Civiel recht overig

Privacy-zaak. Camera’s buren van een appartementencomplex onrechtmatig? Privacymasker. Bewaartermijn…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
20 oktober 2026
Datum publicatie
23 oktober 2026
Zaaknummer
200.351.111/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. H.A. van Beilen te Groningen, mr. L.I. Brom te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6851
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Privacy-zaak. Camera’s buren van een appartementencomplex onrechtmatig? Privacymasker. Bewaartermijn persoonsgegevens.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 31 december 2024

    ECLI:NL:RBMNE:2024:7445
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 oktober 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHARL:2026:6851

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.351.111/01

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad 571626

arrest van 20 oktober 2026

in de zaak van

1 [appellant] ,

2. [appellante],

die beiden wonen in [woonplaats] ,

die hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als gedaagden,

hierna samen: [appellanten] en ieder afzonderlijk [appellant] en [appellante],

advocaat: mr. H.A. van Beilen te Groningen,

tegen

1 [geïntimeerde1] ,

2. [geïntimeerde2],

die beiden wonen in [woonplaats]

en bij de rechtbank optraden als eisers,

hierna samen: [geïntimeerden] en ieder afzonderlijk [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2],

advocaat: mr. L.I. Brom te Amsterdam.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Het hof heeft in het tussenarrest van 15 juli 2025 een plaatsopneming met aansluitend een (enkelvoudige) mondelinge behandeling bepaald, welke op 2 oktober 2025 is gehouden. [geïntimeerden] en [appellanten] hebben ieder afzonderlijk op 22 september 2025 nog aanvullende producties ingediend.

1.2

Van de plaatsopneming en de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Mr. Van Beilen heeft bij e-mail van 12 november 2025 gereageerd op het proces-verbaal. Op de gemaakte opmerkingen zal hierna alleen worden ingegaan voor zover het voor de beoordeling relevant is.

1.3

Partijen hebben het hof gevraagd arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1

Partijen wonen in een kleinschalig appartementencomplex. [appellanten] hebben in hun appartement aan de voor- en achterzijde camera’s geplaatst. In deze procedure staat de vraag centraal of [appellanten] die camera’s voor de beveiliging van hun bezittingen mogen gebruiken of dat het recht op privacy van [geïntimeerden] daaraan in de weg staat.

2.2

[geïntimeerden] hebben bij de rechtbank gevorderd dat [appellanten] op straffe van een dwangsom worden veroordeeld om de camera’s te verwijderen, althans dusdanig in te stellen dat het gemeenschappelijk terrein en/of het privéterrein van [geïntimeerden] niet meer zichtbaar zijn. Daarnaast hebben [geïntimeerden] gevorderd [appellanten] op straffe van een dwangsom te verbieden om foto’s en/of filmopnamen te maken van [geïntimeerden] en/of bezoek van [geïntimeerden] op het privéterrein, dan wel het gemeenschappelijk terrein. Tot slot hebben [geïntimeerden] gevorderd [appellanten] te veroordelen tot betaling van € 925,- aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

2.3

De rechtbank heeft [geïntimeerden] grotendeels in het gelijk gesteld. In een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 31 december 2024 zijn [appellanten] op straffe van een dwangsom veroordeeld de camera’s te verwijderen en verwijderd te houden en is het hun op straffe van een dwangsom verboden foto’s en filmopnames van [geïntimeerden] te maken. Tot slot zijn [appellanten] veroordeeld de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten te betalen.

2.4

[appellanten] zijn in hoger beroep gekomen en willen dat het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt, de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog afwijst en [geïntimeerden] veroordeelt in de proceskosten.

2.5

Het hof is van oordeel dat [appellanten] met de geplaatste camera’s met

privacymasker tegenover [geïntimeerden] niet onrechtmatig handelen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog afgewezen. Na de feiten te hebben weergegeven zal het hof toelichten op grond van welke argumenten hij tot deze beslissing is gekomen.

3 De feiten

3.1

[appellanten] en [geïntimeerden] wonen in het appartementencomplex ‘ [naam] ’ aan het [bos] in [woonplaats] . [appellanten] zijn vanaf 2 maart 2020 de eigenaren van het appartement met huisnummer 32. [geïntimeerde2] is eigenaar van het appartement met huisnummer 28 en sinds 30 april 2021 woont hij daar samen met [geïntimeerde1] .

