primair
hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2022 tot en met 21 december 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] en/of [slachtoffer] , door
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig meerdere berichten via Instagram te sturen aan die [slachtoffer] , en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig meerdere berichten via Instagram te sturen aan die [slachtoffer] , en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig via Instagram te bellen naar verschillende pagina's in het beheer van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] , en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen via WhatsApp berichten stuurt naar die [slachtoffer] , en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig belt naar die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] , en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen meerdere berichten op Instagram te plaatsen over die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] , en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen zich in en/of rondom het kantoor te begeven waar die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] werkzaam zijn, en/of
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen meerdere berichten in, op en/of rondom het kantoor waar die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] werkzaam zijn te plaatsen
met het oogmerk die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2022 tot en met 21 december 2023 te Amsterdam, een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten [slachtoffer] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten tot het betaling van een geldbedrag door verschillende dwingende berichten te sturen via Instagram aan [naam 1] , in elk geval een pagina in het beheer van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] .
primair
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door op zijn, verdachtes, Instagram-account een foto van die [slachtoffer] te plaatsen met daarbij de woorden "pedofile", terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was;
subsidiair
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door door op zijn, verdachtes, Instagram-account een foto van die [slachtoffer] te plaatsen met daarbij de woorden "pedofile";
meer subsidiair
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding heeft beledigd door op zijn, verdachtes, Instagram-account, althans op een door verdachte beheerd social media-account, een foto van [slachtoffer] te plaatsen met daarbij de tekst ‘Pedophile’.
3
hij op of omstreeks 11 maart 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, een fiets (van het merk Azor), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[naam 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat de tenlastelegging in hoger beroep is gewijzigd, en het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Ontvankelijkheid openbaar ministerie
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er een ‘formeel beletsel’ is ten aanzien van het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde, omdat niet is voldaan aan het klachtvereiste.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat [slachtoffer] een klacht heeft ingediend ter zake van smaad/laster, zo blijkt uit zijn aangifte, in verband met het plaatsen van zijn een foto op het Instagram-account van de verdachte, waarop [slachtoffer] te zien is, aan welke foto de met de Engelse tekst ‘pedophile’ is toegevoegd. De verdachte is onder 2 meer subsidiair ten laste gelegd dat hij [slachtoffer] heeft beledigd door het plaatsen van voornoemde foto.
Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de door [slachtoffer] ingediende klacht betrekking heeft op dezelfde gebeurtenis als waar de ten laste gelegde belediging op ziet, zodat het verweer van de raadsman moet worden verworpen. Het openbaar ministerie is ontvankelijk in de vervolging.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat geen sprake is van de tenlastelegging van een ‘bepaald feit’ als bedoeld in de artikelen 261 en 262 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring ter zake van de artikelen 261 en 262 Sr is vereist dat sprake is van de tenlastelegging van een ‘bepaald feit’. Het ten laste gelegde feit is ‘bepaald’ indien het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst. Daarvan is geen sprake indien het feit waarvan iemand wordt beschuldigd niet ziet op een concrete gedraging, maar op een eigenschap die hem wordt toegedicht.
Het hof stelt vast dat de verdachte op zijn Instagram-account een foto heeft geplaatst van aangever [slachtoffer] met daarbij de (Engelse) tekst ‘pedophile’, en dus met het woord ‘pedofiel’. Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde, omdat het woord ‘pedofiel’ betrekking heeft op een eigenschap en niet op een concrete gedraging.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. De door de raadsman gevoerde verweren vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 meer subsidiair en
3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
primair
hij in de periode van 28 oktober 2022 tot en met 21 december 2023 te Amsterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] en [slachtoffer] , door
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig meerdere berichten via Instagram te sturen aan die [slachtoffer] , en
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig meerdere berichten via Instagram te sturen aan die [slachtoffer] , en
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen veelvuldig via Instagram te bellen naar verschillende pagina's in het beheer van die [slachtoffer] en [slachtoffer] , en
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen meerdere berichten op Instagram te plaatsen over die [slachtoffer] en [slachtoffer] , en
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen zich in en rondom het kantoor te begeven waar die [slachtoffer] en [slachtoffer] werkzaam zijn, en
? herhaaldelijk en op verschillende tijdstippen meerdere berichten in, op en rondom het kantoor waar die [slachtoffer] en [slachtoffer] werkzaam zijn te plaatsen
met het oogmerk die [slachtoffer] en [slachtoffer] vrees aan te jagen.
