Strafrecht overig

diefstal met geweld van pakketten cocaïne, bevestiging vonnis met uitzondering van de straf: dnders dan de…

Zaakgegevens

Op 7 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 september 2026
Datum publicatie
7 september 2026
Zaaknummer
23-000505-26
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2525
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

diefstal met geweld van pakketten cocaïne, bevestiging vonnis met uitzondering van de straf: dnders dan de rechtbank zal het hof aan de verdachte geen volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000505-26

datum uitspraak: 7 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 maart 2026 in de strafzaak onder parketnummer 15-045424-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

gedetineerd in de [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis van de rechtbank

Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank en zal dit bevestigen behalve ten aanzien van de door de rechtbank opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren met daaraan verbonden alle bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.

De raadsman heeft primair verzocht om bij een bewezenverklaring een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen gelijk aan het voorarrest. Subsidiair heeft de raadsman verzocht aan de verdachte een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de rechtbank gecombineerd met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan diefstal met (bedreiging met) geweld. Een vrachtwagenchauffeur reed nietsvermoedend op de openbare weg totdat zijn vrachtwagen plotseling werd klemgezet door een voertuig. Uit het voertuig stapten twee medeverdachten die de vrachtwagenchauffeur vroegen om een schadeformulier in te vullen. Ondertussen was de verdachte achter de chauffeur bezig met het stelen van meerdere pakketten cocaïne uit de koelinstallatie. Op het moment dat de vrachtwagenchauffeur uitstapte en in de gaten kreeg dat hij werd bestolen is zijn telefoon afgepakt en weggegooid door één van de verdachten. Tegen de vrachtwagenchauffeur werd gezegd dat als hij niet ging zitten er ‘iets tegen zijn hoofd zou worden gezet’. De vrachtwagenchauffeur heeft ook een douw gekregen. De verdachten zijn er vervolgens vandoor gegaan met de weggenomen cocaïne. De verdachte heeft zich daarmee ook schuldig gemaakt aan het vervoeren van cocaïne.

De verdachte en de medeverdachten hebben met deze overval ervoor gezorgd dat de vrachtwagenchauffeur zich angstig en onveilig heeft gevoeld. De vrachtwagenchauffeur is onder nummer als getuige gehoord. Tijdens dit verhoor heeft de vrachtwagenchauffeur verklaard dat het ‘hem in de auto wel veel werd’ en dat hij er tegenop zag om daarna weer de weg op te moeten. Overvallen zoals deze veroorzaken ook in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid. Het hof rekent het de verdachte daarnaast aan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren van (de daarvoor gestolen) cocaïne. Het vervoer van cocaïne en – in het verlengde daarvan – de handel erin, en het gebruik ervan, veroorzaken een bedreiging voor de volksgezondheid, onrust in de samenleving en leiden veelal (direct en indirect) tot diverse vormen van (eveneens zware) criminaliteit. De verdachte heeft zich enkel laten leiden door financieel gewin. Bovendien heeft de verdachte op geen enkel moment verantwoordelijkheid willen nemen voor zijn daden door openheid van zaken te geven.

Persoon van de verdachte en op te leggen straf

Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal en het overtreden van de Opiumwet. Het hof zal dit – net zoals de rechtbank – in het nadeel van de verdachte meewegen bij de strafoplegging.

Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat gelet op de ernst van het bewezenverklaarde (in elk geval een gedeeltelijke) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. Het hof houdt ook – net zoals de rechtbank – rekening met dat het toegepaste geweld beperkt is gebleven tot een douw.

Anders dan de rechtbank zal het hof aan de verdachte geen volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Het hof betrekt daarbij dat de reclassering heeft geadviseerd aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Uit het advies van de reclassering blijkt dat er bij de verdachte problemen zijn op meerdere leefgebieden. De verdachte heeft bij de reclassering aangegeven dat hij gemotiveerd is mee te werken aan reclasseringstoezicht en andere bijzondere voorwaarden. Dit voornemen heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep herhaald. Het hof acht het in het belang van de verdachte – en ook in het belang van de samenleving – dat hij de hulp krijgt die hij nodig heeft, zodat kan worden voorkomen dat hij zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten.

Het hof zal – alles afwegend – aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 44 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren opleggen met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, te weten:

  • een meldplicht,

  • het meewerken aan een gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden,

  • het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijk opvang,

  • het zich inspannen voor het verkrijgen en behouden van dagbesteding en

  • het meewerken aan schuldhulpverlening.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de door de rechtbank opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 (vierenveertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Het hof stelt hierbij de volgende bijzondere voorwaarden:

  • De verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak.

  • De verdachte neemt actief deel aan de gedragsinterventie CoVa of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider.

  • De verdachte verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

  • De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur.

  • De verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. Mocht de verdachte hulp nodig blijven hebben bij het regelen van zijn financieren kan overwogen worden bewindvoering in te zetten.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

  • meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. J. Boksem, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 september 2026.

Mr. J. Boksem is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]