3.2

Het kleinschalig appartementencomplex bestaat uit vijf appartementen. Ieder appartement heeft een begane grond met twee verdiepingsvloeren. Aan de achterzijde heeft ieder appartement een terras. Aan de straatzijde zijn elf parkeerplaatsen. Voor ieder appartement is er een privéparkeerplaats en er zijn zes gemeenschappelijke parkeerplaatsen. Vanaf de straatzijde ter hoogte van het voorplein is een gemeenschappelijke entree naar een binnenplein onder de appartementen. Aan dit overdekte binnenplein zijn ook de entrees naar de vijf appartementen. De vijf appartementen zijn aan drie zijden omgeven door een ten opzichte van de straatzijde opgehoogde gemeenschappelijke tuin. In die gemeenschappelijke tuin is voor ieder appartement een privétuin gecreëerd die door een min of meer ellipsvormige heg omsloten is. De gemeenschappelijke tuin is ingericht als grasveld.

3.3

Het appartementencomplex is hieronder schetsmatig weergeven (productie 1 bij conclusie van antwoord):

[afbeelding niet beschikbaar]
3.4

Aan de straatzijde ter hoogte van het appartement van [appellanten] zijn twee parkeerplaatsen aangelegd, te weten een gemeenschappelijke parkeerplaats en daarnaast hun privéparkeerplaats. Volgens [appellanten] hebben zij en hun rechtsvoorgangers beide parkeerplaatsen in gebruik.

3.5

In de loop van 2022 hebben [appellanten] in hun woning twee beveiligingscamera’s opgehangen die gericht zijn op de buitenruimtes nabij hun appartement.

3.6

[geïntimeerden] hebben in ieder geval vanaf 1 februari 2023 tegen de plaatsing van deze camera’s bezwaar gemaakt. Aan verzoeken de camera’s te verplaatsen en niet meer te richten op de buitenruimtes hebben [appellanten] geen gevolg gegeven.

4 Het oordeel van het hof

Omvang hoger beroep

4.1

[appellanten] bestrijden met elf klachten (“grieven”) – in de nummering is tweemaal een grief 8 opgenomen – het vonnis.

4.2

Op zichzelf hebben [appellanten] zich er terecht over beklaagd dat de tekening in randnummer 3.2 van het vonnis niet door [appellanten] maar door [geïntimeerden] (als prod. 4 bij dagvaarding) was overgelegd. Het hof heeft hiervoor de feiten opnieuw vastgesteld en met deze klacht rekening gehouden.

4.3

De overige klachten zullen hierna thematisch worden besproken.

Plaatsopneming

4.4

Nadat de conclusie van antwoord was genomen heeft de rechtbank kennelijk bij rolbeslissing een plaatsopneming gelast en bepaald op 3 oktober 2024. In antwoord op een e-mail van de advocaat van [appellanten] heeft de rechtbank bij e-mail van 4 september 2024 laten weten dat tijdens de plaatsopneming ook het appartement van [appellanten] zal worden bezocht. Namens [appellanten] is bij e-mail van 13 september 2024 bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van [geïntimeerden] in hun appartement. De rechtbank heeft daarop beslist dat de plaatsopneming geen doorgang vindt. Op de geplande datum is een mondelinge behandeling op de rechtbank gehouden.

4.5

[appellanten] heeft tegen de beslissing van de rechtbank de plaatsopneming geen doorgang te laten vinden bezwaar gemaakt.

4.6

Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 193 lid 1 Rv een rechter op verzoek van een partij of ambtshalve de plaatselijke situatie kan opnemen. De rechter heeft voor het doen van een plaatsopneming toegang tot elke plaats (artikel 193 lid 3 Rv). De rechter heeft ook tijdens de plaatsopneming te waken voor eerbiediging van het beginsel van hoor en wederhoor. Dit beginsel brengt onder meer mee dat alle partijen aanwezig moeten kunnen zijn bij de plaatsen die de rechter opneemt en alle partijen in de gelegenheid moeten zijn om over wat bezichtigd is opmerkingen te maken.

4.7

De rechtbank wilde niet alleen de buitenruimtes opnemen, maar ook het appartement van [appellanten] waar de twee beveiligingscamera’s zijn geplaatst. Dit is gelet op het geschil alleszins begrijpelijk. De rechtbank hoeft zich daarbij niet te laten leiden door de opvatting van een partij – in dit geval [appellanten] – dat dit niet nodig is en opname van de buitenruimte toereikend zou moeten zijn.

