Strafrecht overig

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen. De verdachte heeft samen…

Zaakgegevens

Op 25 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 juni 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
23-002425-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2288
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen. De verdachte heeft samen met zijn mededader gepoogd om een portiekdeur open te krijgen door middel van het flipperen van een slot, met de bedoeling om, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegegeven, vervolgens daar goederen weg te nemen. De verdachte verklaarde ter terechtzitting schoon schip te willen maken, maar verklaarde vervolgens dat hij tot op het moment dat hij voor de deur van de portiekwoning stond niet wist dat het de bedoeling was om in te breken en iets wederrechtelijk mee te nemen. Ook ontkende hij met een zaklamp te hebben geschenen. Verder heeft de verdachte weinig openheid betracht en geen inzicht gegeven in het motief van zijn handelen. Naar het oordeel van het hof lijkt het handelen van de verdachte wel degelijk doelbewust te zijn geweest. Het hof acht zijn verklaring dat hij zonder doel met zijn vriend is gaan rijden en naar het appartementencomplex is toegelopen niet geloofwaardig. Dat het niet tot een voltooide inbraak is gekomen, is enkel te danken aan een oplettende politieagent die buiten haar diensttijd de verdachte en de mededader op heterdaad heeft betrapt.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002425-25

datum uitspraak: 25 juni 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingslocatie Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 20 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 16-407182-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1968,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 22 december 2024 te Houten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om huisraad, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een bewoner van het appartementencomplex [complex] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels, heeft geprobeerd de portiekdeur te openen door met een voorwerp het slot te forceren en/of te flipperen, althans te openen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij, op of omstreeks 22 december 2024 te Houten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in een besloten lokaal, te weten Appartementencomplex [complex], bij een ander, te weten de bewoners van dat

complex, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s) in gebruik,

wederrechtelijk binnen te dringen geprobeerd heeft de portiekdeur te openen door met een voorwerp het slot te forceren en/of te flipperen en/of aan de (daarbij) aan de deurklink te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 december 2024 te Houten tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om huisraad, in elk geval enig goed, dat aan een bewoner van het appartementencomplex [complex] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen goed/goederen onder hun bereik te brengen door middel van valse sleutels, de portiekdeur te openen door met een voorwerp het slot te flipperen, althans te openen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft samen met zijn mededader gepoogd om een portiekdeur open te krijgen door middel van het flipperen van een slot, met de bedoeling om, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegegeven, vervolgens daar goederen weg te nemen. De verdachte verklaarde ter terechtzitting schoon schip te willen maken, maar verklaarde vervolgens dat hij tot op het moment dat hij voor de deur van de portiekwoning stond niet wist dat het de bedoeling was om in te breken en iets wederrechtelijk mee te nemen. Ook ontkende hij met een zaklamp te hebben geschenen. Verder heeft de verdachte weinig openheid betracht en geen inzicht gegeven in het motief van zijn handelen. Naar het oordeel van het hof lijkt het handelen van de verdachte wel degelijk doelbewust te zijn geweest. Het hof acht zijn verklaring dat hij zonder doel met zijn vriend is gaan rijden en naar het appartementencomplex is toegelopen niet geloofwaardig. Dat het niet tot een voltooide inbraak is gekomen, is enkel te danken aan een oplettende politieagent die buiten haar diensttijd de verdachte en de mededader op heterdaad heeft betrapt.

Het handelen van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor andermans eigendomsrecht. Gedragingen als die van de verdachte veroorzaken niet alleen overlast en schade voor de gedupeerden, maar versterken ook gevoelens van onveiligheid in de samenleving en in het bijzonder bij personen die hiervan het slachtoffer zijn.

Het hof acht, alles afwegende, een straf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Het bewezenverklaarde is begaan met behulp van de volgende in beslag genomen en nog niet

teruggegeven voorwerpen. Deze behoren de verdachte toe en zullen daarom worden verbeurdverklaard:

  • 2 STK Handschoen (Omschrijving: PL0900-2024405402-G3456718);

  • 1 STK Zaklantaarn (Omschrijving: PL0900-2024405402-G3456719 kleine zaklamp van mag-lite).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2 STK Handschoen;

1. STK Lamp.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingslocatie Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E.M. Röttgering, mr. J.J. Roos en mr. R.A. Boon, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2026.

mr. R.A. Boon, mr. A.E.M. Röttgering en mr. N.R.H. Marsera zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.