Strafrecht overig

Verschoningszaak. Uit het verschoningsverzoek blijkt dat de rechter een goede bekende is van de advocaat van…

Rechtbank Midden-Nederland, 20 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 oktober 2026
Datum publicatie
22 oktober 2026
Zaaknummer
619220 HA RK 26-200
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:7321
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoningszaak. Uit het verschoningsverzoek blijkt dat de rechter een goede bekende is van de advocaat van de verdachte in de hoofdzaak. De verschoningskamer is van oordeel dat op grond van die omstandigheid sprake kan zijn van een uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

VERSCHONINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 619220 HA RK 26-200

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 20 oktober 2026


op het verzoek in de zin van artikel 517 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:

Mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn,
politierechter,
hierna: verzoeker.

1 De procedure

1.1.

De verschoningskamer heeft op 15 oktober 2026 het verzoek tot verschoning ontvangen. Dit verzoek is ingediend in de zaak met parketnummer 16-287145-25 (hierna: de hoofdzaak). De inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak stond gepland op 13 oktober 2026 en is geschorst voor bepaalde tijd. Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Het verschoningsverzoek

2.1.

Verzoeker heeft zijn verschoningsverzoek ingediend om de volgende redenen. Kort voor aanvang van de zitting meldde de bode dat de advocaat van de verdachte werd waargenomen door een kantoorgenote, namelijk mr. Adriaanse. De rechter heeft aangegeven dat mr. Adriaanse een goede bekende van hem is waarmee hij privé omgang heeft. Dit is een omstandigheid die volgens de rechter objectief de gerechtvaardigde vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid van de rechter kan wekken bij de verdachte, de benadeelde partij en/of OM. De rechter voelt zich hierdoor niet vrij om de hoofdzaak te behandelen.

3 De beoordeling

Het toetsingskader

3.1.

Op grond van artikel 517 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandighedenwaardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2.

Verschoning is een middel om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Er kunnen zich omstandigheden voordoen, waardoor de rechter van mening is dat hij/zij een zaak niet onpartijdig kan behandelen. Daarnaast kan de rechter het idee hebben dat de schijn van partijdigheid of vooringenomenheid kan ontstaan. In beide gevallen onderzoekt de verschoningskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. In dat geval kan de rechter geen beslissing in de hoofdzaak nemen. Rechtzoekenden moeten namelijk vertrouwen kunnen hebben in de rechtspraak.

Het oordeel van de verschoningskamer

3.3.

Uit het verschoningsverzoek blijkt dat verzoeker een goede bekende is van de advocaat van de verdachte in de hoofdzaak. De verschoningskamer is van oordeel dat op grond van die omstandigheid sprake kan zijn van een uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

3.4.

De conclusie is dat de verschoningskamer het verschoningsverzoek toewijst.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verschoningsverzoek toe;

4.2.

draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de verdachte, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin verzoeker werkt en de president van deze rechtbank;

Deze beslissing is genomen door mr. D. Wachter, voorzitter, mr. M.S.T. Belt en mr. B.F. Hammerle als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.