Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 19 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
19 maart 2026
Datum publicatie
8 april 2026
Zaaknummer
23-002737-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:942
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

vd NO in HB, 416 lid 2

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002737-25

datum uitspraak: 19 maart 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-150715-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2007,

adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2026.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Op 14 januari 2026 heeft de raadsman per e-mailbericht aan het hof te kennen gegeven dat het ingestelde hoger beroep zich richt tegen de bewezenverklaring. Ter terechtzitting heeft de raadsman te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet langer wil handhaven, om welke reden de verdachte moet worden geacht de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 maart 2026.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.