Bestuursstrafrecht
Beroep niet ondertekend. Ondertekening van de aanvulling van de gronden, dekt dit verzuim.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 november 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:9269 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2016-9269
Zaakgegevens
Op 14 november 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 november 2016
- Datum publicatie
- 18 november 2016
- Zaaknummer
- WAHV 200.185.002
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:9269
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet ondertekend. Ondertekening van de aanvulling van de gronden, dekt dit verzuim.
Uitspraak
WAHV 200.185.002
14 november 2016
CJIB 187538951
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant
van 15 december 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet is ondertekend. Bij brief van 7 oktober 2015 heeft de griffier van de rechtbank de betrokkene erop gewezen dat zijn beroepschrift van 18 april 2015 niet is ondertekend en hem in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen twee weken te herstellen. Binnen de gestelde termijn is echter geen ondertekend beroepschrift ontvangen.
2. Het hof stelt vast dat uit de stukken blijkt dat de officier van justitie bij brief van 10 september 2015 aan de betrokkene een kopie heeft doen toekomen van de nadere gegevens, waarvan bij de beoordeling van het administratief beroep gebruik is gemaakt. De betrokkene heeft bij door hem ondertekende brief van 15 september 2015, gericht aan de kantonrechter en de officier van justitie, op deze nadere gegevens gereageerd. De CVOM heeft deze brief ontvangen op 18 september 2015. Niet gebleken is dat de brief door de CVOM is doorgezonden naar de kantonrechter.
3. Als gevolg van het door de betrokkene inzenden van een ondertekende aanvulling van de gronden van het beroep bij brief van 15 september 2015, dient naar het oordeel van het hof het verzuim dat het beroepschrift van 18 april 2015 niet is ondertekend als hersteld te worden beschouwd. Als gevolg van het niet doorzenden door de CVOM van de brief van de betrokkene van 15 september 2015, heeft de kantonrechter hier geen rekening mee kunnen houden en is de betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. De betreden beslissing kan derhalve niet in stand blijven.
4. Naar analogie van artikel 20d, tweede lid, van de WAHV, zal het hof de zaak terugwijzen naar de rechtbank Oost-Brabant ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
5. Niet gebleken is van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.