Insolventierecht
Artikel 6 lid Fw. Hoger beroep tegen afgewezen faillissementsverzoek. Verstekzaak. Toewijzing. Sprake van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 december 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:8554 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/insolventierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-8554
Zaakgegevens
Op 23 december 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 23 december 2025
- Datum publicatie
- 23 december 2025
- Zaaknummer
- 200.361.982
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S.K. Tuithof
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:8554
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 6 lid Fw. Hoger beroep tegen afgewezen faillissementsverzoek. Verstekzaak. Toewijzing. Sprake van opeisbare vorderingen van aanvragers en pluraliteit. Betalingen blijven uit en nieuwe facturen worden structureel onbetaald gelaten. Sprake van faillissementstoestand.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.361.982
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/601610
arrest van 23 december 2025
in de zaak van
1 Stichting Pensioenfonds Vervoer
en
2. Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Beroepsgoederenvervoer over de Weg en de Verhuur van Mobiele Kranen
die zijn gevestigd in Amsterdam
hierna gezamenlijk: de Pensioenfondsen en ieder afzonderlijk: SPV en SOOB
advocaat: mr. S.K. Tuithof
en
[geïntimeerde] , handelend onder de naam [onderneming]
hierna: [geïntimeerde]
die woont in [woonplaats]
1 De procedure bij de rechtbank
De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), heeft bij beschikking van 25 november 2025 het verzoek van de Pensioenfondsen tot faillietverklaring van [geïntimeerde] afgewezen. Het gerechtshof (hierna: het hof) verwijst naar die beschikking.
2 De procedure bij het hof
Bij (op 27 november 2025 bij het hof binnengekomen) beroepschrift hebben de Pensioenfondsen hoger beroep ingesteld tegen de beschikking. Zij verzoeken die beschikking te vernietigen en [geïntimeerde] alsnog in staat van faillissement te verklaren, met een veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedures in beide instanties.
Het hof heeft kennisgenomen van:
-
het beroepschrift;
-
het op 15 december 2025 door mr. Tuithof toegestuurde oproepingsexploot.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 december 2025. Hierbij is namens de Pensioenfondsen. mr. Tuithof verschenen. [geïntimeerde] is niet verschenen ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen.
Mr. Tuithof heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij het proces-verbaal van de rechtbank (dat hij enkele minuten voor de mondelinge behandeling ontving) heeft doorgestuurd naar het hof. Het hof heeft de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling bij de rechtbank na de mondelinge behandeling ontvangen en daarvan kennisgenomen.
3 De toelichting op de beslissing van het hof
Kern van de zaak
[geïntimeerde] exploiteert in de vorm van een eenmanszaak ( [onderneming] ) een onderneming die werkzaamheden uitvoert in het kader van vervoeren van pakketten en andere stukgoederen voor bedrijven. SPV en SOOB, beide pensioenfondsen, hebben afzonderlijk van elkaar een vordering op [onderneming] (en dus op [geïntimeerde] ) vanwege het onbetaald laten van pensioenpremies. De vorderingen van SPV en SOOB bedroegen ten tijde van de behandeling bij de rechtbank respectievelijk € 13.258,58 en € 1.571,80. Er is aanvankelijk gesproken over een betalingsregeling tussen partijen en [geïntimeerde] heeft in totaal € 8.400,- betaald. Betaling van het restant is volgens de Pensioenfondsen echter uitgebleven.
De rechtbank heeft geoordeeld dat onvoldoende is gebleken dat [geïntimeerde] in de toestand verkeerde dat hij heeft opgehouden te betalen.
Juridisch kader
Een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een tijdens de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager(s) (SPV en SOOB) en ook van het bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar ( [geïntimeerde] ) verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft (het zogenoemde pluraliteitsvereiste), is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand. Als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
Het vorderingsrecht van de Pensioenfondsen en de pluraliteit van schuldeisers
Uit hetgeen de Pensioenfondsen hebben aangevoerd blijkt summierlijk dat sprake is van opeisbare vorderingen van zowel SPV als SOOB. Daarmee staat ook vast dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers. SPV en SOOB zijn verschillende entiteiten en hebben ieder afzonderlijk van elkaar een vordering op [geïntimeerde] .
De faillissementstoestand
Door mr. Tuithof is tijdens de mondelinge behandeling bij het hof toegelicht dat [geïntimeerde] na de beschikking van de rechtbank geen nadere betalingen heeft verricht aan de Pensioenfondsen en dat er geen contact meer is geweest tussen hem en de Pensioenfondsen en ook niet met hun advocaat of het betrokken incassobureau. Dit terwijl [geïntimeerde] bij de rechtbank heeft gevraagd hem nog een kans te geven en heeft verklaard bereid te zijn maandelijks een bedrag van € 3.000,- te voldoen. Daar komt bij dat de vorderingen van de Pensioenfondsen inmiddels fors zijn opgelopen, omdat [geïntimeerde] ook de afgelopen maanden heeft nagelaten de maandelijkse premies te betalen. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft mr. Tuithof toegelicht dat dit vooralsnog heeft geleid tot betalingsachterstanden (die bovenop de al bestaande vorderingen komen) van € 2.444,70 bij SOOB en € 8.289,90 bij SPV. Nu [geïntimeerde] geen betalingen meer heeft verricht en structureel nieuwe facturen onbetaald laat, is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
Conclusie
Het hoger beroep slaagt. De beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd en [geïntimeerde] zal alsnog in staat van faillissement worden verklaard. Als de in het ongelijk gestelde partij zal het hof [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties veroordelen, met toepassing van tarief I.
4 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 25 november 2025 en beslist als volgt:
verklaart in staat van faillissement:
[geïntimeerde] , wonend te [woonplaats]
handelend onder de naam: [onderneming]
vestigingsadres: [adres]
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ;
benoemt tot rechter-commissaris het lid van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, mr. P.J. Neijt;
stelt aan tot curator mr. J.M. van den Berkmortel, advocaat bij Wijn & Stael Advocaten N.V., kantoorhoudende aan Maliesingel 20, 3581 BE Utrecht, telefoon: +3130-23 20 800;
geeft aan de curator last tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven;
veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de volgende proceskosten van de Pensioenfondsen tot aan de uitspraak van de rechtbank:
€ 714,- aan griffierecht
€ 1.042,- aan salaris van de advocaat van de pensioenfondsen (2 procespunten x tarief I)
en tot betaling van de volgende proceskosten van de pensioenfondsen in hoger beroep:
€ 827,- aan griffierecht
€ 1.716,- aan salaris van de advocaat van de pensioenfondsen (2 procespunten x tarief I)
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Meijer, M.P.M. Hennekens en J.G.B. Pikkemaat, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025 om 14:00 uur.