoederen onder schorsing van accijns mogen worden opgeslagen, ontvangen en/of verzonden. Buiten Nederland worden soortgelijke plaatsen aangeduid als “belastingentrepots”.

De accijnstarieven in de lidstaten van de Europese Unie zijn verschillend. Wanneer een onderneming een vergunning als AGP heeft, kan zij producten van en naar de AGP (laten) vervoeren onder een zogenoemde accijnsschorsingsregeling. De accijns hoeven pas te worden betaald in de lidstaat waar de accijnsgoederen uiteindelijk in de (commerciële) markt terecht komen en worden verbruikt. Om de transportbewegingen van accijnsgoederen te kunnen volgen en te kunnen controleren ontwikkelde de Europese Unie het Excise Movement and Control System (hierna: EMCS).

In de loop van 2019 is [verdachte] , onder meer op basis van ontvangen risico-informatie uit Denemarken, in beeld gekomen bij de Nederlandse douane. De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) heeft dit onderzoek overgenomen. Op basis van het onderzoek van de FIOD is het Openbaar Ministerie overgegaan tot vervolging ten aanzien van valsheid in geschrift. De stukken die vals zouden zijn opgemaakt bestaan, aldus de tenlastelegging, uit a) elektronisch administratieve documenten (hierna: e-AD’s), b) vrachtbrieven (hierna: CMR’s) en c) facturen. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis zal de rechtbank de achtergrond van e-AD’s en CMR’s nader duiden.

Een e-AD is een document dat op grond van Nederlandse wetgeving en/of op grond van wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Unie moet worden opgemaakt ten behoeve van het onder een accijnsschorsingsregeling overbrengen van accijnsgoederen. Het e-AD heeft door middel van de gelogde handelingen in EMCS voortdurend een actuele status. Op deze manier kunnen de Europese Douane-instanties zien of accijnsgoederen binnen de EU zijn vervoerd, afgeleverd, en/of zijn uitgevoerd.

Naast het e-AD dienen verzenders, transporteurs en ontvangers van de goederen bijbehorende CMR-documenten te tekenen en te bewaren. Een CMR is een vrachtbrief die tijdens het transport van goederen aanwezig moet zijn als begeleiding van het transport. Een CMR bestaat uit 4 exemplaren. In het geval van een legitiem transport van accijnsgoederen worden deze 4 exemplaren als volgt verdeeld. Exemplaar 1 blijft bij de afzender van de goederen. Exemplaar 2 is bestemd voor de ontvanger van de goederen. Exemplaren 3 en 4 zijn bestemd voor de vervoerder en worden door de ontvanger van de goederen ondertekend.

? De fictieve invoer en uitvoer van accijnsgoederen bij [verdachte] .

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer dat [verdachte] administratieve handelingen heeft verricht in EMCS die niet overeenkwamen met de werkelijkheid. [verdachte] heeft samen met andere bedrijven in Europa een valse papieren werkelijkheid gecreëerd ten behoeve van het plegen van accijnsfraude. [verdachte] heeft als ontvanger en/of verzender van de goederen administratief doen voorkomen in EMCS dat accijnsgoederen zouden zijn ontvangen door [verdachte] en/of zouden zijn vertrokken vanaf de loods van [verdachte] in Rucphen terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Ten behoeve van deze zendingen zijn ook vervoersdocumenten, CMR’s, opgemaakt en uitgewisseld tussen de verschillende bedrijven in Europa.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt daarnaast zonder meer dat [verdachte] , zoals hierna per feit wordt beschreven, steeds als medepleger nauw en bewust heeft samengewerkt met andere bedrijven om de valse documenten op te maken. De bijdrage van [verdachte] aan de strafbare feiten, zoals blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, is steeds van voldoende gewicht om te spreken van het medeplegen van die feiten.

? De beoordeling van feit 1: het opzettelijk opmaken van valse stukken.

Onderdeel a) Heeft [verdachte] valse e-AD’s opgemaakt?

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat alle onder a) ten laste gelegde e-AD’s opzettelijk valselijk zijn opgemaakt. De beschreven vervoersbewegingen van accijnsgoederen hebben nooit daadwerkelijk plaatsgevonden. [verdachte] heeft (telkens) als ontvanger en/of verzender van de goederen administratieve handelingen verricht in EMCS waarvan zij wist dat deze niet overeenkwamen met de werkelijkheid. Door deze handelingen te verrichten zijn de bijbehorende e-AD’s telkens opzettelijk door [verdachte] valselijk opgemaakt.

