Civiel recht overig
Toestaan tussentijds beroep in cassatie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 november 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:9903 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/tussenuitspraak/ecli-nl-gharl-2018-9903
Zaakgegevens
Op 13 november 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 november 2018
- Datum publicatie
- 14 november 2018
- Zaaknummer
- 200.153.531/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- TussenuitspraakTussenuitspraakDe rechter beslist nog niet alles, maar neemt een tussenstap, bijvoorbeeld een bewijsopdracht of het inschakelen van een deskundige.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.A.M.J Loeffen, mr. B.J van den Berg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:9903
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toestaan tussentijds beroep in cassatie.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 november 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2018:9903
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 september 2019
ECLI:NL:PHR:2019:890Hoge Raad · 13 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:1937Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.153.531/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/120966 / HA ZA 12-212)
arrest van 13 november 2018
in de zaak van
Grow-Company B.V.,
gevestigd te Oosterwolde,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna: Grow-Company,
advocaat: mr. H.A.M.J. Loeffen, kantoorhoudend te Geldrop,
tegen
Coöperatieve Groenvoederdrogerij Oosterwolde-Hemrik en Omstreken B.A.,
gevestigd te Oosterwolde,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,
hierna: de Coöperatie,
advocaat: mr. B.J. van den Berg, kantoorhoudend te Zwolle.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
In deze zaak heeft het hof op 17 juli 2018 een tussenarrest gewezen. Daarin heeft het hof overwogen dat de Coöperatie is geslaagd in het haar bij tussenarrest van 28 februari 2017 opgedragen bewijs dat [A] van Grow-Company in het telefoongesprek van 24 mei 2012 een beroep heeft gedaan op het financieringsvoorbehoud. Dat heeft tot het oordeel geleid dat het de Coöperatie vrij stond de grasdrogerij aan een derde te verkopen en dat de vorderingen van Grow-Company voor afwijzing gereed liggen. Het hof heeft daarnaast, in het kader van de bespreking van de door de Coöperatie ingestelde vorderingen, overwogen dat het debat over de schade van de Coöperatie als gevolg van onrechtmatige beslaglegging door Grow-Company nog onvoldoende is uitgekristalliseerd. Het hof heeft een comparitie van partijen gelast om dat met partijen te bespreken en een schikking te beproeven.
Mr. Loeffen heeft bij schrijven van 16 oktober 2018 - ter griffie van het hof binnengekomen per telefax op 16 oktober 2018 en per post op 18 oktober 2018 – namens Grow-Company het hof verzocht op grond van artikel 401a lid 2 Rv. tussentijds cassatieberoep open te stellen tegen voormelde tussenarresten van 28 februari 2017 en
17 juli 2018.
Het hof heeft de Coöperatie in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Mr. Van den Berg heeft bij brief van 1 november 2018, op dezelfde datum per telefax ter griffie van het hof binnengekomen, te kennen gegeven dat de Coöperatie kan instemmen met de verzoeken van mr. Loeffen als vervat in zijn brief van 16 oktober 2018.
2 De beoordeling
Het hof is van oordeel, gezien het verzoek van Grow-Company, dat voor het verstrijken van de cassatietermijn van het arrest van 17 juli 2018 is gedaan, en de instemming van de Coöperatie met het verzoek, het bieden van de mogelijkheid van tussentijds beroep in cassatie in deze zaak processueel doelmatig en passend is.
De comparitie die is bepaald op 21 maart 2019, zal geen doorgang vinden, maar zal worden aangehouden totdat in cassatie is beslist. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol van 7 januari 2020. Grow-Company zal als meest gerede partij een akte kunnen nemen nadat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Zij zal daarbij de stukken van het cassatiegeding kunnen overleggen. Indien daar aanleiding toe bestaat, zal zij zich kunnen uitlaten over de voortgang van het hoger beroep. De Coöperatie zal daarop desgewenst bij antwoord-akte kunnen reageren. Genoemde roldatum is van administratieve aard: de zaak kan worden aangehouden of bij vervroeging op de rol worden gebracht indien daartoe aanleiding bestaat.
In afwachting van het cassatieberoep wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
3 De beslissing
Het gerechtshof:
bepaalt dat tegen de in deze zaak gewezen arresten van 17 juli 2018 en 28 februari 2017 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld;
verwijst de zaak naar de rolzitting van 7 januari 2020 voor akte uitlating aan de zijde van Grow-Company met het in rov 2.2 omschreven doel en bepaalt dat de Coöperatie daarop bij antwoord-akte kan reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. L. Janse en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op
13 november 2018.