Strafrecht overig

Vrijspraak betrokkenheid hennepkwekerij en diefstal stroom vanwege onvoldoende bewijs (voor medeplegen)…

Zaakgegevens

Op 16 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 april 2026
Datum publicatie
20 augustus 2026
Zaaknummer
23-002229-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2317
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak betrokkenheid hennepkwekerij en diefstal stroom vanwege onvoldoende bewijs (voor medeplegen). Medeplichtigheid niet ten laste gelegd. Veroordeling voor valsheid in geschrift door gebruik te maken van valse salarisspecificaties. Alternatief scenario niet aannemelijk geworden. Overschrijding redelijke termijn. Taakstraf 54 uren.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002229-23

datum uitspraak: 16 april 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 juli 2020 in de strafzaak onder parketnummer

13-086767-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2024 en 2 april 2026.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 13 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 358, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.
hij op of omstreeks 13 september 2017, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een pand gelegen aan [adres 2] , heeft weggenomen 10.458 kWh elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

3.
hij op of omstreeks 31 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of Belgie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/of alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) salarisspecificatie(s) van [bedrijf] met betrekking tot verdachte, over de maanden februari 2017 en/of maart 2017 en/of april 2017,

- ( elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen

- als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte die (ver)vals(t)e salarisspecificatie(s)heeft opgestuurd en/of via Whatsapp en/of digitaal heeft verzonden naar/aan [persoon 1] en/of [persoon 2] (ter onderbouwing en/of aantoning van het hebben van een dienstverband en/of een maandelijks salaris), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in strijd met de waarheid en/of de werkelijkheid

- in die arbeidsovereenkomst staat vermeld dat verdachte in (loon)dienst is bij en/of een dienstbetrekking had bij [bedrijf] en/of

- in die salarisspecificatie(s) staat/vermeld dat verdachte salaris (steeds ten bedrage van 3.627,58,94 euro) heeft ontvangen van [bedrijf] in/voor de maanden februari 2017, maart 2017 en april 2017.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewezenverklaring en de opgelegde straf tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vrijspraak feit 1 en feit 2

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is onvoldoende komen vast te staan dat de verdachte aan de hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit een intellectuele of materiële bijdrage van zodanig gewicht heeft geleverd dat hem medeplegen kan worden verweten. Hoogstens kan de rol van de verdachte worden geduid als medeplichtigheid, maar dat is niet ten laste gelegd.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 ten laste is gelegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er bij het openbaar ministerie te veel twijfels bestaan over de vraag of de verdachte degene is geweest die het pand heeft gehuurd en de salarisspecificaties heeft overhandigd.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Hij heeft aangevoerd dat een persoonsverwisseling heeft plaatsgevonden. De verdachte is niet degene geweest die het pand heeft gehuurd en de ten behoeve van die huur gevraagde salarisspecificaties heeft overhandigd. Het paspoort dat als bijlage bij de huurovereenkomst van het pand is gevoegd, heeft de verdachte opgegeven als gestolen. Dat het dossier enkel een aangifte vermissing van een paspoort met een ander paspoortnummer bevat, is het gevolg van verwisseling van de paspoortnummers. Iemand anders heeft het paspoort van de verdachte gebruikt en de salarisspecificaties overhandigd.

Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 31 mei 2017 was een kijkmiddag georganiseerd voor geïnteresseerden in de huurwoning [adres 2] . Door de beoogd huurder werden drie salarisspecificaties op naam van de verdachte en een kopie van het paspoort met nummer [nummer 1] op naam van de verdachte overhandigd aan aangever [persoon 1] , die de woning voor haar zwager verhuurde. Het paspoort met nummer [nummer 1] heeft als datum van afgifte 22 juli 2013. De salarisspecificaties waren afkomstig van het bedrijf [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). [bedrijf] heeft per e-mail verklaard dat [verdachte] niet in dienst is en dat nooit is geweest en dat de salarisspecificaties vervalst zijn.

Op 30 juni 2017 is vervolgens het huurcontract getekend. De aangeefster, haar partner en de huismeester van het pand hebben de huurder herkend als de verdachte. De huur is twee keer betaald via een Western Union overboeking, onder de naam van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat bij Western Union het tonen van je paspoort is vereist om een betaling te kunnen doen.

Op 13 september 2017 is op [adres 2] een hennepkwekerij aangetroffen.

In het dossier zijn stukken gevoegd van een strafzaak (16-176625-18) van de verdachte bij de Rechtbank Midden-Nederland, waarin hij is vrijgesproken van – kort gezegd – het telen van hennep, diefstal van elektriciteit en vernieling van het elektriciteitsnetwerk. Op 19 juli 2017 is in een huurwoning aan de [adres 3] een hennepkwekerij aangetroffen. Bij het sluiten van de huurovereenkomst is een kopie van het paspoort met nummer [nummer 1] op naam van de verdachte overhandigd. Volgens de politie staat dit paspoort niet geregistreerd als verloren of gestolen.

