Strafrecht overig
art 591, lid 1 Sv - De kosten komen voor vergoeding in aanmerking, berekend op grond van het bepaalde in de…
ECLI:NL:GHAMS:2019:4716 · Gerechtshof Amsterdam · 24 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2019-4716
Zaakgegevens
Op 24 december 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 december 2019
- Datum publicatie
- 9 januari 2020
- Zaaknummer
- 001477-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:4716
Samenvatting
art 591, lid 1 Sv - De kosten komen voor vergoeding in aanmerking, berekend op grond van het bepaalde in de Wet tarieven in strafzaken (WTS) en het daarop gebaseerde Besluit tarieven in strafzaken 2003 (BTS2003).
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 001477-19 (591 Sv) en 001032-19 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002587-18
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.J. van Rooij,
[adres].
1 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 22 augustus 2019 ingekomen.
Op 25 september 2019 heeft de advocaat-generaal schriftelijk het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 4 december 2019 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek –na wijziging in raadkamer- strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake vankosten die ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen en waarvan de aanwending het belang van het onderzoek heeft gediend, ten bedrage van € 2.135,54.
3 Beoordeling van het verzoek
Gebleken is dat de aanwending van de kosten het belang van het onderzoek heeft gediend. De kosten komen voor vergoeding in aanmerking, berekend op grond van het bepaalde in de Wet tarieven in strafzaken (WTS) en het daarop gebaseerde Besluit tarieven in strafzaken 2003 (BTS2003).
Artikel 3 BTS2003 luidt voor zover van belang:
1. Het tarief voor de vergoeding van werkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, verricht door psychologen, bedraagt, voor het verrichten van psychologisch onderzoek, ten hoogste € 97,07 per uur.
(…)
3. Voor het verrichten van een psychologisch onderzoek als bedoeld in het eerste lid, voor zover deze inhoudt het opstellen van een psychologisch rapport over een jeugdige, komt ten behoeve van een monorapportage ten hoogste tweeëntwintig uur, ten behoeve van een dubbelrapportage ten hoogste vierentwintig uur en ten behoeve van een tripelrapportage ten hoogste dertig uur voor vergoeding in aanmerking.
Blijkens de urenspecificatie is aan het psychologisch onderzoek 22 uur besteed zodat een vergoeding kan worden toegekend tot een bedrag van € 2.135,54.
Het verzoek zal worden toegewezen.
4 Beslissing
Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 591 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 2.135,54 (tweeduizend honderdvijfendertig euro en vierenvijftig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen P.F.E. Geerlings en M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 december 2019.
De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 2.135,54 (tweeduizend honderdvijfendertig euro en vierenvijftig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Oass Advocaten o.v.v. [verzoeker].
Amsterdam, 24 december 2019.
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.