Het beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat ook [geïntimeerden] bij de bezichtiging van de camera’s in het appartement van [appellanten] aanwezig moeten kunnen zijn. Nu [appellanten] zich tegen hun aanwezigheid verzetten, was het beginsel van hoor en wederhoor niet gewaarborgd en heeft de rechtbank op goede gronden van de plaatsopneming afgezien. Het daartegen ingebrachte bezwaar van [appellanten] faalt.

4.8

Overigens heeft in hoger beroep alsnog de plaatsopneming in aanwezigheid van alle partijen plaatsgevonden en hebben [appellanten] in zoverre bij hun grief geen belang meer. De rechtbank heeft bij de beoordeling van de stellingen van [appellanten] aan het niet meewerken aan de plaatsopneming consequenties verbonden. Nu de plaatsopneming alsnog heeft plaatsgevonden gelden die gevolgen bij de beoordeling in hoger beroep niet meer.

Grondslag vordering en juridische maatstaf

4.9

[geïntimeerden] hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat [appellanten] tegenover hen onrechtmatig handelen door in hun appartement beveiligingscamera’s te plaatsen die gericht zijn op de buitenruimtes en de privétuin van [geïntimeerden] waardoor in strijd met hun recht op privacy ook van hen beelden worden gemaakt en opgeslagen als zij zich in die buitenruimtes bevinden.

4.10

Het hof stelt voorop dat [appellanten] het recht hebben om ter beveiliging van hun appartement, vrijheid, veiligheid en lichamelijke integriteit camera’s te plaatsen. Dit recht is niet onbegrensd. Onder omstandigheden kan het plaatsen van camera’s en het opslaan van met die camera’s gemaakte beelden onrechtmatig tegenover derden, zoals [geïntimeerden] , zijn. Dat is het geval als met de camera’s op ontoelaatbare wijze inbreuk wordt gemaakt op het recht van privacy van [geïntimeerden] Een inbreuk op dat recht is in beginsel onrechtmatig. De aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond kan aan die inbreuk het onrechtmatige karakter ontnemen. Of zich een rechtvaardigingsgrond voordoet moet worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval en onder afweging van de ernst van de inbreuk enerzijds en de belangen die met de inbreukmakende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend anderzijds. Bij de waardering van de belangen dient te worden bedacht dat ook een inbreuk die naar objectieve maatstaven gering is, toch als zeer ingrijpend kan worden ervaren. De aard van de opnames en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan, dienen te voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

4.11

Verder is bij het vastleggen en (gedurende enige tijd) bewaren van beelden van mensen sprake van verwerking van persoonsgegevens in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG), die directe werking heeft. De vraag naar de onrechtmatigheid wordt ook ingekleurd door de bepalingen van de AVG, ook wanneer partijen zich – zoals hier – daar niet expliciet op hebben beroepen. Zo dient voldaan te worden aan de beginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5 AVG (waaronder rechtmatigheid, doelbinding en dataminimalisatie). De gerechtvaardigde belangen van een verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval [appellanten] ) kunnen een rechtvaardiging vormen voor rechtmatige verwerking, mits de belangen of de grondrechten van een derde niet zwaarder wegen (artikel 6 lid 1 aanhef en onder f AVG). De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) heeft voor het hebben van camera’s bij het eigen huis beleid ontwikkeld dat op haar website is gepubliceerd. Zo is er een “stappenplan camera bij huis”.

De positionering en instelling van de twee camera’s

4.12

Uit hetgeen de raadsheer-commissaris tijdens de gerechtelijke plaatsopneming heeft waargenomen en uit de processtukken blijkt, is de positionering en de instelling van de twee camera’s als volgt.

4.13

Het gaat om twee bewakingscamera’s van het merk Bascom pro. Daarbij hoort een Bascom 4-kanaals-recorder. De opnames worden lokaal op de recorder opgeslagen en niet in de cloud. [appellanten] hebben in een notitie, overgelegd als productie 2 bij memorie van grieven, hun keuze voor deze camera’s toegelicht aan de hand van gegevens van een website over beveiligingscamera’s.

4.14

De camera aan de voorzijde hangt aan de bovenzijde van een raam en is gericht op de buitenruimte voor het appartement. Binnen het bereik van de camera vallen de twee parkeerplaatsen, een deel van het gemeenschappelijk pad aan de voorzijde en een gedeelte van de openbare weg.

