Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 15 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 september 2026
Datum publicatie
15 september 2026
Zaaknummer
23-003239-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2634
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak mishandeling.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003239-23

datum uitspraak: 15 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-215419-23 tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

1 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 9 maart 2023 te Hoorn [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]:
- één of meerdere malen op het lichaam te slaan en/of te schoppen en/of
- uit bed te trekken;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is – mede gelet op een e-mailbericht van de advocaat-generaal van 19 augustus 2026, waarbij gevoegd een proces-verbaal met daarin opgenomen meerdere bevindingen van de politie over de situatie die de verbalisanten aantroffen toen zij op 9 maart 2023 ter plaatse kwamen, alsmede de verklaringen van de verdachte en de aangeefster [slachtoffer] hierover en de verklaring die de aangeefster [slachtoffer] bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd – niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. P. Greve en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van mr. M. Gest, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 september 2026.