Strafrecht overig

Het verschoningsverzoek wordt toegewezen. Door de eerdere privérelatie met de advocaat van de verdachte kan…

Zaakgegevens

Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Lelystad
Datum uitspraak
25 juni 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
613620 HA RK 26-117
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:3892
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het verschoningsverzoek wordt toegewezen. Door de eerdere privérelatie met de advocaat van de verdachte kan er sprake zijn van een uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.

Uitspraak

Inhoudsopgave

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

VERSCHONINGSKAMER

Locatie: Lelystad

Zaaknummer: 613620 HA RK 26-117

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 25 juni 2026

op het verzoek in de zin van artikel 517 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:

mr. A.J. REITSMA,

politierechter,
hierna: verzoekster.

1 De procedure

1.1.

De verschoningskamer heeft op 24 juni 2026 het verzoek tot verschoning ontvangen. Dit verzoek is ingediend in de zaak met parketnummer 16-282703-24 (hierna: de hoofdzaak). De inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak staat gepland op 26 juni 2026. Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Het verschoningsverzoek

2.1.

Verzoekster heeft haar verschoningsverzoek ingediend om de volgende redenen. Zij heeft een privérelatie gehad met de advocaat van de verdachte in de hoofdzaak. Dit zou volgens haar bij de verdachte en het slachtoffer de objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid kunnen oproepen, waardoor zij zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen.

3 De beoordeling

Het toetsingskader

3.1.

Op grond van artikel 517 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandighedenwaardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2.

Verschoning is een middel om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Er kunnen zich omstandigheden voordoen, waardoor de rechter van mening is dat zij een zaak niet onpartijdig kan behandelen. Daarnaast kan de rechter het idee hebben dat de schijn van partijdigheid of vooringenomenheid kan ontstaan. In beide gevallen onderzoekt de verschoningskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. In dat geval kan de rechter geen beslissing in de hoofdzaak nemen. Rechtzoekenden moeten namelijk vertrouwen kunnen hebben in de rechtspraak.

Het oordeel van de verschoningskamer

3.3.

De verschoningskamer wijst het verschoningsverzoek toe en legt hierna uit waarom.

3.4.

Uit het verschoningsverzoek blijkt dat verzoekster een privérelatie heeft gehad met de advocaat van de verdachte in de hoofdzaak. De verschoningskamer is van oordeel dat op grond van die omstandigheid sprake kan zijn van een uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verschoningsverzoek toe;

4.2.

draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, verdachte, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin verzoekster werkt en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. M.S.T. Belt en
mr. D. van Bloemendaal als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door
mr. J.J. Terpstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.