De camera aan de achterzijde van het appartement is verwerkt in een zuil. Die camera brengt in beeld de pui, het daarachter gelegen privéterras van [appellanten] , een deel van de aangrenzende gemeenschappelijke tuin en heggen van enkele privétuinen.

4.15

De twee camera’s staan 24 uur per dag aan en bevatten sensoren die aanslaan zodra beweging wordt gedetecteerd. Op dat moment maakt de camera foto’s en/of video’s van de activiteit. De gemaakte beelden worden opgeslagen op de recorder van [appellanten] Volgens [appellanten] hebben zij het programma zo ingesteld dat na 7 dagen de beelden van hun recorder automatisch worden verwijderd.

4.16

Op beide camera’s kan een privacyzone – privacymasker – worden ingesteld. Volgens de instructie moeten daarvoor 9 stappen worden doorlopen. De ingestelde privacyzone kan worden aangepast waarvoor eveneens 9 stappen moeten worden gevolgd. Met deze instelling is een deel van het beeld door zwarte pixels niet zichtbaar. Het privacymasker brengt ook mee dat alleen opnames worden gemaakt en bewaard wanneer de sensoren van de camera beweging in het niet-afgeschermde gebied constateren.

[appellanten] hebben aangevoerd en onderbouwd dat zij voor beide camera’s het privacymasker hebben ingesteld.

Beoordeling met of zonder privacymasker?

4.17

De vraag is of voor de beoordeling van het geschil moet worden uitgegaan van de camera’s met of zonder privacymasker.

4.18

Het hof neemt tot uitgangspunt dat voor de beoordeling van de onrechtmatigheid het gaat om de concrete gedragingen van [appellanten] hebben onderbouwd gesteld dat zij de camera’s met privacymasker hebben ingesteld.

De enkele omstandigheid dat het voor [appellanten] mogelijk is die instelling geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken is onvoldoende om voor de beoordeling van de onrechtmatigheid uit te gaan van een camera zonder of met een beperkter privacymasker. Dat zou anders zijn indien [geïntimeerden] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat [appellanten] die camera’s ook zonder of met een beperkter privacymasker gebruiken. Zij hebben hiervoor verwezen naar foto’s (onder meer productie 10 bij dagvaarding). Ook hebben zij aangevoerd dat zij zich begluurd voelen.

Het gevoel begluurd te voelen is onvoldoende om aan te nemen dat het privacymasker niet (altijd) op de camera is ingesteld. Verder hebben [appellanten] tegen de foto’s ingebracht dat die met een fototoestel of een ipad zijn gemaakt om vast te leggen dat [geïntimeerden] in strijd met het VvE-reglement met een niet-aangelijnde hond over de gemeenschappelijke tuin liepen. Gelet op de stand, hoogte en de hoeken waar die foto’s moeten zijn gemaakt acht het hof dat aannemelijk.

Op dit gemotiveerde verweer hebben [geïntimeerden] geen verdere feiten en omstandigheden gesteld. Er zijn daardoor onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat [appellanten] de privacy-instellingen al dan niet tijdelijk aanpassen.

4.19

Dit betekent dat het hof voor de beoordeling van de onrechtmatigheid tot uitgangspunt neemt de camera’s met het ingestelde privacymasker.

Bereik beide camera’s met privacymasker

4.20

De camera met privacymasker aan de voorzijde heeft zicht op de twee parkeerplaatsen en een kleine strook grond van enkele vierkante meters voor en naast de parkeerplaatsen. Het zicht op die kleine strook grond wordt voor een belangrijk deel ontnomen als op de parkeerplaatsen auto’s zijn geparkeerd.

Alleen een van de twee parkeerplaatsen is eigendom van [appellanten] De andere parkeerplaats en de ruimte om de parkeerplaatsen behoren tot het gemeenschappelijk eigendom van de VvE. De omstandigheid dat [appellanten] naar eigen zeggen die gemeenschappelijke parkeerplaats veel gebruiken en daarop hun (tweede) auto/motor neerzetten doet aan het gemeenschappelijk eigendom niet af. De andere VvE leden zijn nog steeds gerechtigd van die gemeenschappelijke parkeerplaats gebruik te maken en [geïntimeerden] doen dat naar eigen zeggen ook. Ook moeten [geïntimeerden] zich vrijelijk op en over de gemeenschappelijke parkeerplaats en de kleine strook grond daarom heen kunnen bewegen.

