Penitentiair strafrecht

ISD, vernietiging van de beslissing van de rechtbank. Het hof komt tot een andere beslissing ten aanzien van…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 april 2026

Zaakgegevens

Op 30 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
30 april 2026
Datum publicatie
3 september 2026
Zaaknummer
P25/350
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:5696
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

ISD, vernietiging van de beslissing van de rechtbank. Het hof komt tot een andere beslissing ten aanzien van de datum van de beëindiging van de ISD-maatregel. De veroordeelde heeft een langdurige behandeling nodig die in Nederland niet kan plaatsvinden vanwege zijn vreemdelingenstatus. Naar het oordeel van het hof is in Spanje een adequaat vangnet ingericht voor veroordeelde, gericht op behandeling en beperking van het recidiverisico. Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is niet langer zinvol.

Uitspraak

ISD P25/350

Beslissing van 30 april 2026

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

verblijvende in [psychiatrisch centrum] te [plaats] , verder te noemen: de veroordeelde.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam, van 26 september 2025. Deze beslissing houdt in de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) met ingang van 1 november 2025.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van 9 oktober 2025, waarbij de officier van justitie beroep heeft ingesteld;

- de appelschriftuur van de officier van justitie van 16 oktober 2025;

- het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 19 november 2025;

- het toetsingsverslag ISD-maatregel van [psychiatrisch centrum] , op 12 februari 2026 door het hof ontvangen;

- het proces-verbaal van het onderzoek in hoger beroep van 19 februari 2026;

- de tussenbeslissing van deze kamer in dit hof van 5 maart 2026;

- de aanvullende informatie van [psychiatrisch centrum] van 17 maart 2026.

Het hof heeft op de zitting van 30 april 2026 gehoord de advocaat-generaal,

mr. R.J.A. Segerink, en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. N. Stegerhoek, advocaat te Amsterdam. Als deskundige is gehoord: [naam] , klinisch psycholoog verbonden aan [psychiatrisch centrum] .

Overwegingen

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

De veroordeelde is ongewenst verklaard en heeft geen verblijfsstatus meer in Nederland. Hij kan daardoor in Nederland niet resocialiseren. Hij wil terugkeren naar Spanje om daar zijn behandeling voort te zetten. Er bestaat een concreet plan voor zijn repatriëring naar Spanje. De veroordeelde kan verblijven bij zijn familie en er is contact gelegd met een verslavingskliniek in [plaats] . Een ondersteunend netwerk is een belangrijke factor voor het slagen van de behandeling van veroordeelde. De raadsman heeft verzocht de ISD-maatregel per 1 juni 2026 te beëindigen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De ISD-maatregel dient ter beveiliging van de maatschappij. Bij de veroordeelde is er nog steeds sprake van een hoog recidiverisico. Voor een effectieve behandeling is een extramurale fase noodzakelijk, gericht op een veilige terugkeer in de maatschappij. Gezien het feit dat de veroordeelde ongewenst vreemdeling is verklaard, rijst de vraag of voortzetting van de behandeling in Nederland zinvol is, omdat hier geen mogelijkheden voor resocialisatie zijn. In Spanje kan veroordeelde de gewenste behandeling krijgen en bij zijn familie verblijven. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot beëindiging van de ISD-maatregel per 1 juni 2026. Zo heeft [psychiatrisch centrum] voldoende tijd om alle praktische zaken te regelen.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, omdat het komt tot een andere beslissing ten aanzien van de datum van de beëindiging van de ISD-maatregel.

Beëindiging

De veroordeelde heeft op grond van het bepaalde in artikel 38s, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht de rechter verzocht de noodzaak van voorzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te beoordelen. Indien de rechter beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet langer is vereist, beëindigt hij deze maatregel volgens het derde lid van voormelde bepaling met ingang van een door hem te bepalen tijdstip.

De rechter dient te beoordelen of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publiek domein en vervolgens of voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.

Op de zitting van 19 februari 2026 heeft de veroordeelde aangegeven dat hij wil terugkeren naar Spanje en dat hij wil meewerken aan behandeling. [psychiatrisch centrum] zou contact hebben opgenomen met een kliniek in [plaats] om te onderzoeken of daar behandeling mogelijk is. De ondersteuning voor zijn terugkeer naar Spanje was echter nog niet rond en er ontbrak een concreet tijdspad.

Naar aanleiding van de voormelde zitting is het onderzoek bij tussenbeslissing van 5 maart 2026 heropend, omdat het hof het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk achtte aanvullende informatie te ontvangen van [psychiatrisch centrum] over de concrete stand van zaken met betrekking tot de mogelijkheid om een behandeling te volgen in de kliniek te [plaats] .

Uit de aanvullende informatie van [psychiatrisch centrum] van 17 maart 2026 komt naar voren dat de veroordeelde bij terugkeer naar Spanje kan verblijven bij zijn ouders in de stad [plaats] . Zijn ouders hebben aangegeven dat de veroordeelde bij hen kan wonen en dat zij hem willen ondersteunen bij het hervatten van zijn leven. Daarnaast is contact gelegd met het [kliniek] in [plaats] waar de veroordeelde zich kan melden voor behandeling van zijn verslavingsproblematiek. De veroordeelde is daar welkom om een behandelingstraject te starten.

Ter zitting heeft deskundige [naam] verklaard dat bij een beëindiging van de ISD-maatregel alles gereed staat voor de terugkeer van veroordeelde naar Spanje. De veroordeelde heeft een langdurige behandeling nodig die in Nederland niet kan plaatsvinden gelet op zijn vreemdelingenstatus. Enkel de praktische zaken van een vliegticket en begeleiding moeten nog geregeld worden met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Dit kan plaatsvinden zodra de beslissing van het hof beschikbaar is. Een beëindigingsdatum van 1 juni 2026 zou hierbij voldoende voorbereidingstijd bieden.

Het hof neemt het hierboven genoemde criterium in acht en weegt hierin mede de vraag mee of er sprake is van voldoende opvang voor veroordeelde in het buitenland. Het hof constateert dat er een concreet plan is voor de repatriëring van de veroordeelde dat voorziet in een vervolgtraject in Spanje gericht op het beperken van het recidiverisico. De veroordeelde heeft aangegeven gemotiveerd te zijn voor de behandeling in de kliniek in [plaats] . Met ingang van 1 juni 2026 is een adequaat vangnet ingericht, waardoor het risico op recidive voldoende wordt beperkt. Daarnaast beschikt de veroordeelde over een verblijfsvergunning in Spanje, waardoor hij gebruik kan maken van de sociale voorzieningen aldaar.

Het een en ander brengt het hof tot het oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet zinvol is. Het hof zal daarom bepalen dat de maatregel wordt beëindigd met ingang van 1 juni 2026. Op deze manier heeft de kliniek voldoende tijd om de repatriëring van veroordeelde naar Spanje voor te bereiden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam, van 26 september 2025 met betrekking tot de veroordeelde, [veroordeelde] .

Beëindigt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders met ingang van 1 juni 2026.

Aldus gedaan door

mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,

mr. O.G. Schuur en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,

en drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. B. Koudstaal, raden,

in tegenwoordigheid van mr. J. Lambriks, griffier,

en op 30 april 2026 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.