Insolventierecht
Hoger beroep. Eindarrest. Faillissement. Afwijzing van het verzoek tot faillietverklaring. Appellant verkeert…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:153 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/insolventierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-153
Zaakgegevens
Op 9 januari 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 9 januari 2024
- Datum publicatie
- 9 januari 2024
- Zaaknummer
- 200.335.538
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.F Schepel, mr. B.T van Onna
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:153
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep. Eindarrest. Faillissement. Afwijzing van het verzoek tot faillietverklaring. Appellant verkeert niet langer in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.335.538
zaaknummer rechtbank 05/23/437F
arrest van 9 januari 2024
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als verweerder
hierna: [appellant]
advocaat: mr. P.F. Schepel
tegen
Greenchoice Zakelijk N.V.
die is gevestigd in Rotterdam
die optreedt als verweerster
en bij de rechtbank optrad als verzoekster
hierna: Greenchoice Zakelijk
advocaat: mr. B.T. van Onna
1 De procedure bij de rechtbank
Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 5 december 2023 is [appellant] op verzoek van Greenchoice Zakelijk in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator benoemd [de curator] (hierna: de curator). Het hof verwijst naar dat vonnis.
2 De procedure bij het hof
Bij op 11 december 2023 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 5 december 2023. [appellant] verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en het verzoek tot faillietverklaring van Greenchoice Zakelijk alsnog af te wijzen.
Het hof heeft kennisgenomen van:
-
het beroepschrift;
-
de brief met bijlage van mr. Schepel van 11 december 2023;
-
de brief met bijlagen van de curator van 2 januari 2024;
-
de brief namens mr. Van Onna van 5 januari 2024;
-
de brief met bijlagen van mr. Schepel van 5 januari 2024;
-
de brief met bijlage van mr. Schepel van 8 januari 2024.
De zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2024, waarbij [appellant] is verschenen, bijgestaan door mr. Schepel. Verder is de curator verschenen. Ter zitting heeft mr. Schepel nogmaals de bijlage bij zijn brief van die ochtend overgelegd.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
De rechtbank heeft [appellant] in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Greenchoice Zakelijk en [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
Het hof oordeelt als volgt. Een faillietverklaring kan worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
Het hof is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [appellant] niet langer in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. [appellant] heeft namelijk met Greenchoice Zakelijk een betalingsregeling tegen finale kwijting getroffen, waarvoor een bedrag van € 20.000,- voor Greenchoice Zakelijk bij haar advocaat in depot is gestort. Na vernietiging van het faillissement wordt dit aangewend voor voldoening van haar vordering op [appellant] van € 49.961,74 (waarin ook de proceskosten van Greenchoice Zakelijk voor het faillissementsverzoek zijn meegenomen). Greenchoice Zakelijk heeft in verband daarmee per brief van 5 januari 2024 aan het hof laten weten zich niet langer tegen het hoger beroep van [appellant] te verzetten. Uit de door [appellant] overgelegde betalingsbewijzen is bovendien voldoende gebleken dat [appellant] zijn overige schulden (waaronder zijn huurachterstand die als steunvordering voor het faillissementsverzoek diende) volledig voldaan heeft, hetgeen de curator ter zitting heeft bevestigd.
De curator heeft meegedeeld in te stemmen met een beperking van haar salaris tot een bedrag van € 4.500,-, welk bedrag door [appellant] is overgemaakt naar de derdengeldenrekening van haar kantoor. Het hof zal de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator, daarom vaststellen op in totaal € 4.500,- inclusief btw en verschotten. Het hof zal de faillissementskosten ten laste van [appellant] brengen.
Het hoger beroep slaagt.
4 De beslissing
Het hof:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 5 december 2023 en beslist als volgt:
wijst het verzoek tot faillietverklaring alsnog af;
veroordeelt [appellant] in de faillissementskosten, vastgesteld op € 4.500,- inclusief btw voor salaris van de curator en verschotten.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, D.M.I. De Waele en H. Wammes en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024