Als personen zich binnen het bereik van de niet bedekte delen van het privacymasker op de camera bevinden, wordt dat door de sensoren op de camera waargenomen en worden beelden gemaakt die worden vastgelegd op de recorder van [appellanten]

4.21

De camera aan de achterzijde is binnenshuis in een kolom van circa 1,50 meter hoogte op enige afstand van de achtergevel geplaatst. Met privacymasker heeft de camera zicht op de glazen achterpui, het privéterras van [appellanten] , de zijmuren van dat terras en een smalle strook gras van enkele vierkante meters achter het terras. Ook zijn de toppen van bomen zichtbaar. De privétuinen van de bewoners zijn op de beelden van de camera met privacymasker niet zichtbaar, ook niet de privétuin van [geïntimeerden]

Het gemeenschappelijke grasveld is vrij toegankelijk. Vooral de bewoners van het appartementencomplex zullen daarvan gebruik maken. Als zij in het beperkte gedeelte direct achter het terras van [appellanten] komen, zal de camera hun beweging detecteren, beelden maken en opslaan. In dat geval zijn vooral de voeten en de onderbenen zichtbaar. Alleen in het geval dat de bewoners ervoor kiezen daar op dat zeer beperkte gedeelte van het gemeenschappelijke grasveld te gaan zitten of liggen, zijn meer delen van het lichaam zichtbaar. Als derden – zoals de medebewoners – op het privéterras van [appellanten] gaan staan dan zullen naast de onderbenen en voeten in de regel ook het hoofd en schouders zichtbaar zijn.

De beelden worden vastgelegd op de recorder van [appellanten]

Gebruik camera’s onrechtmatig?

4.22

Voor de beantwoording van de vraag of [appellanten] met de geplaatste camera’s onrechtmatig handelen overweegt het hof als volgt.

4.23

Op zichzelf hebben [appellanten] ter beveiliging van hun eigendommen en henzelf belang bij het plaatsen van camera’s gericht op de voorzijde en achterzijde van hun appartementen en de opnames die worden gemaakt voor enige tijd te bewaren. De omstandigheid dat in het (recente) verleden geen inbraken of vernielingen in of nabij het appartementencomplex heeft plaatsgevonden staat daaraan niet in de weg.

4.24

Derden, waaronder [geïntimeerden] , vallen niet snel binnen het bereik van de camera met privacymasker aan de voorzijde. Dat is alleen te verwachten als zij bij het gebruik van de gemeenschappelijke parkeerplaats in of uit hun auto stappen en op de ogenblikken dat zij nabij de beide parkeerplaatsen lopen.

De werking van de camera zou verder kunnen worden beperkt als de privéparkeerplaats en de gemeenschappelijke parkeerplaats worden omgewisseld waardoor de privéparkeerplaats dichter bij de camera ligt en het privacymasker tot die parkeerplaats met een kleine ruimte daaromheen kan worden beperkt. Voor de wisseling van de eigendom van de parkeerplaatsen zal de splitsingsakte moeten worden gewijzigd en niet gesteld of gebleken is dat de VvE hieraan de medewerking wil verlenen en of de leden van de VvE de kosten daarvan gezamenlijk willen dragen. Gelet op wat naar voren is gekomen over de onderlinge verhoudingen binnen de VvE ligt die medewerking overigens niet voor de hand. Hierdoor is dit in dit stadium geen reële mogelijkheid.

4.25

Ook het bereik van de camera met privacymasker aan de achterzijde is zeer beperkt. Derden, waaronder [geïntimeerden] , kunnen gebruik maken van het overgrote deel van het gemeenschappelijke grasveld zonder dat hun aanwezigheid zal leiden tot opname van beelden van de camera van [appellanten] Alleen in de uitzonderlijke situatie dat zij dicht tegen het terras van [appellanten] lopen, zullen hun onderbenen en voeten zichtbaar zijn. In de eveneens uitzonderlijke situatie dat zij juist op dat beperkte gedeelte van het gemeenschappelijke grasveld willen gaan zitten of liggen zullen grotere delen van het lichaam zichtbaar zijn. Verder zullen ook beelden worden gemaakt van het hoofd en de schouders van derden, waaronder [geïntimeerden] , als op het privéterras van [appellanten] gaan staan. Ter zitting is gebleken dat partijen geen sociale contacten met elkaar onderhouden, zodat deze situatie zich nog minder vaak zal voordoen.

