Strafrecht overig
geen medische gronden voor schorsen voorlopige hechtenis.
ECLI:NL:GHAMS:2019:849 · Gerechtshof Amsterdam · 6 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2019-849
Zaakgegevens
Op 6 maart 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 maart 2019
- Datum publicatie
- 15 maart 2019
- Zaaknummer
- 23-000418-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:849
Samenvatting
geen medische gronden voor schorsen voorlopige hechtenis.
Uitspraak
Inhoudsopgave
23-000418-18
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:
[appellant]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] ,
thans verblijvende te PI Zuyderbos te Heerhugowaard.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de
voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van
31 januari 2018.
Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 6 maart 2019 gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. B.C. Swier.
De beoordeling
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte in detentie niet de medische hulp krijgt die hij nodig heeft in de situatie waarin hij nu verkeert. Het hof is niet gebleken dat de verdachte op medische gronden als detentieongeschikt moet worden aangemerkt. Een nadere onderbouwing van de stelling van de verdachte dat hij de voor hem benodigde fysiotherapeutische hulp alleen buiten detentie kan krijgen, door bijvoorbeeld een brief van de orthopeed of fysiotherapeut, ontbreekt.
Voorts heeft het Hoofd Zorg van de penitentiaire inrichting Heerhugowaard per e-mail bericht van heden laten weten dat verdachte geen andere medische begeleiding nodig heeft dan hij op dit moment al krijgt. Het hof gaat er van uit dat hiermee voldoende adequaat in de medische zorg voor de verdachte is voorzien. Het belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis weegt in die omstandigheden niet op tegen het maatschappelijk belang om recidive te voorkomen.
23-000418-18
De beslissing
Het hof:
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 6 maart 2019 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. E. van Die en H.F. van Kregten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 maart 2019,
de advocaat-generaal