Het verweer van de raadsvrouw, strekkende tot vrijspraak van de (zeven) ten laste gelegde e-AD’s met “FR” in de ARC-code omdat [verdachte] als ontvanger voor de goederen slechts voor ontvangst tekende en in die hoedanigheid het valse document niet zou hebben opgemaakt, schuift de rechtbank terzijde. Het is voor een bewezenverklaring van medeplegen niet noodzakelijk dat [verdachte] zelf de gegevens in EMCS heeft ingevoerd. [verdachte] heeft een significante bijdrage geleverd door eerst de benodigde gegevens aan te leveren aan de ‘verzender’ en vervolgens na plaatsing van de zending door de verzender in EMCS, in datzelfde systeem aan te vinken dat de goederen zijn ontvangen, terwijl dit niet daadwerkelijk het geval was. Het opzettelijk in EMCS verwerken dat goederen ontvangen zijn, is, de achtergrond van EMCS bezien, juist de handeling die de daadwerkelijke actuele locatie van de accijnsgoederen bevestigt. Die locatie moet bij uitstek kloppen om de Europese douane-instanties in staat te stellen een en ander te controleren. Vanwege deze significante bijdrage dient [verdachte] ook bij de in Frankrijk opgemaakte e-AD’s als medepleger te worden aangemerkt.

Onderdeel b) Heeft [verdachte] valse CMR’s opgemaakt?

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de ten laste gelegde CMR’s (mede) door [verdachte] opzettelijk valselijk zijn opgemaakt.

Ten aanzien van de CMR’s die ten laste zijn gelegd onder de eerste zes gedachtestreepjes geldt dat exemplaren 2, 3 en 4 in het geval van legitieme transporten niet in het bezit van [verdachte] hadden kunnen zijn maar bij de vervoerder en/of ontvanger in bezit hadden moeten zijn. Zij zijn echter door de FIOD aangetroffen in een doos in de loods van [verdachte] in Rucphen en in de auto van medeverdachte [medeverdachte 2] . De omstandigheid dat deze exemplaren daar überhaupt zijn aangetroffen is voldoende om, gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, aan te nemen dat de onderliggende transporten nooit hebben plaatsgevonden. Een andere uitleg is door de verdediging ook niet bepleit.

Ten aanzien van de CMR die afkomstig is van [bedrijf 5] (zoals ten laste gelegd onder het zevende gedachtestreepje) blijkt uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen dat het onderliggende transport nooit heeft plaatsgevonden. [verdachte] heeft bij het opmaken van de CMR als medepleger een bijdrage van voldoende gewicht geleverd door deze af te stempelen en bovendien in EMCS boekingen te verrichten waarvan het e-AD-nummer op de CMR is geplaatst. Het e-AD waar deze CMR naar verwijst (19FRG0074000440684400) ziet namelijk op een fictieve inslag van goederen die door [verdachte] in EMCS is geboekt.

[verdachte] wist ten tijde van het opmaken van alle bovenstaande CMR’s dat het om fictieve transportbewegingen ging en heeft derhalve dan ook telkens opzettelijk haar bijdrage geleverd aan die fictie. Deze bijdrage is ook telkens essentieel geweest om een papieren werkelijkheid te creëren en de achterliggende accijnsfraude mogelijk te maken en derden te misleiden.

De verdediging heeft ten aanzien van de CMR’s bepleit dat deze stukken geen geschriften zijn die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen. De desbetreffende stukken bevonden zich immers ofwel ongetekend bij [verdachte] , ofwel hebben het vervoer niet fysiek begeleid en zijn dus ook niet afgetekend voor ontvangst, ofwel zijn opgemaakt door een ander dan [verdachte] .

De rechtbank verwerpt dit verweer. Dit type document is bestemd om te dienen tot bewijs van het transport van goederen, waar de goederen vandaan komen, waar ze naartoe gaan en wat de inhoud van de vracht is. Ook niet door de ontvanger getekende en/of bij [verdachte] achtergebleven CMR’s kunnen dienen om controlerende Europese Douane-instanties te misleiden. De delen die door [verdachte] moesten worden ingevuld waren reeds gevuld en ook is gebleken dat [naam] wel eens tekende op de plaats van de transporteur. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat CMR’s bij [verdachte] werden bewaard zodat zij konden worden ingezet wanneer dit nodig was om te dienen tot bewijs: Eerder waren achtergebleven CMR’s met spoed opgestuurd naar het Spaanse belastingentrepot “Cervezas Virtus” wegens een daar aanstaande douanecontrole. Het feit dat de fictieve ontvanger waarschijnlijk nog een frauduleuze handeling zal verrichten met het document (het tekenen voor ontvangst) voordat het wordt overhandigd bij een douanecontrole, betekent niet dat het document vóór die handeling geen enkele bewijsbestemming kent. Bovendien verwijst een CMR altijd naar een onderliggend e-AD, dat bij uitstek de Europese douane-instanties voorziet van informatie. Ook een niet-ondertekend CMR verwijst daarnaar en kent op basis van dat gegeven naar het oordeel van de rechtbank een bewijsbestemming.

