Strafrecht overig

Unus-arrest. Vernietiging vonnis waarvan beroep. Verkeersongeval. Veroordeling ter zake van overtreding van…

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
16 juli 2026
Zaaknummer
23-002680-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1952
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Unus-arrest. Vernietiging vonnis waarvan beroep. Verkeersongeval. Veroordeling ter zake van overtreding van art. 163 lid 2 WVW 1994 (weigeren ademonderzoek), art. 5 WVW 1994 (gevaar/hinder op de weg veroorzaken) en art. 107 lid 1 WVW 1994 (rijden zonder rijbewijs). Geldboete.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-047123-25

parketnummer hoger beroep : 23-002680-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 juli 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte 1]

voornamen: [verdachte 2]

geboren: op [geboortedag] 1990 te 0000 ( [geboorteplaats] )

adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegd
feit 1:
op 2 november 2024 te Hoorn;
feit 2:
op 2 november 2024 te Wervershoof, gemeente Medemblik;
feit 3:
op 2 november 2024 te Wervershoof, gemeente Medemblik.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 107, 163, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Ten aanzien van onder feit 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het onder feit 3 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.

Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 30 (dertig) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).

Gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, in bijzijn van mr. S.S.I. Jackson, griffier.

mr. L.M.G. de Weerd