Strafrecht overig

Vrijspraak medeplegen (zware) mishandeling.

Zaakgegevens

Op 18 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 februari 2026
Datum publicatie
28 juli 2026
Zaaknummer
23-000352-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2094
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak medeplegen (zware) mishandeling.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000352-22

datum uitspraak: 18 februari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 februari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-245490-20 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 maart 2024, 24 april 2025 en 4 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het door de politierechter ten aanzien van de vrijspraak overwogene zal aanvullen.

Aanvullende overweging vrijspraak

De verdachte heeft ook in hoger beroep ontkend in de woning van aangever te zijn geweest en betrokken te zijn geweest bij de (zware) mishandeling van aangever. In hoger beroep is op 4 februari 2026 op verzoek van de verdediging getuige [naam] (hierna: de getuige) ter terechtzitting gehoord. Deze verklaring betreft een de-auditu verklaring met de verdachte als bron, die in tegenspraak is met de verklaring van de verdachte.

Hoewel de getuige ter terechtzitting een betrouwbare indruk op het hof maakte, overweegt het hof dat deze verklaring onvoldoende wordt ondersteund door ander objectief bewijsmateriaal. Daarmee kan het hof – met de politierechter – in het licht van het gehele dossier niet buiten gerede twijfel vaststellen dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair of meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. W.F. Groos en mr. E.J Hofstee, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 februari 2026.