Onderdeel c) Heeft [verdachte] valse facturen opgemaakt?

Ten aanzien van de facturen zoals deze onder het eerste ( [bedrijf 2] ) en het tweede gedachtestreepje ( [bedrijf 3] ) ten laste zijn gelegd, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat deze facturen vals zijn. Anders dan de hiervoor besproken e-AD’s en CMR’s zien de betreffende facturen niet op een (fictief) transport, maar op doorberekening van door de (fictieve) ontvanger betaalde accijnzen. Op basis van het dossier lijkt het voor de hand te liggen dat de door de opmaker van de factuur genoemde accijnzen daadwerkelijk zijn betaald en vervolgens zijn doorberekend aan [verdachte] . De modus operandi van [verdachte] en haar medeverdachten lijkt te zijn geweest dat goederen fictief werden vervoerd naar een land met een (relatief) laag accijnstarief. Daar werd de uitslag van de goederen in EMCS geboekt, waarna een laag accijnstarief betaald werd . Feitelijk werden de goederen afgezet op de zwarte markt in een land met een (relatief) hoog accijnstarief. Het bedrag aan accijns waar de factuur naar verwijst zal dan daadwerkelijk betaald zijn.

Dit alles betekent dat de rechtbank ten aanzien van de facturen zoals beschreven onder de eerste twee gedachtestreepjes, niet bewezen acht dat deze facturen vals of vervalst zijn.

De rechtbank komt ten aanzien van het derde gedachtestreepje ( [bedrijf 1] ) wel tot het oordeel dat deze factuur valselijk door [verdachte] is opgemaakt. Deze factuur heeft betrekking op een fictieve zending van goederen vanaf [verdachte] . [verdachte] brengt met deze factuur twee bedragen voor “warehouse handling” in rekening. Nu er geen transport heeft plaatsgevonden kan worden aangenomen dat [verdachte] geen fysieke werkzaamheden heeft verricht die zien op het op- of overslaan van goederen in de loods in Rucphen, waar de term ”warehouse handling” naar het oordeel van de rechtbank wel op ziet. Deze factuur is dus opzettelijk valselijk opgemaakt. Anders dan door de raadsvrouw is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] geen enkele feitelijke grondslag had om deze kostenposten als “warehouse handling” te factureren aan [bedrijf 1] .

? Beoordeling feit 2: het opzettelijk vervalsen van haar bedrijfsadministratie door de in feit 1 genoemde stukken hierin op te nemen

Partiële vrijspraak: ten aanzien van de CMR’s.

De rechtbank is van oordeel dat de CMR’s zoals beschreven in onderdeel b) niet zijn opgenomen in de bedrijfsadministratie van [verdachte] . Deze CMR’s (telkens betreffende exemplaren 2, 3 en 4) zijn namelijk aangetroffen in een doos in de loods in Rucphen (eerste vijf gedachtestreepjes) of in de auto van [medeverdachte 2] (zesde gedachtestreepje) of per e-mail aan [verdachte] toegezonden en weer geretourneerd (zevende gedachtestreepje). Uit het dossier kan de rechtbank geen actieve handeling van [verdachte] opmaken waaruit blijkt dat zij deze stukken aan haar bedrijfsadministratie heeft toegevoegd. De CMR’s in de doos en in de auto lijken juist bewust buiten de bedrijfsadministratie te zijn gehouden.

Tussenconclusie feit 2: ten aanzien van de e-AD’s en de facturen.

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] de overige stukken, zoals deze hierna onder het kopje “De bewezenverklaring” onder feit 2 nader zullen worden omschreven, heeft opgenomen in haar bedrijfsadministratie. Door deze stukken op te nemen heeft [verdachte] haar bedrijfsadministratie over de gehele periode vervalst. Nu deze bedrijfsadministratie meerdere kwartalen en/of boekjaren betreft komt de rechtbank tot het oordeel dat de bedrijfsadministratie meermalen is vervalst.

