Civiel recht overig
Tussenarrest, uitlating partijen ivm wijziging samenstelling hof na pleidooi.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 oktober 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:7941 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/tussenbeschikking/ecli-nl-gharl-2015-7941
Zaakgegevens
Op 20 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2015
- Datum publicatie
- 20 oktober 2015
- Zaaknummer
- 200.111.788/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- TussenbeschikkingTussenbeschikkingEen tussenstap van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, voordat de eindbeslissing valt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.J.C de Jong, mr. R.M van der Zwan
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:7941
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenarrest, uitlating partijen ivm wijziging samenstelling hof na pleidooi.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.111.788/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 121386/ HA ZA 10-835)
arrest van de eerste kamer van 20 oktober 2015
in de zaak van
[appellante] ,
gevestigd te [A] ,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. E.J.C. de Jong, kantoorhoudend te Utrecht, die ook heeft gepleit,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [B] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. R.M. van der Zwan, kantoorhoudend te 's-Gravenhage, voor wie mr. V.C. Dekker heeft gepleit.
1 Het geding in eerste aanleg
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 8 december 2010 en 16 november 2011 van de rechtbank Groningen (hierna: de rechtbank).
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure is als volgt:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 8 februari 2012,
- het herstelexploot d.d. 15 juni 2012,
- de memorie van grieven,
- de memorie van antwoord (met productie),
- het gehouden pleidooi d.d. 20 augustus 2014, waarbij pleitnotities zijn overgelegd.
Na afloop van het pleidooi heeft het hof de zaak naar de rol van 16 september 2014 verwezen voor akte uitlaten voort procederen. Vervolgens is de zaak nog tweemaal aangehouden, waarna de zaak op de roldatum van 11 november 2014 ambtshalve peremptoir voor een termijn van 53 weken is aangehouden.
Op de roldatum van 17 maart 2015 hebben partijen arrest gevraagd. Vervolgens heeft het [appellante] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof op één dossier arrest bepaald.
De vordering van het [appellante] luidt:
"het vonnis van de rechtbank van 16 november 2011 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, [geïntimeerde] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze aan hem te ontzeggen, met zijn veroordeling in de kosten van beide procedures, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen arrest."
3 De beoordeling
Het hof stelt het volgende voorop. Het pleidooi in deze zaak heeft op 20 augustus 2014 plaatsgevonden ten overstaan van de raadsheren mr. H. de Hek, mr. A.M. Koene en mr. R.A. Zuidema. Met het oog op de uitspraak van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014: 3076), bericht het hof partijen dat mr. Koene thans geen deel meer uitmaakt van de civiele sector van het hof. Hoewel de regel uit genoemd arrest, gelet op de in rechtsoverweging 3.4.6 van dat arrest geformuleerde overgangsmaatregel, in dit geval niet rechtstreeks van toepassing is nu het pleidooi heeft plaatsgevonden voor 31 oktober 2014, acht het hof het wenselijk partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of zij in deze situatie opnieuw een mondelinge behandeling van hun zaak wensen ten overstaan van de combinatie van raadsheren die arrest zal wijzen.
De zaak zal worden verwezen naar de rol van 3 november 2015 opdat partijen, wetende dat mr. Koene zal worden vervangen, kunnen mededelen of zij recht op de stukken wensen dan wel pleidooi.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
De beslissing
Het gerechtshof:
verwijst de zaak naar de rol van 3 november 2015 voor uitlating partijen met het hierboven in rechtsoverweging 3.1 omschreven doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. J.H. Kuiper en mr. R.A. Zuidema en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag
20 oktober 2015.