Strafrecht overig
Medeplegen van witwassen van een geldbedrag, een horloge en tassen. Bekennende verdachte, opsomming…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2309 · Gerechtshof Amsterdam · 31 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2309
Zaakgegevens
Op 31 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-000355-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2309
Samenvatting
Medeplegen van witwassen van een geldbedrag, een horloge en tassen. Bekennende verdachte, opsomming bewijsmiddelen. Strafmatigende persoonlijke omstandigheden. Overschrijding redelijke termijn. Taakstraf 180 uren.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000355-24
datum uitspraak: 31 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-061308-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het witwassen van een Rolex Datejust (derde gedachtestreepje), een rosé/goudkleurige ketting met steentjes (vierde gedachtestreepje) en een rosé/goudkleurige armband met steentjes (vijfde gedachtestreepje), zoals (cumulatief) ten laste is gelegd. Het hoger beroep is onbeperkt ingesteld en daarom ook tegen die beslissing gericht. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom ten aanzien van die drie gedachtestreepjes niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 5 augustus 2021 tot en met 19 februari 2023, te Amsterdam en/of Aalsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) van (een) voorwerp(en) te weten:
- een of meerdere contante geldbedrag(en) met een totale waarde van ongeveer 96.930 euro (digitaal p. 55 PV witwassen [naam] ) en/of
- een rosékleurige Rolex Datejust uit fouillering [verdachte] (goednummer 759893) en/of het bijbehorende echtheidscertificaat goednummer 759892 (digitaal p. 98 PV witwassen [naam] ) en/of
- een tas van het merk Louis Vuitton en/of een tas van het merk Balenciaga en/of een tas van het merk Yves Saint Laurent (digitaal p. 92 PV witwassen [naam] ),
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemd(e) voorwerp(en) was en/of voornoemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad en/of voornoemde voorwerp(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een gedeeltelijk andere bewijsconstructie hanteert, het in hoger beroep gevoerde strafmaatverweer bespreekt en ten aanzien van de strafoplegging tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zij in of omstreeks de periode 17 augustus 2022 tot en met 19 februari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben verdachte en haar mededaders voorwerpen, te weten:
- een contante geldbedrag van ongeveer 96.930 euro (digitaal p. 55 PV witwassen [naam] ) en
- een rosékleurige Rolex Datejust uit fouillering [verdachte] (goednummer 759893) en het bijbehorende echtheidscertificaat goednummer 759892 (digitaal p. 98 PV witwassen [naam] ) en
- een tas van het merk Louis Vuitton en een tas van het merk Balenciaga en een tas van het merk Yves Saint Laurent (digitaal p. 92 PV witwassen [naam] ),
verworven en voorhanden gehad en van voornoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl verdachte en haar mededaders, wisten dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen
Nu de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering:
-
de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op
17 maart 2026; -
het proces-verbaal van bevindingen onderzoek chat geld van [persoon] van 7 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (digitale pagina’s 55 tot en met 72, Proces-verbaal van relaas Witwassen);
-
het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] van 15 september 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (los in dossier, ongenummerd);
-
het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres 2] van
21 februari 2023, in de wettelijk vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (digitale pagina’s 73 tot en met 84, Proces-verbaal van relaas Witwassen); -
het proces-verbaal van bevindingen aangetroffen Rolex horloges en certificaten van 16 maart 2023, in de wettelijk vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (digitale pagina’s 97 tot en met 99, Proces-verbaal van relaas Witwassen);
-
een geschrift, te weten een taxatierapport van Quëndag & Silberman Experts Taxateurs van
27 februari 2023 (digitale pagina’s 100 tot en met 107, Proces-verbaal van relaas Witwassen); -
het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking Opel Corsa van 20 februari 2023, in de wettelijk vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren (digitale pagina’s 92 en 93, Proces-verbaal van relaas Witwassen);
-
het proces-verbaal van bevindingen taxatie handtassen van [verdachte] van 29 augustus 2023 (los in dossier, ongenummerd).
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis.
De raadsman heeft het hof verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar te volstaan met een taakstraf. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte first offender is en als enige de zorg draagt voor haar minderjarige zoontje. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf komt haar baan en haar huisvesting in gevaar.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van € 96.930,00, een Rolex en drie designer tassen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Bovendien draagt witwassen bij aan het voortbestaan van criminaliteit. De verdachte heeft daar een aandeel in geleverd en dat rekent het hof de verdachte aan.
De ernst van het feit rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof houdt echter in strafmatigende zin rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De verdachte heeft haar leven op orde, heeft geen nieuwe strafbare feiten gepleegd en draagt als enige de zorg voor haar minderjarige zoontje. Tevens heeft zij een baan en eigen huisvesting. Ook speelt mee dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep openheid van zaken heeft gegeven.
Daarnaast stelt het hof vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 15 februari 2024 hoger beroep ingesteld en het hof spreekt dit arrest uit op 31 maart 2026. Het gaat daarmee om een overschrijding van ongeveer anderhalve maand. Het hof is van oordeel dat die geringe overschrijding wordt gecompenseerd door de door het hof gekozen strafmodaliteit, te weten een taakstraf.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van 180 uren passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder het derde, vierde en vijfde gedachtestreepje tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M.J.A. Plaisier en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
31 maart 2026.
Mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]