Op zichzelf kan het bereik van de camera worden beperkt als de camera aan de buitenzijde wordt geplaatst en haaks op de achtergevel een beeld geeft van het privéterras en de achtergevel van [appellanten] De buitengevel is gemeenschappelijk eigendom, zodat voor plaatsing de toestemming van de VvE nodig is. Niet gesteld of gebleken is dat de VvE hiervoor toestemming zal geven. Integendeel, de VvE heeft zich tegen het ophangen van camera’s en het maken van beelden gekeerd. Hierdoor moet het er voor worden gehouden dat het geen reële mogelijkheid is.

4.26

Het enkele feit dat het vastleggen en gedurende enkele dagen bewaren van beelden van mensen onder het bereik van de AVG valt, maakt het nog niet onrechtmatig. Het is op zichzelf gebruikelijk dat camera’s 24 uur per dag werkzaam zijn. Eveneens is gebruikelijk dat gegevens voor enige tijd worden opgeslagen. [appellanten] hebben gekozen voor een opslag van 7 dagen. Op zichzelf hebben [geïntimeerden] terecht aangevoerd dat dit geen korte periode is. De AP geeft in het stappenplan in algemene zin een kortere opslagtijd aan. Dit is echter geen dwingend voorschrift. Het hof weegt ook mee dat de camera’s niet voor bedrijfsmatige activiteiten worden gebruikt maar louter voor privédoeleinden. Verder is door het privacymasker de waarneming in de publieke ruimte zeer beperkt. Daarnaast hebben [appellanten] toegelicht, wat [geïntimeerden] niet gemotiveerd hebben bestreden, dat de beelden lokaal op de recorder van [appellanten] worden opgeslagen en niet in de cloud. In de praktijk zullen opnames vooral worden teruggekeken als er een incident is. Het kan daarbij niet alleen van belang zijn terug te zien de beelden van de dag van het incident zelf maar ook of een of enkele dagen daarvoor al bijvoorbeeld voorbereidende verkenningen plaatsvonden. Al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien acht het hof, mede in het licht van de maatstaven van de AVG, de gekozen bewaartermijn van 7 dagen niet zodanig lang dat dit tot onrechtmatigheid leidt.

4.27

Gelet op het beperkte bereik in de publieke ruimte vlak voor en achter het appartement van [appellanten] , de dagelijks te verwachten beperkte waarnemingen van derden, zoals [geïntimeerden] , die zich binnen het bereik van de camera’s met privacymasker bevinden, en het ontbreken van doeltreffende alternatieve mogelijkheden - onder meer vanwege de opstelling van de VvE - weegt het belang van [appellanten] op bescherming van hun eigendommen en hun veiligheid zwaarder dan het privacybelang van [geïntimeerden] Dat de verwerking van persoonsgegevens voor een ander doel wordt gebruikt dan de bescherming van de eigendommen van [appellanten] is niet aannemelijk geworden.

De conclusie

4.28

Het hoger beroep slaagt. Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog afwijzen. [geïntimeerden] zullen worden veroordeeld aan [appellanten] terug te betalen wat zij op grond van het vonnis aan [geïntimeerden] hebben betaald. Omdat [geïntimeerden] in het ongelijk worden gesteld, zal het hof [geïntimeerden] tot betaling van de proceskosten zowel in hoger beroep als bij de rechtbank veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.

4.29

De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5 De beslissing

Het hof:

5.1

vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 31 december 2024 en beslist:

5.2

wijst af de vorderingen van [geïntimeerden] ;

5.3

veroordeelt [geïntimeerden] tot terugbetaling aan [appellanten] van alles wat [appellanten] op grond van het vonnis van 31 december 2024 aan [geïntimeerden] hebben betaald;

5.4

veroordeelt [geïntimeerden] tot betaling van de volgende proceskosten van [appellanten] tot aan de uitspraak van de rechtbank:

€ 1.325,- aan griffierecht,

€ 1.228,- aan salaris van de advocaat van [appellanten] (2 procespunten x tarief II),

en tot betaling van de volgende proceskosten van [appellanten] in hoger beroep:

€ 362,- aan griffierecht,

€ 147,81 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan [geïntimeerden] ,

€ 2.580,- aan salaris van de advocaat van [appellanten] (2 procespunten x appeltarief II);

5.5

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.H. de Witte, H. de Hek en M.M.A. Wind, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

20 oktober 2026.

HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609 (NJ 2002/589). Hof van Justitie EU 11 december 2014, ECLI:EU:C:2014:2428. HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.