Strafrecht overig
Bevestiging vrijspraakvonnis. Niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangever heeft gestoken.
ECLI:NL:GHAMS:2026:2667 · Gerechtshof Amsterdam · 17 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2667
Zaakgegevens
Op 17 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Datum publicatie
- 17 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000353-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2667
Samenvatting
Bevestiging vrijspraakvonnis. Niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangever heeft gestoken.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 31 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:1242Gerechtshof Amsterdam · 17 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2667
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000353-25
datum uitspraak: 17 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 31 januari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-072977-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
adres: [adres].
1 Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
3 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De rechtbank heeft de verdachte van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, haar raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
2 Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van voorarrest en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 24.002,82.
3 Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen, met dien verstande dat het hof de overweging van de rechtbank, weergegeven in de tweede alinea op blad 3 van het vonnis, zal vervangen door de navolgende overweging.
Het hof komt tot het oordeel dat niet uitgesloten kan worden dat iemand anders dan de verdachte de aangever levensgevaarlijk in de borst heeft gestoken. In dit verband is relevant dat de aangever heeft verklaard die ochtend (ook) door iemand anders bij zijn borst te zijn verwond met een mes. Daarnaast heeft hij wisselende verklaringen afgelegd over het moment waarop de verdachte hem zou hebben gestoken (voorafgaand aan of nadat iemand anders hem had gestoken) en over de vraag of hij ook buiten de woning is gestoken. Hier komt bij dat er onbekend gebleven personen in en bij de woning zijn geweest die in conflict zijn geweest met de aangever. Er zijn geen getuigenverklaringen of camerabeelden over/van het moment dat de aangever in de borst is gestoken en er is geen forensisch bewijs dat de verdachte koppelt aan het steken in de borst. Dat de aangever blijkens een audio-opname bij het verlaten van de woning heeft gezegd ‘ze djoekt me gewoon’ of ‘ze doet me gewoon’, is onvoldoende om te concluderen dat de verdachte hem in de woning in de borst heeft gestoken. Daarnaast kan uit deze opmerking niet worden afgeleid wie hem heeft gestoken of op welke plek in het lichaam die persoon hem heeft gestoken. De aangever had namelijk niet alleen een diepe, levensgevaarlijke steekwond in de borst ter hoogte van de linkertepel, maar ook steek-/snijwonden in het gelaat, de hals en (minder diep) hoog op de borst.
4 BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.J. Hübel, mr. M.M.H.P. Houben en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 september 2026.
Mr. H. Sytema is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]