Strafrecht overig
Vrijspraak van het niet doen van aangifte liquide middelen van €13.821,52.
Gerechtshof Amsterdam, 17 maart 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2310 · Gerechtshof Amsterdam · 17 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2310
Zaakgegevens
Op 17 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 maart 2026
- Datum publicatie
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-001061-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2310
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van het niet doen van aangifte liquide middelen van €13.821,52.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001061-24
datum uitspraak: 17 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 96-316194-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1945,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij, op of omstreeks 16 januari 2023 te Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het doen van (schriftelijke) aangifte als bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) nummer 1889/2005 van het Europese Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten, immers heeft zij, verdachte toen daar geen, een onvolledige of onjuiste aangifte gedaan terwijl zij die Gemeenschap binnenkwam of verliet en liquide middelen ten bedrage van 10.000 euro of meer vervoerde, te weten een geldbedrag van (in totaal) 13.821,52 euro.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het klopt dat zij € 13.821,52 bij zich had en dat zij daar geen aangifte van heeft gedaan. De verdachte heeft ook verklaard dat zij en haar man vaker reizen met contant geld en dat zij het geld altijd onderling verdelen, maar dat zij deze keer is vergeten het deel van het geld dat aan haar man toebehoorde, uit haar tas te halen. Haar man reist in een rolstoel en vanwege de begeleiding, de drukte en de hectiek op Schiphol is verdachte vergeten het geld van haar man in zijn kleding te stoppen. Het hof stelt vast dat deze verklaring overeenkomt met de foto’s van de enveloppen met geld zoals opgenomen in het procesdossier. Op die foto’s is te zien dat het geld is verdeeld over vier enveloppen. Gelet daarop gaat het hof ervan uit dat aan de zijde van de verdachte sprake is geweest van een vergissing. Het hof spreekt de verdachte daarom vrij van hetgeen aan haar ten laste is gelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 4 april 2023 onder CJIB nummer [nummer] .
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 maart 2026.
Mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.