Strafprocesrecht

Dubbel parkeren. Het voertuig van de betrokkene stond haaks geparkeerd ten opzichte van de haaks op de weg…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2023

Zaakgegevens

Op 22 september 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
22 september 2023
Datum publicatie
22 september 2023
Zaaknummer
Wahv 200.320.857/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:7942
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dubbel parkeren. Het voertuig van de betrokkene stond haaks geparkeerd ten opzichte van de haaks op de weg gelegen parkeervakken. Dit is niet aan te merken als dubbel parkeren. Daarvan is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak staat geparkeerd. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.320.857/01

CJIB-nummer

: 245320513

Uitspraak d.d.

: 22 september 2023

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 december 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “een voertuig dubbel parkeren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 oktober 2021 om 05.01 uur op de Karel Doormanstraat (ter hoogte van huisnummer 126) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat van dubbel parkeren geen sprake is geweest. Het voertuig van de betrokkene stond destijds niet parallel aan een ander voertuig, maar haaks langs een trottoirband. Een parkeervak of voertuig werd hierdoor niet geblokkeerd. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde een afbeelding afkomstig van Google Street View van de situatie ter plaatse bijgevoegd. Daaruit blijkt dat zich aan de Karel Doornmanstraat - zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant van de rijbaan - meerdere haaks op de weg gelegen parkeervakken bevinden. Ter hoogte van de ingang van het pand is geen parkeervak gesitueerd, maar is het trottoir verbreed tot aan de rijbaan.

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik, verbalisant, zag een voertuig geparkeerd staan voor een ander voertuig.

Overtreden artikel: 24 lid 3 RVV 1990 (…)

Bijlagen: een fotografische opname.”

4. Bij de stukken bevindt zich een kopie van de van de gedraging gemaakte foto. Daarop is het voertuig van de betrokkene te zien. Verder zijn daarop gedeeltelijk nog andere voertuigen te zien. Het voertuig van de betrokkene staat haaks ten opzichte van deze andere voertuigen. Mede gelet op de door de gemachtigde overgelegde afbeelding afkomstig van Google Street View stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene langs de rijbaan stond geparkeerd, terwijl er op dat moment ook voertuigen geparkeerd stonden in de haaks op de weg gelegen parkeervakken. Gelet op de hoek van waaruit is gefotografeerd en de kwaliteit van de foto, is niet te zien of het voertuig van de betrokkene één van de andere voertuigen blokkeert.

5. Uit het zaakoverzicht volgt dat de ambtenaar heeft waargenomen dat het voertuig van de betrokkene een ander voertuig heeft geblokkeerd. Het hof is van oordeel dat de wijze waarop het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd, niet is aan te merken als dubbel parkeren in de zin van artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Van dubbel parkeren is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geparkeerd, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd (vgl. het arrest van het hof van 6 juni 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:4754). Die situatie deed zich hier niet voor. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het bedrag van de zekerheidstelling zal aan de betrokkene worden gerestitueerd.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift en van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Aan de eerste telefonische hoorzitting (d.d. 16 mei 2022) dient 1 punt te worden toegekend. Het hof kent, gelet op onderdeel A5 van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toe voor de tweede hoorzitting (d.d.13 juni 2022). Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht de voor het horen door de officier van justitie toegekende punten halveren. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van

€ 1.359,38 (= (1,75 x € 597,- x 0,5) + (2 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.359,38.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.