Strafrecht overig

OM appel. Feit 1; bevesting vrijspraak in EA; medeplegen opzettelijk vervoeren/afleveren/aanwezig hebben…

Gerechtshof Amsterdam, 6 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 augustus 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
23-001313-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2184
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OM appel. Feit 1; bevesting vrijspraak in EA; medeplegen opzettelijk vervoeren/afleveren/aanwezig hebben. Feit 2; witwassen; OM NO ( artikel 416 lid 3).

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001313-24

datum uitspraak: 6 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-257444-23 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden, met aftrek van voorarrest.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep ten aanzien van feit 2

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis waarvan beroep waarbij de verdachte is vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 en 2 ten laste is gelegd. Blijkens de appelakte en de appelschriftuur van 25 juni 2024 was het hoger beroep gericht tegen de vrijspraak van beide feiten.

Per e-mailbericht van 22 juli 2026 heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep voor zover dat ziet op feit 2 en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Gelet op het voorgaande en gehoord de verdediging, is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, de officier van justitie op grond van het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep voor zover dat ziet op feit 2.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich - voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen - met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.J. van Eekeren, mr. C.J. van der Wilt en mr. M.J.A. Colijn, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 augustus 2026.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]