Strafrecht overig
Arrest na terugwijzing door de Hoge Raad. Bevestiging van het vonnis van de rechtbank.
ECLI:NL:GHAMS:2026:2648 · Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2648
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000024-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2648
Samenvatting
Arrest na terugwijzing door de Hoge Raad. Bevestiging van het vonnis van de rechtbank.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 26 april 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:3700Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2648
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000024-26
datum uitspraak: 16 juli 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen - na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 6 januari 2026 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-011588-21 (A) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
adres: [adres] .
Procesgang
De rechtbank Amsterdam heeft de dagvaarding (A) nietig verklaard.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 7 november 2024 het vonnis van de rechtbank bevestigd.
De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 6 januari 2026 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd vanwege het verzuim de verdachte het laatste woord te geven, en heeft de zaak teruggewezen naar het hof teneinde deze opnieuw te berechten en af te doen.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 november 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit bevestigen.
Dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht dat het de verdachte nu wél voldoende duidelijk is waartegen hij zich moest verweren, maakt dat niet anders. Ook overigens geeft dat wat in hoger beroep naar voren is gekomen geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. A.W.T. Klappe en mr. I.M.A. Hinfelaar, in tegenwoordigheid van
mr. S.B. Zoet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 juli 2026.
mr. I.M.A. Hinfelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.