3
hij op 11 maart 2023 te Amsterdam, een fiets (van het merk Azor), die aan
[naam 2] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen onder 1 primair, 2 meer subsidiair en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2 meer subsidiair en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
belaging.
Het onder 2 meer subsidiair bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging.
Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:
diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair, 2 meer subsidiair en 3 bewezenverklaarde uitsluit.
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en
3 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 meer subsidiair en
3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 220 uren, subsidiair 110 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaren onder de bijzondere voorwaarden dat:
? de verdachte binnen 3 dagen na de datum waarop deze zaak onherroepelijk is de onder
2 ten laste gelegde foto definitief van zijn Instagram-account zal verwijderen;
? de verdachte op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zal (laten) opnemen met [slachtoffer] en [slachtoffer] .
De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich gedurende een periode van 14 maanden schuldig gemaakt aan belaging. Hij heeft in die periode herhaaldelijk op een dwingende en bedreigende wijze contact gezocht met de slachtoffers. Naast de vele berichten en telefoontjes, heeft hij hen opgezocht, achtervolgd en opgewacht. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan belediging en diefstal door van het ene slachtoffer online een foto te plaatsen met het woord ‘pedofiel’ en een fiets te stelen die in gebruik was bij het andere slachtoffer. De enige aanleiding voor deze feiten lijkt het beëindigen van de zakelijke overeenkomst door de slachtoffers te zijn geweest. De verdachte heeft hiermee een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit en levenssfeer van de slachtoffers. De situaties die zijn ontstaan moeten voor de slachtoffers op momenten bijzonder bedreigend en beangstigend zijn geweest. Het plaatsen van de foto kan bovendien enkel bedoeld zijn geweest om het slachtoffer te schaden. De diefstal van de fiets toont een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen.
Het hof heeft met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 26 februari 2025 en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman hieromtrent ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht. Daaruit is onder meer gebleken dat de verdachte, ondanks zijn rugklachten en de contra-indicaties die de reclassering toen zag, in staat is een gevangenisstraf te ondergaan en/of een taakstraf uit te voeren.
Het hof is, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten een aanzienlijke taakstraf rechtvaardigen. Daarbij heeft het hof in het bijzonder gelet op de duur van de belaging en de aard van de verrichte handelingen: het opzoeken, achtervolgen en opwachten van de slachtoffers. De medische situatie van de verdachte geeft het hof wel reden om de door de advocaat-generaal gevorderde taakstraf enigszins te matigen.
Het hof zal de verdachte daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, omdat er aanwijzingen bestaan dat de verdachte op dit moment, ruim twee jaar later, nog steeds contact zoekt met de slachtoffers en omdat de ernst van de feiten zulks rechtvaardigen. Om die eerst genoemde reden zal het hof als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de slachtoffers stellen en aan die voorwaardelijke gevangenisstraf een langere proeftijd verbinden dan gebruikelijk is, namelijk 3 jaren.
Het hof kan niet vaststellen dat de onder 2 bewezen verklaarde foto nog op het Instagram-account van de verdachte staat. Daarom zal het hof daar, anders dan door de advocaat-generaal is gevorderd, geen bijzondere voorwaarde over formuleren.
Het hof acht, alles afwegende en rekening houdend met het bepaalde in artikel 63 Sr, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 266, 285b en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 meer subsidiair en
3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 meer subsidiair en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
? [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 1];
? [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2].
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.J. Hübel, mr. W.S. Ludwig en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van
mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 mei 2026.
Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
proces-verbaal uitspraak
_______________________________________________________________ _ _
parketnummer: 23-002419-25
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 4 mei 2026.
Tegenwoordig zijn:
mr. L.F. Roseval, raadsheer,
J.M. Homoet, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. A.H. Buijsman, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.
De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.
(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:
Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
De raadsheer spreekt het arrest uit.
De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)
De verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van het recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE in deze zaak is gedetineerd)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.