Strafrecht overig

Toewijzing beklag artikel 12.

Gerechtshof Amsterdam, 9 september 2021

Zaakgegevens

Op 9 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 september 2021
Datum publicatie
1 november 2021
Zaaknummer
K20/230420
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3283
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzing beklag artikel 12.

Uitspraak

afdeling strafrecht

beklagkamer

rekestnummer K20/230420

Beschikking op het beklag van:

[klaagster] ,

wonende te [woonplaats],

klaagster.

1 Het beklag

Het hof heeft op 15 oktober 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van mishandeling en bedreiging.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 13 april 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven de vervolging te bevelen.

3 De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift;

- het verslag van de advocaat-generaal;

- het dossier van de politie;

- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland van 25 november 2020.

4 De behandeling in raadkamer

Het hof heeft klaagster in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 het beklag toe te lichten. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 te worden gehoord. Beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Zijn gemachtigde, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar, is in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen.

De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.

5 De beoordeling van het beklag

Klaagster heeft aangifte gedaan tegen beklaagde ter zake van bedreiging en mishandeling, gepleegd op 5 februari 2020 te [plaats]. Beklaagde zou klaagster bedreigd hebben met een bahco. Ook zou hij haar tegen de reling van een balustrade hebben geduwd. Klaagster en beklaagde wonen in hetzelfde flatgebouw en zijn buren.

Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht.

Het beoordelingskader

Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.

De overwegingen van het hof

Het dossier bevat aanwijzingen dat beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging. De aangifte van klaagster wordt (deels) ondersteund door het proces-verbaal waarin de videobeelden zijn beschreven.

Voor mishandeling bevat het dossier op dit moment niet voldoende aanwijzingen. Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat het dossier voldoende aanknopingspunten bevat voor nader onderzoek ten aanzien van zowel de bedreiging als de mishandeling, namelijk het horen van getuigen, onder wie [getuige 1] en [getuige 2].

Op basis van deze aanwijzingen in het dossier en na nader onderzoek kan de strafrechter mogelijk tot een bewezenverklaring van bedreiging en mishandeling komen. Het is bij uitstek de strafrechter die de afweging kan maken of het voorhanden bewijsmateriaal daarvoor voldoende is en zo ja welke bestraffing daarbij past.

Indien bewezen, gaat het om één of meer ernstige feiten en is er voldoende algemeen belang bij strafvervolging.

In hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over een meer toekomstbestendige oplossing voor deze zaak dan een vervolging, ziet het hof geen aanleiding om anders te beslissen. Het hof heeft hierbij mede gelet op de vervolging van beklaagde in andere zaken, waarin ook een contactverbod ten aanzien van klaagster is opgelegd aan beklaagde.

Het hof zal daarom als volgt beslissen.

6 De beslissing

Het hof beveelt de officier van justitie om [beklaagde] te vervolgen ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft.

Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

9 september 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, V. Mul en A.R.O. Mooy, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier.