Strafrecht overig

OVAR overweging: Het hof staat voor de vraag of op basis van de stukken in het procesdossier de aanwezigheid…

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
23-001070-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2295
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OVAR overweging: Het hof staat voor de vraag of op basis van de stukken in het procesdossier de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde kan worden vastgesteld, en of een causaal verband kan worden vastgesteld tussen die eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het handelen van de verdachte. Het hof overweegt hiertoe het volgende. Uit het dossier, in het bijzonder uit het beschreven gedrag van verdachte op 5 september 2023 en uit de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2023, vastgelegd op 5 juni 2023, waarin de rechtbank een zorgmachtiging verleent voor de verdachte, geldende tot en met 1 december 2023, en de daartoe gegeven motivering, vloeit naar het oordeel van het hof voldoende voort dat de verdachte op dat moment lijdende was aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten manisch-psychotische ontregeling bij bekende schizofrenie. Naar het oordeel van het hof is het daarom voldoende aannemelijk om te concluderen dat dit ook zo was ten tijde van het tenlastegelegde op 5 september 2023 en dat de verdachte de hem verweten gedraging onder invloed van die stoornis heeft begaan. Een en ander brengt mee dat de verweten gedraging niet aan de verdachte kan worden toegerekend.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001070-24

datum uitspraak: 12 augustus 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-224949-23 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juli 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 5 september 2023 te 14:15 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 september 2023 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, indien een bewezenverklaring volgt, de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de overtreding van de gebiedsverbod de verdachte wegens zijn ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling niet kan worden toegerekend.

De advocaat-generaal acht de verdachte wel strafbaar.

Het hof staat voor de vraag of op basis van de stukken in het procesdossier de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde kan worden vastgesteld, en of een causaal verband kan worden vastgesteld tussen die eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het handelen van de verdachte.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Uit het dossier, in het bijzonder uit het beschreven gedrag van verdachte op 5 september 2023 en uit de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2023, vastgelegd op 5 juni 2023, waarin de rechtbank een zorgmachtiging verleent voor de verdachte, geldende tot en met 1 december 2023, en de daartoe gegeven motivering, vloeit naar het oordeel van het hof voldoende voort dat de verdachte op dat moment lijdende was aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten manisch-psychotische ontregeling bij bekende schizofrenie. Naar het oordeel van het hof is het daarom voldoende aannemelijk om te concluderen dat dit ook zo was ten tijde van het tenlastegelegde op 5 september 2023 en dat de verdachte de hem verweten gedraging onder invloed van die stoornis heeft begaan. Een en ander brengt mee dat de verweten gedraging niet aan de verdachte kan worden toegerekend.

De verdachte is ten aanzien van het bewezenverklaarde daarom niet strafbaar en wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.J. Hübel, mr. D.A.C. Koster, en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 augustus 2026.