? Beoordeling feit 3: het opzettelijk gebruiken van valse geschriften.

Zoals hiervoor is overwogen is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de valse geschriften zoals ten laste gelegd onder onderdelen a) (e-AD’s) en b) (CMR’s).

Ten aanzien van onderdeel c) (facturen) is de rechtbank van oordeel dat, zoals hiervoor is overwogen, alleen de factuur van [verdachte] gericht aan [bedrijf 1] als vals is aan te merken. De rechtbank acht ten aanzien van de overige facturen niet bewezen dat deze vals of vervalst waren. Dit betekent dat verdachte ook ten aanzien van dit feit partieel wordt vrijgesproken, namelijk waar het gaat om de facturen zoals ten laste gelegd onder het eerste en tweede gedachtestreepje.

Van de valse factuur aan [bedrijf 1] heeft [verdachte] opzettelijk gebruik gemaakt door deze (na het opmaken daarvan) daadwerkelijk te versturen aan [bedrijf 1] . Om die reden komt de rechtbank ten aanzien van deze factuur wel tot een bewezenverklaring.

? Kunnen de strafbare feiten worden toegerekend aan [verdachte] ?

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang met wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde gedragingen plaatsvonden in de sfeer van [verdachte] . De gedragingen pasten ook in de normale bedrijfsvoering van [verdachte] .

Dankzij de vergunning als AGP van [verdachte] konden zendingen van en naar [verdachte] in EMCS werden ingevoerd, zowel feitelijke als fictieve. De enige werknemer van [verdachte] en de feitelijk leidinggevers waren actief betrokken bij de fraude. De frauduleuze gedragingen zijn dienstig geweest aan het door [verdachte] uitgeoefende bedrijf: de inkomsten van de fraude kwamen op de bankrekening van [verdachte] binnen. De strafbare feiten kunnen dan ook aan [verdachte] worden toegerekend.

? Slotconclusie.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen in onderling verband en in samenhang bezien met alles wat hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hierna zal worden omschreven.

4
De bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:

op tijdstippen in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

a. a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code

20FRG0074000586946417 en/of,

20NL97680492674587535 en/of,

20FRG0074000584843087 en/of,

20NL12919392410772110 en/of,

20NL26717309076647020 en/of,

20NL56390831700445370 en/of,

20NL83300117543365183 en/of,

20FRG0074000588074252 en/of,

18FRG0074000369099998 en/of,

18FRG0074000384357482 en/of,

19FRG0074000439673440 en/of,

19FRG0074000440684400 en/of,

b) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met

als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] en/of

als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] en/of

als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] en/of

als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] , en/of

als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] , en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [verdachte] , gestuurd door [bedrijf 5] en/of

c) een factuur, te weten

een factuur van [verdachte] aan [bedrijf 1] ,

valselijk hebben opgemaakt en/of doen opmaken,

immers hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid — )

ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of

ad b) de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of

ad c) op deze factuur warehouse handling fees in rekening gebracht

zulks telkens met het oogmerk om voormeld geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.

ten aanzien van feit 2:

op tijdstippen in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bedrijfsadministratie van [verdachte] valselijk heeft opgemaakt door een of meerdere valse elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) en een factuur hier in op te nemen, te weten:

a. a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code

20FRG0074000586946417 en/of,

20NL97680492674587535 en/of,

20FRG0074000584843087 en/of,

20NL12919392410772110 en/of,

20NL26717309076647020 en/of,

20NL56390831700445370 en/of,

20NL83300117543365183 en/of,

20FRG0074000588074252 en/of,

18FRG0074000369099998 en/of,

18FRG0074000384357482 en/of,

19FRG0074000439673440 en/of,

19FRG0074000440684400 en/of,

c) een factuur, te weten

een factuur van [verdachte] aan [bedrijf 1] ,

immers hebben verdachte en haar mededaders (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid —

ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of

ad c) op deze factuur warehouse handling fees in rekening gebracht

zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.

ten aanzien van feit 3:

in de periode van 26 oktober 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware deze echt en onvervalst, te weten een factuur van [verdachte] aan [bedrijf 1] bestaande die valsheid hierin dat in strijd met de waarheid op deze factuur warehouse handling fees in rekening zijn gebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

5
De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6
De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

7
De oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, gelet op de ter terechtzitting gegeven verklaring van wettelijk vertegenwoordiger en medeverdachte [medeverdachte 1] dat het bedrijf niet langer wordt of zal worden geëxploiteerd en tevens een naheffing aan de Belastingdienst moet betalen, gevorderd dat verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie heeft kenbaar gemaakt voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank eveneens verzocht om verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door [verdachte] gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de aard van het door [verdachte] uitgeoefende bedrijf en de aangevoerde financiële omstandigheden van [verdachte] .