In de kopie aanvraag reisdocument op pagina 22 van het dossier (16-176625-18) staat dat de verdachte op 22 juli 2013 een spoedaanvraag heeft gedaan voor een reisdocument. Het bewijsstuk dat ten behoeve van deze aanvraag is overgelegd, is een paspoort van de verdachte met nummer [nummer 2] . Het paspoort met dat nummer staat op de aanvraag ook vermeld als eerder reisdocument. Het paspoort met nummer [nummer 2] was geldig tot 17 april 2013 en was dus ten tijde van voornoemde aanvraag al verlopen. In het politieverhoor op 7 december 2017 heeft de verdachte een proces-verbaal van aangifte vermissing van het paspoort met nummer [nummer 2] overgelegd. In dit proces-verbaal is vermeld dat op 20 juni 2014 aangifte is gedaan van vermissing van het paspoort met nummer [nummer 2] en dat dit paspoort volgens de verdachte sinds 9 januari 2014 vermist is.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft op 22 juli 2013 het paspoort met nummer [nummer 2] getoond bij de aanvraag van het nieuwe paspoort met nummer [nummer 1] . Bijna een jaar later, op 20 juni 2014, doet de verdachte aangifte van vermissing van het paspoort met nummer [nummer 2] . Het paspoort met nummer [nummer 1] stond niet geregistreerd als gestolen of vermist en is op 31 mei 2017 getoond bij het tekenen van de huurovereenkomst van [adres 2] . Het hof heeft, gelet op het vorengaande, geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de paspoortnummers in de processen-verbaal van de politie.

Nu de verdachte door de aangeefster, haar partner en de huismeester van het pand [adres 2] is herkend als de huurder van de woning en er een kopie van zijn paspoort met nummer [nummer 1] is overhandigd, is naar het oordeel van het hof het alternatieve scenario van de verdediging, dat sprake is van een persoonsverwisseling, niet aannemelijk geworden. Het hof komt tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die de salarisspecificaties heeft overhandigd. Dat die salarisspecificaties vals waren, volgt uit de verklaring van het bedrijf waarvan de naam op de valse salarisspecificaties is vermeld. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 3 aan de verdachte ten laste is gelegd.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep – indien het hof niet tot een vrijspraak komt – verzocht de getuige [getuige] te horen. De verdachte heeft verklaard dat hij niet op de kijkmiddag van 31 mei 2017 geweest kan zijn, omdat hij een afspraak had in Luxemburg met [getuige] . Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdachte een foto van een treinkaartje en e-mailberichten met [getuige] overgelegd.

Het hof overweegt als volgt. De afspraak is door [getuige] per e-mailbericht van 31 mei 2017 om 12.14 uur afgezegd. De verdachte reageert per e-mailbericht dat hij in de trein zit. De verdachte heeft ter onderbouwing ook een foto van een treinkaartje overgelegd. Het hof constateert dat het treinkaartje voor de reis Dendermonde-Luxemburg geen datum bevat, niet op naam is gesteld en niet is afgestempeld. De afspraak met [getuige] is blijkens de afzegging niet doorgegaan. Bij die stand van zaken zal het hof bij gebrek aan noodzaak het voorwaardelijk verzoek tot het horen van [getuige] afwijzen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3.

hij op 31 mei 2017 te Amsterdam, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse salarisspecificaties van [bedrijf] met betrekking tot verdachte, over de maanden februari 2017 en maart 2017 en april 2017,

- elk zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen

- als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte die valse salarisspecificaties digitaal heeft verzonden aan [persoon 1] ter onderbouwing en aantoning van het hebben van een dienstverband en een maandelijks salaris, en bestaande die valsheid hierin dat in strijd met de waarheid

- in die salarisspecificatie staat dat verdachte salaris (steeds ten bedrage van 3.627,58 euro) heeft ontvangen van [bedrijf] voor de maanden februari 2017, maart 2017 en april 2017.

Hetgeen onder 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van zestig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door dertig dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door ten behoeve van het ondertekenen van een huurovereenkomst valse salarisspecificaties te overhandigen. Door deze valse geschriften te gebruiken heeft de verdachte het vertrouwen dat in het economisch verkeer in dergelijke stukken moet kunnen worden gesteld geschaad. Het hof rekent dit de verdachte aan en acht in beginsel een taakstraf voor de duur van 60 uren passend en geboden.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 31 juli 2023 hoger beroep ingesteld en het hof spreekt dit arrest uit op 16 april 2026. Het gaat daarmee om een overschrijding van ongeveer achteneenhalve maand. Vanwege de overschrijding ziet het hof aanleiding de straf te matigen, in die zin dat aan de verdachte zal worden opgelegd een taakstraf voor de duur van 54 uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 27 (zeventwintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg, mr. A.P.M. van Rijn, en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2026.

=========================================================================

[…]