Strafrecht overig

Mishandeling, meermalen gepleegd. Oplegging van een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen…

Zaakgegevens

Op 19 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
19 januari 2026
Datum publicatie
4 februari 2026
Zaaknummer
23-001274-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:257
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Mishandeling, meermalen gepleegd. Oplegging van een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis en toewijzing vordering benadeelde partij tot het bedrag van € 653,49 bestaande uit materiële - en immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-269026-23

parketnummer hoger beroep : 23-001274-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 19 januari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van
29 november 2024 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

mishandeling, meermalen gepleegd.

Gepleegd op 27 mei 2023 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 653,49 (zeshonderddrieënvijftig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 203,49 (tweehonderddrie euro en negenenveertig cent) materiële schade en € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de

tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 653,49 (zeshonderddrieënvijftig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 203,49 (tweehonderddrie euro en negenenveertig cent) materiële schade en € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 6 (zes) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op
27 mei 2023.

Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.

mr. N.A. Schimmel

De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.