De ernst van de feiten.

[verdachte] heeft zich als professionele partij in de wereld van de import en export van alcoholische dranken schuldig gemaakt aan het stelselmatig opmaken van valse documenten, de opname van valse documenten in de bedrijfsadministratie en het gebruik maken van valse documenten. Dit is telkens gedaan met het doel om accijnsfraude mogelijk te maken. Europese bedrijven met een vergunning als accijnsgoederenplaats hebben het administratief, in het digitale systeem EMCS, doen voorkomen alsof zij zendingen alcoholhoudende dranken naar [verdachte] stuurden, waarna [verdachte] deed alsof zij deze ontving en op haar beurt doorstuurde naar bedrijven met een vergunning als accijnsgoederenplaats elders in Europa, met een (relatief) laag accijnstarief. In realiteit werden de zendingen, waarschijnlijk, afgezet in landen met een (relatief) hoog accijnstarief, zonder dat dat hoge accijnstarief werd betaald. Op zeer geraffineerde wijze en in een omvangrijk internationaal samenwerkingsverband is samengewerkt met diverse Europese bedrijven om de douaneautoriteiten van de verschillende landen te misleiden. Daarbij is telkens misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in vergunninghouders wordt gesteld. Het vrije verkeer van goederen binnen de EU is misbruikt ten behoeve van financieel gewin.

[verdachte] heeft eraan bijgedragen dat binnen de EU over vele ladingen alcoholische dranken niet het juiste accijnstarief betaald is. Daarmee is het democratisch bepaalde accijnstarief van de desbetreffende lidstaat telkens ondermijnd. Het belang dat deze accijnstarieven dienen, namelijk onder meer om burgers te ontmoedigen (vele) alcoholische dranken te nuttigen, is hier eveneens mee ondermijnd. Ook zijn bonafide bedrijven, die wel steeds het juiste accijnstarief betaalden, door het handelen van verdachte steeds ten onrechte gedwongen om met de prijzen van een frauduleuze partij te concurreren.

In totaal heeft de Belastingdienst voor € 1.101.806,24 naheffingsaanslagen opgelegd aan [verdachte] . De verdediging heeft aangevoerd dat het uiteindelijk te betalen bedrag wellicht lager zou kunnen uitvallen, omdat er nog procedures lopen. Anderzijds merkt de rechtbank op dat het totale bedrag aan onterecht niet-betaalde accijnzen binnen de Europese Unie (wat door [verdachte] mede mogelijk is gemaakt) zich moeilijk laat schatten maar logischerwijs veel hoger zal moeten liggen. Gelet op de aard, ernst en duur van de bewezenverklaarde feiten alsmede de mate waarin (internationaal) intensief is samengewerkt kan daarop naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door de officier van justitie en de verdediging is bepleit, niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een straf.

De samenloop van de feiten.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1, feit 2 en feit 3 zoals deze bewezen zijn verklaard, sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. De verschillende bewezenverklaarde, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen hangen (ook met betrekking tot de desbetreffende wilsbesluiten) zo nauw met elkaar samen dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt (het vervalsen, bewaren en gebruiken van documenten ten behoeve van het faciliteren van accijnsfraude). De strekking van de desbetreffende strafbepalingen loopt bovendien niet uiteen.

De overschrijding van de redelijke termijn.

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het recht van elke verdachte op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM, is geschonden. De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat het tijdsverloop tot aan dit vonnis geheel of gedeeltelijk aan de verdediging is toe te rekenen. Ook is er geen sprake van feiten of omstandigheden die ertoe dienen te leiden dat afgeweken wordt van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaren bedraagt.

De rechtbank neemt de doorzoekingen op 10 maart 2021 als aanvangsmoment voor de redelijke termijn. Een en ander maakt dat bij het doen van uitspraak door deze rechtbank de redelijke termijn met 2 jaar, 10 maanden en 25 dagen is overschreden. De rechtbank zal in strafmatigende zin rekening houden met deze forse termijnoverschrijding.

