Strafrecht overig

Vernitiging vonnis. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het…

Zaakgegevens

Op 15 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 mei 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
23-002951-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2233
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernitiging vonnis. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het slachtoffer geen aangifte van diefstal heeft gedaan. Het hof is echter van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier en met name de beschrijving van de camerabeelden, voldoende aannemelijk is geworden dat de verdachte iets heeft weggenomen van het slachtoffer zonder toestemming of instemming van het slachtoffer.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002951-24

datum uitspraak: 15 mei 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 december 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 13-356875-24 en 13-331646-24 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1967,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 10 november 2024 te Amsterdam een mobiele telefoon, althans een daarop gelijkend voorwerp, en/of een stuk papier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het slachtoffer geen aangifte van diefstal heeft gedaan. Het hof is echter van oordeel dat, gelet op de inhoud van het dossier en met name de beschrijving van de camerabeelden, voldoende aannemelijk is geworden dat de verdachte iets heeft weggenomen van het slachtoffer zonder toestemming of instemming van het slachtoffer. De verdachte heeft bovendien geen enkele aannemelijke verklaring voor zijn gedraging gegeven. Het hof komt daarom tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 november 2024 te Amsterdam een voorwerp dat aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander, toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Geen oplegging van straf en of maatregel

De politierechter heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel gelet op de aan de inmiddels aan de verdachte opgelegde en thans nog lopende ISD-maatregel.

De raadsman heeft het hof verzocht toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zakkenrollerij. Zakkenrollerij is een misdrijf dat bij de benadeelden hinder, schade en gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt. Daarnaast brengt het in de samenleving gevoelens van ongenoegen en onveiligheid teweeg. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Volgens de Justitiële Documentatie van 21 april 2026 van de verdachte is hij vele malen eerder veroordeeld voor vermogensdelicten. Het voorgaande, in combinatie met de ernst van het feit, rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de hierna te bespreken omstandigheden zal het hof hiertoe echter niet overgaan.

Ter terechtzitting in hoger beroep en volgens de Justitiële Documentatie van 21 april 2026 van de verdachte is gebleken dat hij op 9 april 2025 een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren opgelegd heeft gekregen. Het hof is daarom met de raadsman en de advocaat-generaal van oordeel dat toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht aangewezen is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9a, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2024 opgelegde voorwaardelijke straf.

Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden afgewezen.

De raadsman heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd wederom aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, in beginsel de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast.

Zoals hiervoor is overwogen, is gebleken dat aan de verdachte op 9 april 2025 een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren is opgelegd. Bij die stand van zaken acht het hof, met de advocaat-generaal en de verdediging, het niet opportuun de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten. Het hof zal de vordering daarom afwijzen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Amsterdam van 12 november 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2024, parketnummer 13-331646-24, voorwaardelijk opgelegde straf.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera en mr. P.E. de Wildt griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 mei 2026.

mr. A.R.O. Mooy, mr. A.M.A. Keulen en mr. P.E. de Wildt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.