Bestuursstrafrecht
Officiersappel. Tussenarrest. De officier van justitie voert aan dat de schriftelijke beslissing van de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 april 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:2953 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2016-2953
Zaakgegevens
Op 13 april 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 april 2016
- Datum publicatie
- 13 april 2016
- Zaaknummer
- WAHV 200.157.210
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:2953
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Officiersappel. Tussenarrest. De officier van justitie voert aan dat de schriftelijke beslissing van de kantonrechter van 19 februari 2014 niet overeenkomt met de mondeling ter zitting van 5 februari 2014 gegeven uitspraak. In het dossier bevindt zich geen proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014. Het hof draagt de griffier van de rechtbank op dit proces-verbaal alsnog aan het hof te verstrekken.
Uitspraak
WAHV 200.157.210
13 april 2016
CJIB 164222975
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Tussenarrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 19 februari 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] , wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 390,- opgelegd ter zake van “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 11 juli 2012 met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft bij beslissing van 19 februari 2014 het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigd.
3. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de schriftelijke beslissing van de kantonrechter niet overeenkomt met de uitspraak die de kantonrechter mondeling ter zitting van 5 februari 2014 heeft uitgesproken.
4. Het hof stelt vast dat er zich geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter in het dossier bevindt. Het hof ziet in de stelling van de officier van justitie aanleiding de griffier van de rechtbank op te dragen het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014 aan de griffier van het hof te verstrekken teneinde dat proces-verbaal aan het dossier toe te voegen.
5. Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
Beslissing
Het gerechtshof:
draagt de griffier van de rechtbank op om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2014 aan de griffier van het hof te verstrekken;
houdt iedere verder beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.