Bestuursstrafrecht

Artikel 5 WVW 1994. Dubbel parkeren? Het blokkeren van een haaks aan de weg gelegen parkeervak met een…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 maart 2023

Zaakgegevens

Op 27 maart 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
27 maart 2023
Datum publicatie
27 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.307.838/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:2589
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 5 WVW 1994. Dubbel parkeren? Het blokkeren van een haaks aan de weg gelegen parkeervak met een voertuig valt niet onder ‘dubbel parkeren’. Gezien de hinder is wel sprake van een overtreding van artikel 5 WVW.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.307.838/01

CJIB-nummer

: 239277528

Uitspraak d.d.

: 27 maart 2023

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd” (feitcode R395). Deze gedraging zou zijn verricht op
21 januari 2021 om 11.12 uur op de Hans Onversaagdstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat een onjuiste feitcode is toegepast. Daartoe wordt aangevoerd dat als het voertuig van de betrokkene voor een (in een) parkeervak (geparkeerd voertuig) stond geparkeerd er een specifieke feitcode van toepassing is, te weten R398 (dubbel parkeren), met een lager sanctiebedrag. Wanneer een gedraging valt onder een specifieke feitcode, mag geen sanctie worden opgelegd voor algemeen hindergedrag. De gemachtigde verzoekt de feitcode te wijzigen van R395 in R398.

3. De gedraging met feitcode R395 waarvoor de onderhavige sanctie is opgelegd betreft een overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) dat voor zover relevant luidt:

“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor hinder werd dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: ik, verbalisant zag dat het voertuig voor de parkeervakken stond. Ik zag dat er in deze vakken voertuigen geparkeerd stonden. Ik zag dat deze voertuigen niet uit de vakken weg konden rijden. De (mogelijke) hinder bestond uit hinder voor de parkeervakken.

Overtreden artikel: 5 WVW 1994 (…)”

5. In het dossier bevindt zich een foto die de ambtenaar ter plaatse heeft gemaakt. Te zien is dat het voertuig van de betrokkene aan de linkerzijde van de rijbaan staat. Aan die zijde van de rijbaan is sprake van meerdere haaks op de weg gelegen parkeervakken, waarin voertuigen (met de neus in de richting van de rijbaan) geparkeerd staan. Niet wordt betwist dat, zoals de ambtenaar stelt, de wijze van parkeren andere voertuigen hinderde bij het wegrijden uit een parkeervak.

6. Naar het oordeel van het hof is de wijze waarop het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond niet aan te merken als dubbel parkeren in de zin van artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Van dubbel parkeren is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geparkeerd, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd (vgl. het arrest van het hof van 6 juni 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:4754). Die situatie deed zich hier niet voor. Naar het oordeel van het hof is aan de betrokkene terecht een sanctie opgelegd op grond van artikel 5 van de WVW 1994. Het verzoek van de gemachtigde om wijziging van de feitcode zal het hof dan ook afwijzen.

7. Gelet op het voorgaande zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.