Bestuursstrafrecht
Negeren van een inhaalverbod voor vrachtauto's: bord F3. Definities rijstrook en spitsstrook. Op het moment…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 april 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:2003 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-2003
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 200.359.603/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:2003
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Negeren van een inhaalverbod voor vrachtauto's: bord F3. Definities rijstrook en spitsstrook. Op het moment van de gedraging bestond de rijbaan uit drie rijstroken. Voor de twee rechter rijstroken gold een inhaalverbod. Het inhaalverbod gold dus ook voor de middelste rijstrook.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.359.603/01 |
|
CJIB-nummer |
: 256364324 |
|
Uitspraak d.d. |
: 1 april 2026 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 11 september 2025, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats]
De gemachtigde van de betrokkene is [gemachtigde], wonende te [woonplaats]
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 210,-.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2026. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam] .
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- (na matiging: € 210,-) voor: “negeren van een inhaalverbod vrachtauto's: bord F3”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 maart 2023 om 16.00 uur op de A2 in Geleen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 210,- omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene legt de situatie ter plaatse uit aan de hand van de door hem overgelegde bijlagen. Voor zover de vluchtstrook (strook 3) wordt aangewezen als rijstrook is de gemachtigde van mening dat dit niet klopt. Het bord C23-01 met het onderschrift geeft aan dat de spitsstrook open is. Een spitsstrook is een rijstrook met een speciale functie. Op deze strook kan het verkeer in- en uitvoegen. Deze strook heeft tevens als functie de doorstroom te verbeteren. Dus een spitsstrook is een rijstrook, maar een rijstrook is nog geen spitsstrook. Voorts stelt de gemachtigde dat op het moment dat de boete is opgelegd er matrixborden boven de snelweg hingen. Er is dan geen verkeersbesluit nodig, omdat dit tijdelijk is. Deze borden waren buiten de spitsuren bijna altijd aan. Daarna kwam het verkeersbord ‘verboden inhalen vrachtwagen F3’. In een reactie op het verweerschrift voert de gemachtigde onder meer aan dat ten tijde van de gedraging een tijdelijk inhaalverbod gold. Dit verbod geldt op snelwegen met 2 x 2 rijstroken en - tenminste - tijdens de brede spitsuren. Bij drukke snelwegen kan dit verbod ook de gehele dag gelden. Op snelwegen met meer dan twee rijstroken per rijrichting wordt het inhaalverbod voor vrachtwagens niet toegepast. Het verkeersbord zal altijd aangeven wanneer dit verbod voor vrachtwagens geldt. Er kan ook sprake zijn van een dynamisch inhaalverbod voor vrachtwagens, en, wordt toegepast naargelang de drukte. In Nederland wordt het dynamisch inhaalverbod voor vrachtwagens vrijwel nooit toegepast, maar wettelijk gezien is het op sommige plaatsen wel mogelijk. Voor zover door de advocaat-generaal wordt gesteld dat de spitsstrook een rijstrook wordt, is de gemachtigde van mening dat een inhaalverbod dan niet wenselijk is. Daarbij wordt immers geen rekening gehouden met de functie van een spitsstrook. In het verleden is hem dit ook zo uitgelegd tijdens zijn rijopleiding. Het inhaalverbod geldt in dit geval alleen voor vrachtauto’s rijdend op de meest linkse rijstrook.
4. De gedraging waarvoor aan de betrokkene een sanctie is opgelegd betreft een overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), te weten: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een (….) verbod inhouden”, in verbinding met verkeersbord F3 (verbod voor vrachtauto’s om motorvoertuigen in te halen).
5. Artikel 1 van het RVV 1990 bevat de definities van de begrippen ‘rijstrook’ en ‘spitsstrook’ en luiden als volgt:
“Rijstrook: een door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken. (…)
Spitsstrook: de vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen blijkens bord C23-01 van bijlage 1.”
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedraginggegevens: Ik zag dat het een tijdelijk ingesteld inhaalverbod gold.
Aantal ingehaalde voertuigen: 2.
Overtreden artikel: 62 jo. bord F3 RVV 1990.
Soort weg: autosnelweg, zijnde voor een openbaar verkeer een openstaande weg.
Rijrichting van: Maastricht.
Rijrichting naar: Eindhoven.
(…)
De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom.
Verklaring betrokkene: ik mag dat.”
7. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een aanvullend proces-verbaal van
17 december 2025 overgelegd, waarin de ambtenaar – voor zover van belang – het volgende verklaart:
“Ik, verbalisant, reed op de Rijksweg A2, links, dus vanuit Maastricht gezien in de richting van Eindhoven, op rijstrook 1, de meest linkse.
Op het tijdstip van de bedoelde beschikking, 9 maart 2023 te 16.00 uur, bestond de rijbaan van die Rijksweg A2 uit 3 rijstroken in iedere richting omdat de vluchtstrook als spitsstrook in gebruik was.
Middels matrixborden boven het wegdek werd meerdere malen duidelijk zichtbaar aangegeven dat voor de 2 meest rechts gelegen rijstroken, rijstrook 2 en 3, een inhaalverbod gold. Ik, verbalisant, zag op het tijdstip van de bedoelde beschikking dat een, zoals later bij een staandehouding bleek, man als bestuurder van een vrachtauto met het kenteken [kenteken] , op rijstrook 2, de middelste van de 3 rijstroken reed en daar 2 andere vrachtauto’s inhaalde die op rijstrook 3, de meest rechtse reden.
Dit zal geweest zijn ongeveer ter hoogte van hm-paal 237.5, omdat ik, verbalisant, deze vrachtauto mee heb genomen naar de parkeerplaats c.q. tankstation c.q. verzorgingsplaats Swentibold, hetgeen is gelegen tussen hectometerpaal 236.5 en 236.0. Dit gedeelte van de Rijksweg A2 valt onder Geleen, gemeente Sittard-Geleen. (…)”
8. Verder heeft de advocaat-generaal bij het verweerschrift twee afbeeldingen van Google Streetview overgelegd van de A2 ter hoogte van hectometerpaal 237.9. Hierop is te zien dat het bord C23-01 rechts naast de snelweg staat geplaatst. Verder is op de afbeeldingen te zien dat vier matrixborden boven de snelweg hangen en aan staan. Drie matrixborden hangen boven iedere rijstrook met daarop een groene pijl wat erop wijst dat drie rijstroken – waaronder de spitsstrook – geopend zijn. Het vierde matrixbord bevindt zich tussen rijstrook twee en drie waarop het inhaalverbod (F3) wordt getoond.
9. Uit de verklaringen van de ambtenaar blijkt dat de betrokkene, rijdend in een vrachtauto, ten tijde van de gedraging een tweetal voertuigen heeft ingehaald. De betrokkene reed op dat moment op rijstrook 2. De vluchtstrook, te weten rijstrook 3, was op dat moment geopend als spitsstrook middels het bord C23-01. Gelet op hetgeen dat door de (gemachtigde van de) betrokkene is aangevoerd, is niet in geschil dat de betrokkene op de middelste rijstrook reed (rijstrook 2) en daarbij het verkeer op de spitsstrook (rijstrook 3) voorbij reed. Ook is niet in geschil dat op dat moment middels een matrixbord een inhaalverbod (F3) werd aangegeven. De gemachtigde stelt evenwel dat het inhaalverbod niet van toepassing was op de betrokkene, rijdend op de middelste rijstrook (rijstrook 2). Als dat het geval was geweest, zou dit immers de verkeersveiligheid en doorstroming van het verkeer niet ten goede zijn gekomen.
10. In het betoog van de gemachtigde ziet het hof geen aanleiding om te oordelen dat het middels een matrixbord aangegeven inhaalverbod (F3) niet van toepassing is op de betrokkene. Daarbij is leidend de definities van de begrippen ‘rijstrook’ en ‘spitsstrook’ zoals weergegeven in overweging 5. Hetgeen de gemachtigde in dit kader naar voren heeft gebracht, komt naar het oordeel van het hof neer op een interpretatie van deze begrippen die geen grondslag vindt in de wet. De meest rechts gelegen vluchtstrook, de spitsstrook, is een rijstrook als bedoeld in artikel 1 van het RVV. Het is verder niet aan de betreffende verkeersdeelnemer om verkeerstekens naar eigen inzicht te interpreteren; een verkeersdeelnemer dient te allen tijde en onder alle omstandigheden zich te conformeren aan aangegeven ge- en verboden. De betrokkene had er in dit geval niet van kunnen uitgaan dat het inhaalverbod alleen van toepassing was voor vrachtauto’s rijdend op de meest linkse rijstrook (rijstrook 1). Het hof stelt daarmee vast dat de gedraging is verricht en ziet bovendien geen aanleiding om de boete verder te matigen. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Willems-Keekstra, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.