Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 18 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 mei 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
23-002468-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2240
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

AMA

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg : 15-065620-25 en 96-211511-24 (TUL)

parketnummer hoger beroep : 23-002453-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer,

van 18 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 oktober 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegd
subsidiair:
op 28 februari 2025 te Landsmeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Ten aanzien van het onder subsidiair bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 13 februari 2025 parketnummer 96-211511-24, met een termijn van 1 (één) jaar.

Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. N.R.H. Marsera, griffier.

mr. R.A.E. van Noort