Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Verschoning · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 11 augustus 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2611 · Gerechtshof Amsterdam · 11 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/verschoning/ecli-nl-ghams-2026-2611
Zaakgegevens
Op 11 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Zaaknummer
- 200.372.850/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2611
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoningsverzoek
Uitspraak
GeRechtshof Amsterdam
zaaknummer : 200.372.850/01
zaaknummer hoofdzaak : 23-002014-24
Beslissing van de wrakingskamer van 11 augustus 2026
op het verzoek tot verschoning van
mr. H.A. Stalenhoef,
raadsheer in het gerechtshof Amsterdam,
hierna: de raadsheer,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[verdachte],
wonende te [woonplaats],
raadsman: mr. R.M.F.R. Ketwaru,
hierna: [verdachte].
1 Het verschoningsverzoek
De hoofdzaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 6 september 2024.
De raadsheer heeft op 11 augustus 2026 een verschoningsverzoek ingediend.
Het verzoek is in raadkamer behandeld.
In het verschoningsverzoek is naar voren gebracht dat het hof – met de raadsheer in de zittingscombinatie – bij arrest van 18 maart 2025 de medeverdachte [medeverdachte]
(23-002694-23) heeft vrijgesproken van het feit dat als feit 1 aan [verdachte] is ten laste gelegd. De twee zaken zijn zodanig vervlochten dat de raadsheer niet met een voldoende open blik naar de zaak van [verdachte] kan kijken.
2 De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De aangevoerde omstandigheid dat de raadsheer een medeverdachte heeft vrijgesproken van een feit dat aan [verdachte] is ten laste gelegd en hij de zaak van [verdachte] daardoor niet meer met voldoende open blik kan beoordelen vormt een uitzonderlijke omstandigheid als bedoeld in 2.1.
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere raadsheer moet worden overgenomen.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
wijst toe het verzoek van de raadsheer zich van de verdere behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer 23-002014-24 te mogen verschonen.
Deze beslissing is op 11 augustus 2026 genomen door mr. J.F. Aalders,
mr. I.A. van der Burg en mr. A.R. Sturhoofd, in tegenwoordigheid van mr. C van der Laan als griffier.
Mr. Van der Burg is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.