Strafrecht overig

Winkeldiefstal en bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht door het uiten van bedreigende…

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
23-002865-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2253
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Winkeldiefstal en bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht door het uiten van bedreigende woorden, in combinatie met een onverhoeds stekende beweging met een langwerpig voorwerp. Voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002865-24

datum uitspraak: 13 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 november 2024 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-275503-24, 13-278333-24 en 13-356636-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1961,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, zijn raadsman en de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-275503-24:

hij op of omstreeks 28 augustus 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meerdere verpakkingen vlees, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 13-278333-24:

hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik sla al je tanden uit je bek" en/of "ik maak je dood" en/of "ik brokko je mars", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Zaak met parketnummer 13-356636-24:

hij op of omstreeks 3 november 2024 te Amsterdam [benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde partij] dreigend de woorden toe te voegen "Raak mij niet aan. Ik steek je dood!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of door een langwerpig en/of puntig voorwerp vast te pakken en/of daar (vervolgens) meerdere malen stekende bewegingen mee te maken in de richting van die [benadeelde partij] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-275503-24:

hij op 28 augustus 2024 te Amsterdam verpakkingen vlees, die aan [winkel] ( [adres 2] ) toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 13-278333-24:

hij op 30 augustus 2024 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: "ik sla al je tanden uit je bek" en "ik maak je dood" en "ik brokko je mars";

Zaak met parketnummer 13-356636-24:

hij op 3 november 2024 te Amsterdam [benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde partij] dreigend de woorden toe te voegen "Raak mij niet aan. Ik steek je dood!" en door een langwerpig voorwerp vast te pakken en daar vervolgens een stekende beweging mee te maken in de richting van die [benadeelde partij] .

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-275503-24 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 13-278333-24 en in de zaak met parketnummer 13-356636-24 bewezenverklaarde levert telkens op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken, met een proeftijd van twee jaren.

De raadsman heeft verzocht een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen, omdat bij de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het risico bestaat dat de verdachte zijn begeleide woonplek verliest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal en bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht. Diefstal is een ergerlijk feit, dat in het algemeen naast financiële schade ook hinder en overlast voor de gedupeerde veroorzaakt. Daarnaast kan het uiten van bedreigende woorden, zeker in combinatie met een onverhoeds stekende beweging met een langwerpig voorwerp, gevoelens van angst bij de slachtoffers en omstanders veroorzaken. Dat dit ook is gebeurd, is ter zitting naar voren gebracht door een van de slachtoffers.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 15 juli 2026 is hij eerder ter zake van vermogens- en geweldsdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Ondanks dat de door de politierechter opgelegde straf recht doet aan de ernst van de feiten, zal het hof de advocaat-generaal en de raadsman volgen door een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, in verband met de zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 750,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat het handelen van de verdachte veel impact op hem heeft gehad, die onder andere tot uiting is gekomen in herbelevingen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd toe te wijzen een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, en de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op te leggen.

De raadsman heeft verzocht de vordering niet toe te wijzen, en subsidiair te matigen, wegens het ontbreken van een onderbouwing van het gestelde psychische leed.

Het hof overweegt als volgt.

Artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) brengt mee dat de benadeelde partij onder meer recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding indien zij ten gevolge van het strafbare feit op ‘andere wijze in haar persoon is aangetast’. Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in de zin van artikel 6:106 BW is in ieder geval sprake als de benadeelde partij geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven zijn of kunnen worden vastgesteld.

De benadeelde partij heeft zijn vordering niet met objectieve stukken onderbouwd. Ook anderszins kan het hof niet naar objectieve maatstaven vaststellen dat de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen door het handelen van de verdachte.

Naar het oordeel van het hof brengen de aard en de ernst van de normschending in dit geval niet mee dat de in dit verband nadelige gevolgen voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen.

De benadeelde partij de gelegenheid geven om de vordering verder te onderbouwen zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. Het hof verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-275503-24 en in de zaak met parketnummer 13-356636-24 en in de zaak met parketnummer 13-278333-24 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-275503-24 en in de zaak met parketnummer 13-356636-24 en in de zaak met parketnummer 13-278333-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. J.F.C. Schnitzler, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2026.

mr. M.F.J.M. de Werd en mr. J.F.C. Schnitzler zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.