Strafrecht overig

Poging doodslag door inrijden met auto op slachtoffer. Bevestiging met dien verstande dat het hof de…

Zaakgegevens

Op 15 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 mei 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
23-001996-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2225
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging doodslag door inrijden met auto op slachtoffer. Bevestiging met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de rechtbank zal vervangen.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 3 september 2024

    ECLI:NL:RBNHO:2024:9092
  2. Gerechtshof Amsterdam · 15 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2026:2225

    Overig

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001996-24

datum uitspraak: 15 mei 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 september 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 15-107845-22 en 15-168592-20 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de rechtbank zal vervangen door de navolgende bewijsoverweging en een door de rechtbank gebezigd bewijsmiddel (te weten de eigen waarneming ter terechtzitting) zal vervangen.

Bewijsoverweging hof

Op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 25 februari 2022 komt de aangever [aangever] ’s avonds laat als bijrijder in een witte Citroën aan bij een tankstation in Berkhout. De bestuurder van de Citroën stapt uit en loopt de winkel van het tankstation binnen. Vervolgens komt een zwarte Volkswagen Polo aanrijden. De verdachte [verdachte] is de bestuurder van deze auto. Hij parkeert achter de Citroën en gaat tanken. De bijrijder van de Volkswagen Polo (medeverdachte [medeverdachte] ) stapt eveneens uit, gaat de winkel van het tankstation binnen en kijkt naar buiten in de richting van verdachte terwijl hij een flesje pakt. Als de verdachte in de richting van de winkel loopt, kijkt hij over zijn rechterschouder naar achteren en loopt dan naar de Citroën waar aangever [aangever] als bijrijder inzit. [medeverdachte] legt hierop direct het flesje weg, verlaat de winkel en voegt zich bij de verdachte. Samen lopen zij naar de bijrijderskant van de Citroën, waarvan het autoportier opengaat. De verdachte staat als eerste bij het portier, waarna [medeverdachte] zich ermee lijkt te bemoeien en voor de verdachte langsgaat en voor het geopende portier staat. [aangever] stapt uit de Citroën met een fles in zijn hand en loopt weg met [medeverdachte] achter zich aan. [aangever] maakt met de fles een beweging in de richting van [medeverdachte] , waarbij ze op ongeveer één à twee meter afstand van elkaar staan. De verdachte rent vervolgens naar de Volkswagen Polo en rijdt weg van de pomp. De verdachte rijdt hierna met de Volkswagen Polo kennelijk tegen [aangever] aan, waardoor hij ten val komt en de Volkswagen Polo hem meerdere meters meesleurt. [medeverdachte] rent op dat moment links van de Volkswagen Polo mee maar kan hem gezien de snelheid van de Volkswagen niet goed bijhouden. De verdachte remt op enig moment, waarna [aangever] op staat en probeert weg te lopen, waarop de verdachte met de Volkswagen Polo instuurt in zijn richting, gas geeft en [aangever] opnieuw aanrijdt waardoor hij ten val komt.

De verdachte heeft bekend dat hij de bestuurder is geweest van de Volkswagen Polo. Hij heeft verklaard dat hij [aangever] niet met opzet heeft aangereden.

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld hoe zijn handelen moet worden gekwalificeerd en overweegt daartoe als volgt.

Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte tweemaal met de Volkswagen Polo op [aangever] is ingereden. [aangever] komt daardoor twee keer ten val. Bij de eerste keer wordt [aangever] enkele meters meegesleurd door de Volkswagen Polo. Het is het hof uit de inhoud van het dossier bepaald niet gebleken dat de verdachte dit per ongeluk heeft gedaan. Er is in beide gevallen sprake van het bewust aanrijden van en inrijden op [aangever] .

Ten aanzien van de stelling van de verdachte dat er geen sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet op de dood van [aangever] , wordt als volgt overwogen.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.

Door het tweemaal met een auto aanrijden van [aangever] (een onbeschermde voetganger), het gedurende meters blijven doorrijden terwijl [aangever] voor en voor een gedeelte onder de auto ligt en wordt meegesleurd door de auto, en het opnieuw insturen van de auto in de richting van [aangever] , nadat deze heeft weten op te staan, heeft de verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat [aangever] zou komen te overlijden. Dat [aangever] als gevolg van de aanrijdingen geen ernstig letsel heeft opgelopen, is niet aan de verdachte te danken en doet daar niet aan af.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag.

Vervanging bewijsmiddel

Het hof vervangt bewijsmiddel 2 uit het vonnis (pagina 9, de eigen waarneming van de rechtbank van de compilatievideo) door het navolgende bewijsmiddel:

Een proces-verbaal van bevindingen in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 107 t/m 123].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Uit de camerabeelden kwam naar voren dat op 25 februari 2022 om 23:35:17 uur een Citroën C3, met [aangever] als bijrijder, aan kwam rijden bij het tankstation. [aangever] bleef in de auto zitten en de bestuurder (het hof begrijpt: [persoon]) stapte uit en ging het winkelgedeelte van het tankstation binnen. Om 23:36:13 uur kwam er een Volkswagen Polo aan rijden die achter de Citroën C3 stopte. De bijrijder (het hof begrijpt: [medeverdachte]), door [aangever] genoemd als degene die hem had neergestoken, stapte uit en liep het winkelgedeelte van het tankstation in. De bestuurder [verdachte] , stapte uit en ging tanken. Te zien is dat [verdachte] even kort bij de bijrijderskant van de Volkswagen Polo in- en uitstapt en daarna in de richting van de ingang van het tankstation loopt. Te zien is dat hij contact zoekt met [aangever] en dan naar hem toeloopt. [medeverdachte] loopt ook naar [aangever] . [verdachte] en [medeverdachte] staan dan bij de bijrijderskant van de Citroën C3 waarna op een gegeven moment [aangever] uit de auto komt. Te zien is dat ze lopen naar de westzijde van het tankstation en [aangever] en [medeverdachte] komen tegen over elkaar te staan. [aangever] dreigt [medeverdachte] met de fles te gaan slaan. Te zien is dat [verdachte] naar de Volkswagen rent en instapt. [verdachte] rijdt vervolgens [aangever] aan die ongeveer 15 meter werd meegesleept. Hierna stond [aangever] op en werd hij nogmaals aangereden. [aangever] stond weer op en werd vervolgens aangevallen door [medeverdachte] .

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera en mr. P.E. de Wildt griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 mei 2026.

mr. A.R.O. Mooy, mr. A.M.A. Keulen en mr. P.E. de Wildt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.