Strafrecht overig
Jeugdzaak. Bezwaar tegen omzetting werkstraf (art. 77p Sr) ongegrond.
ECLI:NL:GHAMS:2017:4506 · Gerechtshof Amsterdam · 10 augustus 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2017-4506
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2017
- Datum publicatie
- 6 november 2017
- Zaaknummer
- 23-005161-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4506
Samenvatting
Jeugdzaak. Bezwaar tegen omzetting werkstraf (art. 77p Sr) ongegrond.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rekestnummer: 000861-17
Parketnummer: 23-005161-15
Beschikking op het bezwaarschrift krachtens artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht van:
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1998,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in JJI Lelystad te Lelystad.
Inhoud van het bezwaarschrift
Het bezwaarschrift, tijdig, te weten op 16 juni 2017 ingekomen ter griffie van dit hof, richt zich tegen de kennisgeving tenuitvoerlegging vervangende jeugddetentie van 7 juni 2017 van het openbaar ministerie.
Procesverloop
Bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 december 2015, zoals bevestigd bij het onherroepelijk geworden arrest van 10 juni 2016 van het gerechtshof Amsterdam, is de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 augustus 2013 opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder bovengenoemd parketnummer, waaronder de eindrapportage taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 6 juni 2017. Tijdens de behandeling van het bezwaarschift op 10 augustus 2017 heeft het hof de veroordeelde en diens raadsvrouw, de advocaat-generaal en de heer [naam 1] als vertegenwoordiger van de Jeugd en Gezinsbeschermers en de heer [naam 2] als vertegenwoordiger van de Raad ter terechtzitting gehoord.
Beoordeling van het bezwaar
De raadsvrouw van de veroordeelde heeft bepleit dat het hof het bezwaar gegrond zal verklaren en zal bepalen dat de veroordeelde de werkstraf alsnog mag verrichten.
De advocaat-generaal heeft tot het ongegrond verklaren van het bezwaar geconcludeerd.
Het hof overweegt als volgt.
Het is de veroordeelde zelf toe te rekenen dat zijn werkstraf is mislukt, nu hij – zoals blijkt uit de eindrapportage taakstraf van de Raad van 6 juni 2017 – herhaaldelijk zonder afmelding niet op gesprekken is verschenen, niet bereikbaar is geweest voor de betrokken instanties en zich in het algemeen niet aan afspraken heeft gehouden.
In hetgeen door de veroordeelde ter terechtzitting naar voren is gebracht, ziet het hof geen aanleiding om de beslissing van het openbaar ministerie te wijzigen. Het hof begrijpt dat de veroordeelde geen gemakkelijk leven heeft en heeft gehad. Dat is betreurenswaardig. De veroordeelde heeft echter in het kader van de uitvoering van deze werkstraf vele kansen gekregen, die hij niet heeft gepakt. Voor iedereen geldt dat bepaalde keuzes bepaalde consequenties hebben.
Het hof zal het bezwaar ongegrond verklaren.
Beslissing
Het hof:
Verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. P.F.E. Geerlings en mr. C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 augustus 2016.