Het justitiële verleden van de rechtspersoon en de huidige bedrijfsomstandigheden.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf heeft de rechtbank tot slot acht geslagen het op naam van [verdachte] gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 december 2025, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor een misdrijf. Daarnaast zal de rechtbank ten aanzien van de hoogte van de boete wel rekening houden met het feit dat de rechtspersoon feitelijk niet langer omzet en/of winst genereert. Immers wordt het bedrijf niet langer geëxploiteerd.

De straf.

Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte een geldboete opleggen ter hoogte van € 20.000,--. Zonder overschrijding van de redelijke termijn had zij aan verdachte een geldboete ter hoogte van € 25.000,-- opgelegd.

8
Het beslag.

De rechtbank volgt ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen de eis van de officier van justitie. Dit houdt (gelet op de beslaglijst van 5 december 2025) in dat de rechtbank de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen administratie (voor zover deze niet reeds is vernietigd).

9
De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

23, 47, 51, 56, 57, 225 van het Wetboek van Strafrecht.

10
DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vervolging ten aanzien van onderdelen a) en b) zoals beschreven onder feit 3 van de tenlastelegging;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde oplevert de voortgezette handeling van de misdrijven:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in art. 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf:

Een geldboete ter hoogte van € 20.000,-- (voluit: twintigduizend euro);

- gelast de teruggave van de inbeslaggenomen goederen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet- teruggegeven voorwerpen met strafrechtelijk beslagtitel van 5 december 2025.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C. Palmboom, voorzitter,

mr. M. Langstraat en mr. G.F.A.M. de Graauw, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S.B.J. de Leeuw, griffier,

en is uitgesproken op 3 februari 2026.

BIJLAGE I: DE TENLASTELEGGING

ten aanzien van feit 1:

[verdachte] , op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

a. een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code

20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of

20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of

20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of

20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of

20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of

20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of

20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of

20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of

18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of

18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of

19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of

19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of

een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1)

een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met

als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of

als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of

als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of

als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-065-01, DOC-065- 02), en/of

als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] (DOC-058-01) en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [verdachte] , gestuurd door [bedrijf 5] (DOC-038-16) en/of

een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01)

een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten

een (of meerdere( factu(u)r(en) van [bedrijf 2] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of

een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 3] , te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of

een (of meerdere) factu(u)r(en) van [verdachte] aan [bedrijf 1] , te weten DOC-035-08 • een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01)

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid —

ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of

ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of

ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of warehouse handling fees en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht

zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

ten aanzien van feit 2:

[verdachte] , op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de (bedrijfs)administratie van [verdachte] valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken door een of meerdere valse en/of vervalste elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) en/of CMR's/(internationale) vrachtbrieven en/of factu(u)r(en) hier in op te nemen en/of doen opnemen, te weten:

1. een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code

20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of

20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of

20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of

20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of

20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of

20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of

20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of

20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of

18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of

18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of

19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of

19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of

een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1)

2. een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of

als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of

als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of

als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-065-01, DOC-065- 02), en/of

als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of

CMR’s/(internationaIe) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] (DOC-058-01) en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [verdachte] , gestuurd door [bedrijf 5] (DOC-038-16) en/of

een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01)

3. een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten

een (of meerdere( factu(u)r(en) van [bedrijf 2] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of

een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 3] , te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of

een (of meerdere) factu(u)r(en) van [verdachte] aan [bedrijf 1] , te weten DOC-035-08

een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01)

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid —

ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of

ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of

ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of warehouse handling fees en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht

zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

ten aanzien van feit 3:

[verdachte] , op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware deze echt en onvervalst door

1. een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code

20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of

20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of

20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of

20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of

20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of

20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of

20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of

20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of

18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of

18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of

19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of

19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of

een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1)

2. een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met

als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of

als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of

als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of

als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-065-01. DOC-065- 02), en/of

als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] (DOC-058-01) en/of

CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [verdachte] , gestuurd door [bedrijf 5] (DOC-038-16) en/of

een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01)

3. een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten

een (of meerdere( factu(u)r(en) van [bedrijf 2] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061 -03 en/of DOC-062-03) en/of

een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 3] , te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of

een (of meerdere) factu(u)r(en) van [verdachte] aan [bedrijf 1] , te weten DOC-035-08

een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01)

heeft/hebben afgeleverd aan de Douane en/of Belastingdienst en/of voorhanden heeft/hebben gehad bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens) hierin dat in strijd met de waarheid

ad a) deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of

ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of

ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of warehouse handling fees en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht.