Strafrecht overig

bevestiging van het vonnis van de rechtbank met uitzondering van een bewijsmiddel en twee passages uit de…

Zaakgegevens

Op 16 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 september 2026
Datum publicatie
16 september 2026
Zaaknummer
23-001943-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2651
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

bevestiging van het vonnis van de rechtbank met uitzondering van een bewijsmiddel en twee passages uit de bewijsmotivering

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001943-24

datum uitspraak: 16 september 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-162154-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman van de verdachte naar voren heeft gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

Vonnis van de rechtbank

Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank en zal dit daarom bevestigen met dien verstande dat het hof:

  • geen gebruik maakt van het zesde bewijsmiddel, te weten het verhoor van de medeverdachte [medeverdachte] tijdens de toetsing van de rechtmatigheid van zijn inverzekeringstelling en de vordering tot bewaring;

  • de volgende passage uit de bewijsoverweging van de rechtbank onder paragraaf 4.3. schrapt: ‘medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij samen met medeverdachte [verdachte] in een discussie belandde met de aangevers en de getuigen en dat hij een petje heeft weggenomen van één van de jongens’.

Het hof maakt geen gebruik van dit bewijsmiddel en dit onderdeel van de bewijsmotivering van de rechtbank, omdat de verklaring die de medeverdachte [medeverdachte] heeft afgelegd bij de rechter-commissaris tijdens de vordering tot zijn inbewaringstelling geen onderdeel uitmaakt van het dossier van de verdachte.

Daarnaast zal het hof de volgende passage uit de strafmaatoverweging van de rechtbank onder paragraaf 8.3 schrappen: ‘hoewel de rechtbank begrijpt dat pedagogische beïnvloeding wenselijk is, is die beïnvloeding binnen een strafrechtelijk kader ongelukkigerwijze niet te realiseren wegens het ontbreken van een verblijfsvergunning’.

Het hof vervangt deze passage door de volgende overweging:

Het hof is het met de rechtbank eens dat pedagogische beïnvloeding van de verdachte wenselijk zou zijn. In hoger beroep is gebleken dat de verdachte is uitgezet naar Turkije en dat hij niet meer kan en mag terugkeren naar Nederland. Gelet op die omstandigheid is een pedagogische beïnvloeding van de verdachte in een strafrechtelijk kader in zijn geheel niet te realiseren.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis van de rechtbank met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.M.E. Doekes - Beijnes, mr. A.R.O. Mooy en mr. R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 september 2026.

Mrs. R.A.E. van Noort en A.M.M.E. Doekes – Beijnes zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]